Bijna een maand geleden kondigde zich de eerste winterperiode aan. De stratosferische opwarming boven de Noordpool van eind november zou aan het slot van december de winter eindelijk een kans geven. Maar hoeveel tijd werd de winter gegund? Halverwege januari zou het weer zachter kunnen worden, wat we nu werkelijkheid zien worden. Daarmee is echter niet het hele verhaal verteld. Een nieuwe opwarming, zij het een stuk kleiner, geeft de winter een tweede kans. Daarbij speelt ook de onweersactiviteit bij de tropen een cruciale rol. Ik toon hier het grotere plaatje van de teleconnecties.

Wie oppervlakkig de weersituatie in het midden van de week aanschouwt, komt gemakkelijk tot de slotsom dat we in een langdurige westcirculatie terecht zijn gekomen. Een depressie bij IJsland en het aloude Azorenhoog, de bekende dipool die daarmee samenhangt. Het hogedrukgebied bij Kazachstan biedt echter meer dan verwacht tegendruk.

  • Geïnteresseerd in het weer? Schaaf je kennis dan bij met dit boekje.

500 hPa geopotentiaal (gpdm), temperatuur (C) en bodemdruk (hPa). De verwachting van maandag 12 januari 2026, 12Z voor woensdag 14 januari 2026, 12Z. Westcirculatie verdrijft de winterkou naar Rusland.

Verwachting voor volgende week

In het vervolg breidt het zijn invloed zowaar weer naar het westen uit. De druk vanaf de oceaan blijkt een stuk kleiner dan verwacht. De depressie-activiteit blijft beperkt tot de westelijke Atlantische Oceaan. Boven onze omgeving wordt de stroming weer oostelijk. Zo kan de verdreven kou stukje bij beetje naar het westen terugstromen. Een verklaring voor deze ommekeer kan gezocht worden bij de stratosfeer.

Het gemiddelde van de 500 hPa geopotentiaal (gpdm), temperatuur (C) en bodemdruk (hPa). Verwachting van dinsdag 13 januari 2026, 06Z, voor donderdag 22 januari 2026, 06Z. Met de oostelijke stroming keert de continentale kou terug naar het westen.

Zwakke stratosferische poolwervel

In de pluim van de zonale wind in de stratosfeer herkennen we gemakkelijk de zwakker dan normale stratoferische poolwervel. Dat speelt al sinds november: slechts heel kort, begin deze maand, is de zonale wind sterker dan normaal geweest. De lange duur van de afzwakking begunstigt de vorming van noordelijke blokkades. Daarvan zijn we de laatste drie weken getuige geweest. Voor een beter begrip van wat er precies gaande is, zoomen we in op de stratosferische ontwikkelingen van de afgelopen tijd.

Zonale wind op 10 hPa, 60 graden noorderbreedte. Berekening van 3 januari 2026 (ECMWF). Begin januari wordt de zonale wind kort weer boven normaal, vanaf de tweede week van januari komt hij onder normaal. Eind januari een langduriger herstel van de stratosferische poolwervel.

Ontstaan van de SSW

Zoals wellicht bekend komt de opwarming van de stratosfeer bij een SSW van onderaf, vanuit de troposfeer. Dat was niet anders bij de SSW van 26 november 2025. Een complex mechanisme deze keer, dat leidde tot een recordvroege SSW. In tweede instantie volgde er begin deze maand nog een opwarming. Die leidt in het huidige tijdframe tot een tweede verzwakking van de zonale wind in de troposfeer.

De T-S-T-koppeling in optima forma: vanuit de Troposfeer wordt de Stratosfeer opgewarmd, dat heeft weer gevolgen voor de Troposfeer, met meer blokkades op de noordelijke breedtegraden. Hoe werkt dit meer in detail?

Het warmtetransport tussen 30 en 80 graden noorderbreedte (vT in Kelvin meter per seconde). Een opwarming vanaf half november (1), gevolgd door een beperkt warmtetransport eind begin januari (2).

Uitwerking van de SSW

Bij de totstandkoming van de SSW, vormde zich een blokkade in de stratosfeer. In het onderstaande profiel zien we in rood de anomalie van de hogedruk en in blauw die van de lagedruk. In november, Met enige vertraging sijpelde deze omlaag (downwelling) naar de troposfeer. Begin december manifesteerde deze ‘reflectieve SSW’ zich eerst aan de andere kant van de gematigde zone, in de troposfeer boven de Stille Oceaan.

Eind december bereikte de hogedruk opnieuw de onderste kilometers van de troposfeer. Die bracht de Atlantische blokkade, met koud winterweer bij ons. Later in januari lijkt hetzelfde te gaan gebeuren, nu versterkt door de secondaire opwarming.

  • Haal alvast wat strooizout in huis om een tweede winterse periode door te komen.

De anomalie van de geopotentiaal noordelijk van 65 graden noorderbreedte (* standaardafwijking). Gestreept links de upwelling vanaf half november. Doorgetrokken lijn rechts: downwelling in december en januari. Vanaf 10 januari betreft het een berekening.

Nieuwe winterkansen

In de weerpluimen wordt het koudere winterweer langzamerhand zichtbaar. De lange termijn berekening van het EC46 toonde het eerder al, en na een korte onderbreking opnieuw. Het hogedrukbolwerk boven Rusland breidt zijn invloed naar het westen uit, rond de maandwisseling is de atmosfeer maximaal geblokkeerd. De westcirculatie in aan banden gelegd. De stratosferische poolwervel heeft zich tegen die tijd echter weer hersteld. Blokkade-impulsen komen nu vanuit een andere regio, namelijk de tropen.

  • Met een sneeuwschop ben je de volgende sneeuwsituatie te slim af. Bestel hem hier.

De afwijking van de geopotentiaal op 500 hPa voor de periode van 26 januari tot 2 feburari 2026. Een sterk signaal voor hogdruk boven Oost-Scandinavië. Lagedruk boven de Middellandse Zee.

Madden Julinan oscillation in stelling gebracht

De Madden-Julian Oscillation – de MJO – is een onstabiliteitszone boven de tropen die langzaam oostwaarts beweegt. Indirect heeft dit – met een vertraging van 5 tot 10 dagen – gevolgen voor het weer in de gematigde zone. In de fase 6, en meer nog 7 en 8, leidt dit tot hogedrukopbouw in Noordwest-Rusland, Scandinavië en later Groenland. De andere fases bevorderen bij ons zonale stromingen, een westcirculatie dus. Eind december hielp de MJO bij de totstandkoming van blokkades, een maand later herhaalt zich dat patroon. En dat juist als de stratosfeer het dienaangaande laat afwaten.

Het verloop van de Madden-Julian Oscillation (MJO) index. Verwachting van 12 januari 2026: rood is dag 1, roze dag 5, oranje dag 10, blauw dag 15 en groen dag 20. Binnen de cirkel (de afgelopen tijd) is het signaal te zwak voor significante uitwerking. Zwarte lijn: de gemiddelde prognose.

Verdere vooruitzichten

Vanzelfsprekend is het effect van de MJO opnieuw maar tijdelijk. Halverwege volgende maand moet daarom opnieuw met een ommekeer rekening gehouden worden. Hoe nu verder? De recente seizoensberekening van het ECMWF toont sterke hogedruk boven Noord-Europa. Een blokkade die gaandeweg de lente meer kansen biedt aan zonnig en zacht weer. Een herhaling van de lente van vorig jaar is niet ondenkbaar, alleen een slag frisser/kouder. Droog. De Metoffice gaat hier overigens niet in mee. We gaan het zien.

De ECMWF seizoensverwachting, de anomalie van de 500 hPa geopotentiaal. Getoond wordt de gecombineerde verwachting voor februari, maart en april. Het vervolg voor de meteorologische lente wijkt weinig hiervan af.