Demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel (VVD) was er zeer beslist over: „Wij gaan niet als Europa in oorlog komen met de Verenigde Staten over Groenland.”
Donderdag overlegde de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken met Van Weel over de situatie in Venezuela na de Amerikaanse aanval en ontvoering van president Nicolás Maduro, maar de discussie vloeide steeds weer terug naar hetzelfde punt: de dreigende imperialistische taal van de regering-Trump.
Sinds operatie ‘Absolute Resolve’ lijken alle remmen los in Washington. President Trump bedreigde Cuba, Colombia en Mexico en herhaalde zijn stellige wens om Groenland – onderdeel van het Koninkrijk Denemarken – te annexeren. Stephen Miller, de vice-stafchef van het Witte Huis, weigerde daarna in een interview met CNN om militair ingrijpen uit te sluiten – waarop een crisissfeer ontstond aan weerszijden van de Atlantische Oceaan.
Van Weel probeerde tegenover een gealarmeerde Tweede Kamer kalmte uit te stralen. Dat deed hij door een zeldzaam inkijkje te geven in de telefoongesprekken die hij voerde met de Amerikaanse collega Marco Rubio en de Deense minister van Buitenlandse Zaken Lars Løkke Rasmussen. Volgens de diplomatieke mores geeft het eigenlijk geen pas om weer te geven wat buitenlandse counterparts hebben gezegd. Van Weel deed dat nu wél – en dat leverde nieuwe inzichten op.
Al eerder had Rubio laten weten dat hij volgende week in gesprek zal gaan met Deense en Groenlandse vertegenwoordigers. Van Weel verklapte alvast wat de inzet zal zijn van minister Rasmussen. De Denen hopen een gesprek te kunnen voeren over hoe ze de strategische belangen van de VS op Groenland (het argument van het Witte Huis) kunnen „accommoderen binnen de bestaande verdragen”, zo zei Van Weel – „zonder dit soort extreme opties” (annexatie).
Kijkje achter de schermen
Rasmussen had hem op het hart gedrukt om voorlopig geen olie op het vuur te gooien door „al te wilde statements” te doen, zo zei Van Weel, want dat zou kunnen leiden tot nieuwe Amerikaanse reacties voor de bühne. Franse voorbereidingen voor een Europese reactie op militaire annexatie kunnen volgens de minister daarom op „weinig enthousiasme” rekenen in Kopenhagen.
De minister gaf ook een kijkje achter de Amerikaanse schermen. Volgens Van Weel – die zichzelf een Realpolitiker vindt – schuilt er achter de snoeverige toon van het Witte Huis en de chaotische persconferenties van Trump een weloverwogen strategie voor Venezuela, waarvan Rubio „de architect” zou zijn.
Volgens Van Weel heeft Washington geleerd van regime changes in Irak en Afghanistan, waar de VS de heersende klasse wegzuiverde, waarna de landen verzonken in chaos. Ditmaal probeert Washington door een combinatie van druk en onderhandelingen met interim-president Delcy Rodríguez te komen tot een „transformatie”, zo zei Van Weel: vrijlating van politieke gevangenen, economische samenwerking met de VS en vrije democratische verkiezingen. „Dat is het plan zoals het mij verteld is en dat ik alle openheid met u wilde delen.”
Kamerleden
Niet alle Kamerleden waren meteen gerustgesteld. Van Weel kon zich dan wel baseren op Rubio, zo zei buitenlandwoordvoerder Hanneke van der Werf (D66), maar Stepen Miller en vice-president JD Vance hadden toch óók „het oor” van president Trump?
Tom van der Lee (GroenLinks-PvdA) wilde van Van Weel weten of Van Weel erkende dat de Amerikaanse aanval op Venezuela een schending was van het internationaal recht: „bent u bereid deze actie te veroordelen?”
Ook op dit vlak wilde Van Weel wel wat openheid van zaken geven – hoewel hij zorgvuldig wegbleef van een al te scherpe veroordeling van Washington. „Op basis van de informatie die ik nu heb”, zo zei de minister, „kan ik niet zien hoe deze actie in overeenstemming is met het internationale recht.” Op navraag van Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) wilde Van Weel ook nog wel onthullen dat hij dit in zijn gesprek met Rubio had „opgebracht” (diplomatieke taal voor ‘overgebracht’).
Europa
Het argument vanuit de Kamer dat andere landen een stuk verder zijn gegaan in hun kritiek op de VS, wuifde de minister echter weg. Zesentwintig landen (de EU minus Hongarije) hadden een gezamenlijke (nogal voorzichtige, red.) verklaring afgegeven, zo zei Van Weel, en de Europese Unie moet met één mond spreken om nog enige invloed te kunnen uitoefenen.
De minister onderschreef oproepen uit de Kamer (D66, Volt) om te komen tot hervorming van het buitenlandbeleid van de EU, door besluiten voortaan te nemen op basis van een gekwalificeerde meerderheid van landen (en niet op basis van unanimiteit). „Als we ons willen verhouden tot de wereld van de grootmachten moeten we ook de taal van de macht weer leren spreken”, zei de minister.
Dat alles wilde niet zeggen dat VVD’er Van Weel – die eerder een topfunctie bij de NAVO bekleedde – erg warm wordt van vergezichten over een Europees leger. Ondanks het feit dat het Noord-Atlantisch Bondgenootschap de grootste crisis in zijn bestaan doormaakt, blijft de alliantie volgens hem „de komende twintig jaar” cruciaal voor de verdediging van Europa. Van Weel waarschuwde ook voor het opblazen van de relaties met de VS – ondanks het feit dat Washington dreigt met de inzet van militairen tegen een NAVO-bondgenoot. Temidden van de duistere krachten in de wereld blijven de VS „het land waarmee wij toch de meeste waarden delen”, zei de minister met overtuiging.
Veel vragen kwamen er daarna niet meer. Het debat, zo concludeerde Jan Struijs (50Plus), had eerder „het karakter van een briefing” dan van een politieke discussie gekregen. Daar leken de meeste Kamerleden wel content mee.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC