EPAHulpverleners aan het werk in Lesbos

NOS Nieuws•vandaag, 07:11

  • Thijs Kettenis

    correspondent Zuidoost-Europa

  • Thijs Kettenis

    correspondent Zuidoost-Europa

Wat doe je als je op het strand staat en er een bootje vol vluchtelingen in angst probeert aan te meren? De meeste mensen zouden te hulp schieten en hulpverleners al helemaal. Maar in Griekenland leidde het tot een rechtszaak.

Vandaag begint op het eiland Lesbos de laatste fase van het proces tegen de Nederlander Pieter Wittenberg (78) en 23 andere hulpverleners. Zij staan terecht voor mensensmokkel, lidmaatschap van een criminele organisatie en witwassen.

Ze kunnen daarvoor maximaal twintig jaar celstraf krijgen. En dat terwijl ze alleen maar vluchtelingen aan wal hielpen, zeggen ze. In samenwerking zelfs met de Griekse kustwacht.

Mensenrechtenorganisaties spreken van de criminalisering van hulpverlening, bedoeld om hulpverleners af te schrikken en zo vluchten minder aantrekkelijk te maken. Vrijspraak is volgens hen de enige juiste uitkomst. Maar zelfs als die er komt, heeft het proces blijvende invloed op hoe hulpverleners op Lesbos hun werk doen.

Lastige afweging

Want al zijn het er een stuk minder dan tien jaar geleden, nog steeds komen in Griekenland vrijwel dagelijks per boot vluchtelingen aan. Vorig jaar 48.000 volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, van wie bijna 4000 op Lesbos. En dus zijn er ook nog steeds Nederlandse hulporganisaties actief. Maar die staan niet meer aan de oevers wanneer de bootjes aankomen, sinds de 24 hulpverleners in 2018 werden aangeklaagd.

“Als onze vrijwilligers nu een bootje zien aankomen, mogen ze zelf niets doen en moeten ze de bevoegde instanties bellen”, zegt Esther Vonk, directeur van de Stichting Bootvluchteling. Die organisatie biedt met artsen en verpleegkundigen medische en psychosociale hulp in het vluchtelingenkamp op Lesbos. “Dat is soms een heel lastige afweging. Er zijn een heleboel vormen van hulpverlening die de autoriteiten in verband brengen met mensensmokkel.”

Ze schetst het dilemma. “Het voelt tegennatuurlijk om weg te lopen als er een boot met mensen in nood aankomt. Maar je weet dat als je tegen de regels ingaat we mogelijk alle hulpverlening kunnen opdoeken, ook de medische hulp in het kamp. Dan krijgt niemand meer de zorg die zo hard nodig is.”

Toen de hulpverleners werden aangeklaagd, ontstond er een algemene angst onder hulpverleners.

Steffi de Pous, directeur van Because We Carry

Steffi de Pous, directeur van Because We Carry, woonde in 2018 op Lesbos en komt er nog regelmatig. Haar stichting richt zich vooral op vrouwen en kinderen op de vlucht.

“Toen Pieter en de anderen werden aangeklaagd, ontstond er een algemene angst onder hulpverleners. Wij reden nog rond met een auto met daarin medische instrumenten, dekens, water, eten en schone kleren. Maar die mochten we dus niet meer gebruiken als er bootjes aankwamen.”

Met haar team maakte De Pous dan een inschatting hoe hulpbehoevend mensen waren. “Dan maakten we een plannetje en belden netjes de kustwacht. Als die kwam, hadden we negen van de tien keer toch al wel geholpen. Dekens gegeven of zo. Maar we durven sindsdien niet meer het water in.”

Pushbacks

Belangrijk bij het dilemma: er zijn inmiddels stapels bewijs dat de kustwacht vluchtelingen terugduwt naar Turkije, soms met geweld, ook als ze al op Lesbos zijn aangekomen. Ze worden soms op stuurloze opblaasbare vlotten naar open zee getrokken. De Griekse autoriteiten ontkennen zich schuldig te maken aan deze illegale pushbacks.

De angst zit er inmiddels goed in. De Pous zegt de afgelopen jaren meerdere keren plotseling te zijn gestopt met het verlenen van hulp. Omdat er ineens drones boven haar en haar collega’s verschenen, bijvoorbeeld. “Een keer zat iemand met een verrekijker naar mij te turen. Ik moet nu stoppen met helpen dacht ik, want ik wil niet in de gevangenis komen. Maar waarvoor kom ik dan eigenlijk vast te zitten? Als ik nou op een jetski de zee op was gevaren, een touw had uitgegooid en die bootjes vanuit Turkije Griekenland in sleepte… Maar omdat ik iemand een deken, een flesje water of een mueslireep heb gegeven?”

Voorzichtiger geworden

Zelfs als Wittenberg en de 23 anderen worden vrijgesproken, heeft de zaak wel ruim zeven jaar boven hun hoofd gehangen. Ze moesten zich doorlopend beschikbaar houden voor de Griekse justitie, en sommigen kwamen door de verdenking lastig aan het werk.

“Wij zijn als organisatie veel voorzichtiger geworden”, zegt Vonk. “Je vraagt je voortdurend af: wat zijn de risico’s voor onze medewerkers en vrijwilligers? Waarvoor kun je aansprakelijk gehouden worden? Want je wil niet dat iemand jaren in zo’n proces terechtkomt. Dus ook al missen de beschuldigingen elke grond, dan toch blijven ze een rol spelen in ons werk.”