Al dagen is er sprake van extreem winterweer. Hoe vervelend de lange files, geannuleerde vluchten en problemen met treinverkeer ook zijn, onze samenleving is meer dan verkeer en vervoer. En wie om zich heen kijkt, ziet bovendien dat het winterse weer leidt tot allerlei mooie initiatieven van behulpzame mensen die elkaar willen helpen.
Buren doen boodschappen voor oudere buurtgenoten die niet naar buiten kunnen of durven en maken elkaars stoep schoon. En er zijn tal van vergelijkbare voorbeelden uit het hele land: boeren en andere vrijwilligers helpen bij het begaanbaar houden van binnenwegen, reizigers helpen een vastgelopen vrachtwagen van de tramrails, en een bestuurder met vierwielaandrijving biedt ritten aan voor mensen die het echt nodig hebben.
In crisissituaties, waarin de normale gang van zaken in de samenwerking tijdelijk ontregeld is, zijn mensen altijd socialer en meer geneigd tot empathisch gedrag. Niet in elke wijk of buurt is burenhulp echter even vanzelfsprekend. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat inwoners van gemeenschappen met een sterke onderlinge verbondenheid en hoge sociale cohesie veel van hun buren mogen verwachten. Maar wie woont in een omgeving waar veel verloop is of waar mensen langs elkaar heen leven, is waarschijnlijk meer op zichzelf aangewezen.
In dat opzicht bieden de huidige ervaringen zinvolle aanknopingspunten voor de overheid die al langer oproept tot zelfredzaamheid en maatschappelijke weerbaarheid. Het winterweer laat zien waar spontane buurtinitiatieven niet ontstaan en er gaten ontstaan. Dat zijn plekken waar gemeenten, veiligheidsregio’s en andere overheidsorganisaties dus extra aandacht voor moeten hebben als er in de toekomst een grote ramp of crisis plaatsvindt.
Jori Kalkman universitair hoofddocent Nederlandse Defensie Academie
WinterweerWekenlang uitkijken over sneeuwvelden
Als bijna 75-jarige heb ik de afgelopen dagen met verbazing en interesse kennis genomen van alle opwinding en chaos die door de sneeuwval was ontstaan. Het deed me terugdenken aan m’n jonge jaren, dat we wekenlang uitkeken over enorme sneeuwvelden, metershoge sneeuwbanken en we niet fietsend maar lopend, dwars over de velden naar de lagere school gingen.
Met vereende krachten werden doorgangen gemaakt waar dat nodig was, af en toe konden we even uitrusten onder het genot van een beker warme chocolade- of anijsmelk. Grotendeels bleven mensen gewoon aan het werk want men was niets anders gewend.
Nico Sjerps Amstelveen
WinterweerGewoon gaan
Ik heb genoten van het verhaal van Christiaan Weijts over de sneeuw en het verschil in omgaan met de gladheid (Dit winterweer onthult een generatieverschil, 7/1). Ik ben 72 jaar en ben, toen er nog maar één dag sneeuw lag, direct al toen ik op straat liep, gewaarschuwd door een mij onbekende mevrouw. Ze keek heel bezorgd en zei: „Het is glad hoor”.
Het is herkenning. Vroeger was het zo vaak glad. Strenge winters, spekgladde kleine straatjes. Je ging gewoon. Op de fiets ’s morgens heel vroeg door een dik pak sneeuw naar mijn werk. Ik loop weer zoals toen, zet mijn voeten op een bepaalde manier neer en gá.
Elizabeth Kiers Leeuwarden
Lees ook
Dit winterweer onthult een generatieverschil

Namen gevenZelf weten
Marcel van Roosmalen maakt er in zijn laatste column een potje van (De geweldige Laurentien/Petra, 8/1) Meestal geven ouders kinderen een voornaam, maar om eigen redenen of andere omstandigheden veranderen sommigen hun voornaam, of wordt deze veranderd. Zo was het in 1950 in de mode om meisjes de voornaam Veronica te geven. Ik kwam in een schoolklas terecht waar negen ‘Veronica’s’ zaten. De leraar Frans werd stapelgek van ons, omdat we expres alle negen steeds antwoord gaven op zijn vragen. Een maand na het begin van het schooljaar, gooide hij ons de klas uit, met de opdracht om zelf maar te verdelen wie welke voornaam wil: Vera, Vero, Veroni, Vronie et cetera.
Gierend van het lachen zaten we op de gang te puberen. Niemand wilde de Franse naam omdat ze deze leraar Frans of Frans een vervelend vak vonden. Zo kreeg ik de voornaam Veronique. De reden achter een naamsverandering gaat niemand iets aan, ook Marcel van Roosmalen niet.
Veronique van Egmond Amsterdam
Lees ook
De geweldige Laurentien/Petra

LesbischGebruik het woord gewoon
Staat het woord lesbisch in het stuk over de brieven van Virginia Woolf aan Vita Sackville-West?, vraag ik mijn vrouw. „Nee”, antwoordt ze „en dat zou ook niet terecht zijn, want ze waren beiden biseksueel”. Maar hun relatie was lesbisch. „Ja, dat wel”.
Ik constateer sinds kort dat er een taboe lijkt te liggen op het woord lesbisch. Er is een enorme terughoudendheid om het te gebruiken, terwijl het een prima woord is om verliefdheid tussen vrouwen mee uit te drukken. Ik pleit ervoor het woord vaker te gebruiken, te normaliseren. In de leuke en mooie recensie van Maria Kager over de brieven tussen Virginia Woolf en Vita Sackville-West (6/1) had het woord lesbisch niet misstaan.
Laila Hassouna-Jansen Tilburg
Lees ook
Wat een humor, zelfspot en fantasie! De hartstochtelijke brieven van Virginia Woolf aan Vita Sackville-West

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC