Zodra het donker wordt, gaan de telefoonzaklampjes omhoog. De avond valt en een mars van honderden, zo niet duizenden demonstranten trekt stapvoets van de Dam naar het Rokin. „SOS Iran”, klinkt het. „Fuck Fuck Khamenei”, en „Freedom for Iran”.

De mars is daarmee een Amsterdamse versie van de inmiddels wereldwijde solidariteitsbetogingen met het Iraanse volk. Sinds eind vorig jaar wordt massaal gedemonstreerd in Iran tegen het onderdrukkende regime geleid door ayatollah Khamenei en de economische malaise in het land. 

Het regime tracht de opstand met veel geweld te onderdrukken. Volgens de laatste cijfers zijn er inmiddels zo’n drieduizend mensen gedood, een aantal dat mogelijk veel hoger ligt. Sinds een aantal dagen is het land afgesloten van internet. Waar demonstraties ontstaan, wordt soms tijdelijk de stroom uitgezet, wat demonstranten beantwoorden door massaal de zaklampjes op hun telefoon aan te zetten. 

Vandaar die lichtjes op het Rokin dus, zegt Pouneh Safari, een vijftiger met rode lippenstift. Ze is gevlucht uit Iran maar heeft daar nog altijd veel vrienden en familie. Haar laatste bericht aan een vriendin in Teheran – „Hoe gaat het?”, van voor de internetblokkade – bleef onbeantwoord. Wat rest zijn de verschrikkelijke beelden die haar Instagram-feed vullen, vertelt ze. „Hier, kijk.” Ze pakt haar telefoon en toont een filmpje waarin geschoten wordt op demonstranten. „Het is een bloeddorstig regime. Dat moet veranderen.”

Vlaggen uit de tijd van de sjah

De demonstratie is georganiseerd door Yasmin Katibai (43), een onderwijzer uit Hoofddorp die met haar ouders het regime in Iran ontvluchtte. „We moeten ons steentje bijdragen”, zegt ze. „De mensen in Iran kunnen het niet alleen. Er is hulp van buiten nodig.”

Die overtuiging wordt breed gedeeld in de mars. Naast de Iraanse vlaggen van vóór de Islamitische Revolutie, uit de tijd van het seculiere bewind van de sjah, wapperen er veel Israëlische en Amerikaanse vlaggen.

Amerikaanse, Israëlische en Iraanse vlaggen uit de tijd van vóór de islamitische revolutie, woensdag op de  Dam in Amsterdam.

Amerikaanse, Israëlische en Iraanse vlaggen uit de tijd van vóór de islamitische revolutie, woensdag op de Dam in Amsterdam.

Foto Zara Nor

Zoom in

De demonstranten zien Israël en de VS als bondgenoten in de strijd tegen het streng islamitische regime in Iran. „Mr. President Trump, please help the people of Iran”, staat op een A4’tje dat Ramin en Kamran, beide veertigers, achternamen bekend bij de redactie, op een Amerikaanse vlag geplakt hebben.

„We hebben elkaar net ontmoet in de trein”, zegt Ramin. „Hij zag mijn A4’tje, ik zijn vlag, toen raakten we aan de praat.” Trump en Netanyahu zijn de enige wereldleiders waarin zij nog vertrouwen hebben, zegt Ramin. Zij zetten tenminste écht druk op het bewind, vindt Ramin, anders dan de Europese landen die amper sancties instellen.

In Iran wordt soms de stroom uitgezet in wijken waar demonstraties ontstaan. Betogers zetten dan massaal de lampjes van hun telefoon aan. „Vandaar de lichtjes op het Rokin”

Hij was dan ook verheugd toen de VS in juni 2025 bombardementen uitvoerden op Iran. „Nu moet hij het regime aanvallen”, vindt Ramin. Niet iedereen denkt er zo over, weet Katibai (43). Zelf had ze een dubbel gevoel over de Amerikaanse aanvallen, zegt ze. „Niemand wil dat zijn land gebombardeerd wordt. Maar als je geen hoop meer hebt…”

„Kijk, hoor je dat!” Pouneh Safari spitst haar oren. „Long live Pahlavi”, „long live Pahlavi”, klinkt het vanuit de mars. De demonstranten bezingen Reza Pahlavi, de oudste zoon van de in 1979 afgezette sjah van Iran, die al jaren zich vanuit de VS afzet tegen het huidige regime. Hij presenteert zich nu als leider van de demonstraties, maar er bestaat onder experts veel onduidelijkheid over hoe groot de aanhang is van de 65-jarige ‘kroonprins’, die fan is van Trump en zich positief uitlaat over Israël. 

