Bekijk artikel in krant

Hussein Agha, Robert Malley: Tomorrow Is Yesterday. Life, Death, and the Pursuit of Peace in Israel/Palestine. Farrar, Straus and Giroux, 260 blz. € 27, 25 

De wapens zwijgen min of meer in Gaza sinds in oktober een bestand van kracht werd. Maar hoe welkom dit ook is, een definitieve oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict blijft voorlopig nog ver buiten bereik. Ook voor president Trump. Het plan waarmee hij vrede hoopt te bereiken – en als het aan hem ligt een Nobelprijs – stuit al op grote obstakels bij de vorming van een stabilisatiemacht die in Gaza de orde moet helpen bewaren. Welke landen durven daarvoor troepen ter beschikking te stellen en wiens militairen wil Israël daar dulden? Bovendien blijft geheel in nevelen gehuld hoe het nu verder moet met een eigen staat voor de Palestijnen.

Onderhandelaars van alle kanten kunnen intussen hun voordeel doen met het onlangs verschenen Tomorrow Is Yesterday. In hun interessante boek analyseren Robert Malley en Hussein Agha hoe eerdere pogingen om het langdurige conflict tussen Palestijnen en Israëliërs op te lossen, waarbij zij zelf vaak nauw betrokken waren, faalden. Malley onderhandelde de laatste decennia namens de Democratische presidenten Bill Clinton, Barack Obama en Joe Biden, terwijl Agha adviseur was van de Palestijnse leiders Yasser Arafat en Mahmoud Abbas. 

De belangrijkste les die Malley en Agha trekken is dat het zinloos is nog te blijven hameren op de roemruchte twee-staten-oplossing, al wordt die door velen tot op de dag van vandaag als de meest realistische optie beschouwd. Maar volgens de auteurs is het een illusie te denken dat de Palestijnen zich verder wel koest zullen houden als er al ooit een Palestijns ministaatje in de sinds 1967 door Israël bezette gebieden gevormd zou kunnen worden.

Juist de Palestijnen die in 1948 na de stichting van Israël bij honderdduizenden van huis en haar werden verdreven en in kampen in de hele regio belandden, blijven zich volgens Malley en Agha met hun land van herkomst verbonden voelen. ,,Joden vergaten na tweeduizend jaar hun verbondenheid met het Heilige Land niet”, schrijven ze. ,,De Palestijnen zullen dat na honderd jaar ook niet doen.” 

Sinds de Oslo-akkoorden van 1993, die de Palestijnen een voorproefje van zo’n staatje gunden in de vorm van enige autonomie op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, zweren de VS en Europa bij de twee-staten-oplossing. Schoorvoetend schaarden ook Arafat en Abbas zich achter dit concept. Israël daarentegen heeft er, vooral onder premier Benjamin Netanyahu, nooit meer dan lippendienst aan bewezen.

Ook de beide auteurs waren geruime tijd voor de twee-staten-oplossing, maar na diverse mislukkingen hebben ze die afgezworen. Ze wijzen er ook op dat de Palestijnse president Abbas in eigen kring sterk aan geloofwaardigheid heeft verloren door zich vast te klampen aan de twee-staten-oplossing. De meeste Palestijnen zien hem en zijn medewerkers als corrupt en als lakeien van hun betaalheren – de VS, andere Westerse landen en de Golfstaten. Dan hebben veel Palestijnen meer waardering voor het radicalere Hamas, dat niet voor Israël op de knieën gaat en liever doorvecht. 

Rauwe kern

Door de situatie van 1967 als uitgangspunt te nemen in plaats van 1948 riskeerden de onderhandelaars volgens de auteurs ,,de wraak van de geschiedenis”. Daarmee werd de wereld geconfronteerd via de bloedige aanval van Hamas op Israël van twee jaar geleden. Die onderstreepte tevens het failliet van de twee-staten-oplossing. ,,7 oktober en de furieuze reacties die daardoor werden opgewekt verwijderden een web van onwaarheden over het Israëlisch-Palestijnse conflict en legde de kern ervan in al zijn rauwheid bloot”, schrijven ze. Bijna tachtig jaar na de stichting van Israël bleken beide zijden elkaars bloed nog steeds te kunnen drinken. Elk wederzijds vertrouwen ontbreekt. En zo zijn we terug bij af. Of, zoals de titel van het boek luidt: Morgen is gisteren. 

Hard halen de auteurs ook uit naar de Amerikaanse regeringen van de laatste drie decennia. Anders dan voorgangers als Dwight D. Eisenhower en zelfs Jimmy Carter durfde geen enkele president uiteindelijk harde druk op Israël uit te oefenen om de Joodse staat zo tot meer toegeeflijkheid te dwingen bij de vorming van een levensvatbare Palestijnse staat.

De regering-Biden durfde dat zelfs niet, toen een aanzienlijk deel van de Amerikaanse publieke opinie (veel joden incluis) zich tegen Israël keerde wegens de meedogenloze wijze waarop het ook gewone Palestijnse burgers doodde. Volgens velen waren de VS zo medeplichtig aan genocide. Biden liet het bij gratuite verbale protesten, terwijl de wapenhulp voor Israël gewoon doorging. ,,Als je geen vinger uitsteekt voor de Palestijnen, heb dan althans het fatsoen niet de schijn op te houden dat het je wat kan schelen”, schrijven Malley en Agha.  

De oogst van drie decennia Amerikaans beleid is dan ook mager. Het enige succesje dat ze noteren zijn de Abraham-akkoorden, waarmee de vorige regering-Trump de normalisering van de betrekkingen tussen Israël en vier Arabische staten wist te bereiken. ,,Het raadsel van het Amerikaanse beleid is zoveel te weten en zo weinig te begrijpen”, oordelen de auteurs. Helaas is Malley, die door Biden uiteindelijk aan de kant werd geschoven, overigens spaarzaam met details over zijn eigen betrokkenheid bij deze opeenvolgende mislukkingen.

Leiderschap gedecimeerd

Na al die kritiek is de lezer natuurlijk benieuwd wat de auteurs, met al hun onderhandelingservaring, dan zelf zien als de beste oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar ook daarover zijn ze teleurstellend kort. De vaak genoemde optie van één gezamenlijk staat voor Israëliërs en Palestijnen met gelijke rechten is momenteel door het totale gebrek aan wederzijds vertrouwen ook voor hen geen realistische optie. Het militair veel sterkere Israël is bovendien al heel lang tegen zo’n constructie uit vrees dat de Joden al snel demografisch overvleugeld zouden worden door de Palestijnen en niet langer de dienst in zo’n staat zouden kunnen uitmaken.

Een andere mogelijkheid die ze opperen is de Westelijke Jordaanoever samen te voegen met Jordanië, zodat er een Palestijns-Jordaanse staat zou ontstaan. Israël zou dat wellicht acceptabeler vinden dan een aparte Palestijnse staat. Met de Jordaniërs heeft het ook al eerder een vredesverdrag gesloten dat voor relatieve rust tussen beide landen heeft gezorgd.

Maar dat Israël de honderdduizenden Joodse kolonisten, die juist willen dat Israël de Westelijke Jordaanoever annexeert, zomaar aan hun lot overlaat, lijkt onwaarschijnlijk. Zeker zolang de huidige extreemrechtse coalitie het daar voor het zeggen heeft. Ook is de vraag of Jordanië bereid is nog meer Palestijnen binnen zijn grenzen te herbergen, terwijl die nu al de meerderheid van de bevolking vormen.

Tot slot zou Israël tot de conclusie kunnen komen dat het wel kan leven met de huidige status quo en die gewoon proberen voort te zetten. Het beschikt immers – met Amerikaanse steun – hoe dan ook over de sterkste kaarten op het moment en van Hamas gaat nu weinig dreiging uit. Zijn leiderschap is door Israël gedecimeerd en zijn strijders hangen in de touwen.

Om echt tot een oplossing te komen zullen alle partijen minder star moeten denken dan tot nu toe, betogen de auteurs verder. Dat is ongetwijfeld waar maar tegelijkertijd ook rijkelijk onbevredigend. Als zelfs deze twee grote kenners van de regionale machtsverhoudingen en cultuur niet tot meer concrete aanzetten voor een realistische oplossing weten te komen, biedt dat weinig hoop voor de toekomst.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC