De vraag waar dat aan ligt, staat centraal in het onderzoek. Otte: ‘Wat wij willen weten: waarom gaat het op bepaalde plekken wel goed en hoe kunnen we ervoor zorgen dat het in de rest van Nederland beter gaat.’

Marterachtigen in Groningen
Dat kleine marterachtigen ook in onze provincie voorkomen is zeker, bijvoorbeeld bij Noordlaren. Ze houden van landschap dat half open is, waardoor er voldoende vegetatie is om beschutting te vinden en ook voldoende ruimte om op prooien te jagen. ’Ze eten hoofdzakelijk kleine knaagdieren als muizen en woelratten. Daarom hebben ze een langgerekt lichaam waarmee ze goed holen in kunnen kruipen om te jagen,’ vertelt Otte. 

Van dat jagersinstinct van marterachtigen maken onderzoekers als Otte gebruik. Ze willen de dieren namelijk vastleggen op camera, maar voor gewone wildcamera’s zijn ze te klein. Daarom heeft Otte camera’s in een kist met een buis geplaatst. De wezels en hermelijnen denken dat in die buis wellicht een prooi zit en kruipen naar binnen. ‘Er zijn nu voldoende beelden in dit gebied. Dat wil alleen nog niet zeggen hoeveel er zitten, het kan ook één hermelijn zijn die steeds voor de camera loopt.’