Tijdens deze mars houden echter veel demonstranten zijn beeltenis in de lucht. Pahlavi is hier geliefd, vanwege de democratische en seculiere idealen voor Iran die hij tentoonspreidt. „Hij is onze enige hoop”, zegt Kamran. Safari: „Hij heeft goeie plannen voor het land en wil verkiezingen organiseren. Hij wil democratie, net zoals hier.”

Naast gevluchte Iraniërs trekt de demonstratie ook christelijke en joodse Nederlanders, valt op. Voorafgaand aan de demonstratie deed de pro-Israëlische organisatie Stand With Us een oproep om naar de demonstraties te komen. Organisator Katibai (43), die zelf ook pro-Israëlische demonstraties bezoekt, was blij met die oproep. „Ik steun hun, zij steunen mij. Alle steun is welkom.” 

Bidden voor Iran

„Bring your Israeli flags”, stond er in de aankondiging van Stand With Us. Daar heeft Ingrid van Hoogdalem (67) gehoor aan gegeven. Normaal gesproken demonstreert ze wekelijks op de Coolsingel in Rotterdam voor het overbrengen van het laatste lichaam van een in Gaza omgekomen Israëlische gijzelaar, maar nu wil ze de Iraniërs steunen, tégen het Iraanse regime. „Ik vind het vooral heel erg dat er christenen zijn in Iran zijn die niet vrij kunnen leven.” 

Naast haar staat Vincent van der Horst (43) die zichzelf omwikkeld heeft met een Israëlische vlag. Ze kennen elkaar van een christelijke appgroep voor mensen die bidden voor Israël. „Nu bidden we ook voor Iran”, zegt Van der Horst. Zijn stem komt nauwelijks boven de leuzen voor Reza Pahlavi uit. Is hij, net zoals de Iraniërs hier, ook voorstander van de Iraanse kroonprins?

„Reza, wie is dat?
„Van de sjah”, zegt Van Hoogdalem.
„Oh, die ken ik eigenlijk niet.” 

Niet iedereen is blij met het Israëlische vlagvertoon, blijkt gedurende de mars. Een paar keer roept een omstander „Fuck Israël” naar de demonstranten. Een man van in de zeventig die al tien jaar op de Dam demonstreert voor Palestina, vindt de vlaggen „provocerend”. Zodra de mars het Rijksmuseum nadert, trekt een voorbijkomende hardloper een Israëlische vlag uit de handen van een man, om die in het water te gooien.

ran Protest Dam Amsterdam 140126 Zara Nor

ran Protest Dam Amsterdam 140126 Zara Nor

Zara Nor

Zoom in

Maar verder blijft het rustig, terwijl de stoet langzaam door Amsterdam trekt. Eenmaal aangekomen op het Museumplein houdt de menigte halt voor het Amerikaanse consulaat. De voorste linie ontvouwt een meterslange vlag van het Iran van vóór de Islamitische Revolutie. De zaklampjes gaan weer omhoog. Een noodaggregaat wordt in werking gesteld om met een speaker nóg harder leuzen te kunnen roepen. „SOS Iran”, roepen ze richting het consulaat, al lijkt daar niemand aanwezig te zijn: nergens brandt licht.

De nieuwe vrienden Ramin en Kamran houden nog eenmaal hun Amerikaanse vlag in de lucht. Er is inmiddels een extra sticker opgeplakt: de vlag van Israël.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie

De journalistieke principes van NRC