De komende dagen blijft sneeuw voor gladheid zorgen op de weg. Rijkswaterstaat raadt aan alleen de weg op te gaan als je echt niet anders kan. Mocht je nou toch de auto pakken de komende dagen, waar moet je dan rekening mee houden en hoe kom je veilig op plaats van bestemming?
Voordat je instapt moet je je auto helemaal sneeuwvrij maken, dat is verplicht. Volgens ANWB auto-expert Jos van der Drift houdt dat in dat je de ruiten, spiegels, verlichting en je kenteken sneeuwvrij maakt. Ook je motorkap en dak moeten schoongeveegd zijn voor je vertrekt. “Wat je nu ziet is dat mensen met een pak sneeuw op de motorkap en het dak de straat uitrijden en dat dan onderweg verliezen. Dat is gewoon heel vervelend en gevaarlijk voor medeweggebruikers,” aldus Van der Drift.
Als je dat niet doet staat sinds 1 januari er een boete op van 500 euro. Daarnaast zijn er verschillende boetes voor andere overtredingen. Bij beperkt zicht door je voorruit en voorste zijruiten staat een boete van 320 euro, komen daar je spiegels en eventuele camerasysteem bij, kost de hele combinatie je 500 euro.
Zijn je lichten voor 25 procent of meer door sneeuw bedekt, kost je dat 130 euro. Is je kentekenplaat onleesbaar betaal je daar 190 euro voor. “Tel je alles bij elkaar op, wordt het een dure grap”, waarschuwt Van der Drift.
Mensen vergissen zich meestal hoeveel werk het eigenlijk is om de auto sneeuwvrij te maken. “Dan denken ze vaak, ‘nou, ik ga toch maar rijden’. Maar dan ga je anderen met problemen opzadelen”, schetst Van der Drift.
Garage-eigenaar Emil Stolk, van AutoCrew Stolk in Dieverbrug, raadt mensen met een nieuwere auto aan de koplampen extra goed te controleren: “Nieuwe auto’s hebben ledlampen, daar zit nog wel een probleempje. Vergeleken met de koplampen van de oudere auto’s geven de ledlampen geen warmte af. Hierdoor kan een laagje ijs ontstaan als er sneeuw op komt te liggen en het gaat vriezen. Door dat laagje ijs op de koplamp komt het licht moeilijker door. Hierdoor ben je als automobilist minder zichtbaar op de weg en heb je zelf ook minder zicht”, meent hij.
Heb je ledlampen in je auto, controleer dan voor je gaat rijden of er een laagje ijs op de koplampen zit. En als je dan toch bezig bent, controleer ook gelijk je achterlicht en remlicht.
Je auto winterproof maken klinkt als een boel werk, maar Stolk raadt mensen aan in ieder geval een set goede banden onder de auto te zetten: “Winterbanden zijn beter dan all-seasons. Met sneeuw zijn winterbanden altijd beter”, vindt Stolk.
Net als goede banden, moeten je remmen ook goed werken. De meeste auto’s hebben tegenwoordig ABS (antiblokkeersysteem) en andere systemen. “Die bieden ondersteuning tijdens het rijden. Maar de bestuurder is altijd verantwoordelijk”, zegt Stolk. De ABS zorgt ervoor dat je wielen niet blokkeren, waardoor je auto nog wel bestuurbaar blijft. Zo kan je rustig sturen naar een vrije plek.
Heb je je auto rondom sneeuwvrij, kan je (als je echt moet) gaan rijden. Eenmaal achter het stuur zijn er een paar dingen waar je volgens Van der Drift rekening mee moet houden: “Dat is natuurlijk een open deur, maar houd ongeveer twee tot drie keer meer afstand dan normaal, rij minder hard dan normaal en maak geen abrupte bewegingen aan het stuur”, is zijn advies.
Ook is het goed om te weten dat er veel verschil zit in hoe glad de sneeuw is. Verse sneeuw is minder glad dan sneeuw die al een paar dagen op de weg ligt en platgereden is. Platgereden, gladde sneeuw laat licht ook vaak weerspiegelen als het erop schijnt. “Dat is een indicatie dat het glad is, je hebt dan minder grip. Bij verse sneeuw(hopen) is dat anders. Dan heeft een autoband door zijn profiel meer kans om grip te krijgen.” Volgens Van der Drift hebben weggebruikers meer kans op grip als ze rijden met gepaste snelheid.
Rijden in de sneeuw doen we niet vaak in Nederland. “Dit zijn situaties die je niet snel tegenkomt”, aldus auto-expert Van der Drift. Volgens hem moet je altijd proberen te voorkomen dat de auto in de slip raakt, maar soms gebeurt het toch. “Het klinkt tegenstrijdig, maar probeer rustig te blijven en je gas los te laten, want als je gas loslaat, zul je merken dat de auto vanzelf weer grip begint te krijgen.”
Als de auto weer grip heeft, kan je weer wat stuurbewegingen maken. Dat moeten wel subtiele stuurbewegingen zijn. Verder raadt Van der Drift aan om vooruit te kijken naar waar vrije ruimte is en daar heen te sturen. Als je in een situatie komt waarbij de auto echt gaat glijden, dan moet je voluit remmen.
Moet je de snelweg op en vraag je je af hoe snel je kan rijden onder de huidige omstandigheden, dan moet je volgens Van der Drift niet de grens op te zoeken. Wat verantwoord is, is toch voornamelijk je aanpassen aan de andere verkeersdeelnemers en vooral op de rechterrijstrook blijven rijden. Dat is vaak ook de schoonste rijstrook. “Rijd maar rustig met de meute mee, met genoeg afstand. Dat is dan de snelheid die het meest verstandig is”, meent hij.
Stolk deelt deze mening. Grip, afstand en snelheid zijn dus het belangrijkst als je met dit weer in de auto zit. “Als je op een glad wegdek op een bocht aan komt rijden, moet je gas loslaten voordat je de bocht instuurt. Mocht je toch gaan slippen, moet je zachtjes bijsturen naar de kant waar je naartoe wil. De eerste reactie van veel mensen is om hard te gaan remmen, dat moet je dus niet doen”, volgens Stolk.
Angst is volgens Van der Drift een goede raadgever: “Als je met knikkende knieĆ«n achter het stuur gaat zitten, moet je je afvragen of het een goed idee is om wel te gaan rijden”, is hij van mening. Je moet altijd rustig blijven achter het stuur en goed vooruit blijven kijken. “Mocht je toch bang zijn om met deze omstandigheden te gaan rijden, doe je jezelf een plezier en blijf thuis”, aldus Van der Drift.