Niet eerder waren er zo veel popconcerten als de afgelopen jaren, toch staat live popmuziek in Nederland onder druk. Dat concluderen onderzoekers Britt Swartjes en Martijn Mulder in de tweede editie van de Livemuziek Monitor, die zij donderdag presenteren tijdens showcasefestival en conferentie Eurosonic Noorderslag (ESNS) in Groningen.
De onderzoekers telden in 2023 een recordaantal van 29.000 popoptredens op Nederlandse podia en festivals. Maar het aantal plekken waar popconcerten georganiseerd worden, nam de afgelopen jaren af, net als het aantal popfestivals. Popconcerten zijn steeds meer geconcentreerd op dezelfde plekken, blijkt uit de monitor. Ook spreken de onderzoekers van een ‘ontfestivalisering van Nederland.
Met name de laagdrempelige concerten nemen af: op kleine podia, in cafés, clubs, buurthuizen en in de openbare ruimte. „Dat zijn juist de informele speelplekken, waar mensen veelal zonder ticket in aanraking kunnen komen met muziek”, zegt onderzoeker Martijn Mulder.
In 2008 was ruim een kwart van de concerten nog op zo’n informele speelplek, in 2024 is dat nog maar 8 procent. Zowel voor het publiek als de artiest is er sprake van verschaling. Zo kunnen opkomende artiesten minder ervaring opdoen met live spelen in dat informele circuit, voor ze grotere zalen aandoen. Als mogelijke oorzaak van de afname noemt Mulder kostenstijgingen en de toegenomen regeldruk voor live muziek.
Het aantal plekken waar popconcerten georganiseerd worden neemt sneller af buiten de Randstad, met uitzondering van Groningen waar het aantal podia zelfs toenam. In Drenthe en Flevoland nam het aantal podia het snelst af: met 50 procent tussen 2019 en 2024.
„Je zou kunnen zeggen dat popmuziek minder toegankelijk wordt, vooral voor de mensen die minder snel een ticket kunnen betalen”, volgens Mulder.
Daarmee is de popsector „echt aan het veranderen”, volgens de onderzoeker. „De kracht van popmuziek is altijd dat laagdrempelige geweest.” Ook voor de artiest: „Je kunt bij wijze van spreken op iedere straathoek een gitaar oppakken en muziek maken. Daarmee onderscheidt het zich van andere podiumkunsten, zoals theater of klassieke muziek.”a
Voor de Live Muziekmonitor analyseerden Swartjes, onderzoeker bij de Boekmanstichting, en Mulder, als onderzoeker verbonden aan de Hogeschool Rotterdam, meer dan 387.000 concerten van bijna 43.000 artiesten die tussen 2008 en 2024 in Nederland hebben opgetreden. De onderzoekers begonnen het onderzoek in de coronaperiode, toen de behoefte aan cijfers over de omvang van de live muzieksector groeide. De eerste editie presenteerden ze in 2022, met cijfers tot en met 2019.
Ontfestivalisering
Voor de analyses gebruiken de onderzoekers de database van Podiuminfo en Festivalinfo, twee sites waarop al ruim twintig jaar het overgrote deel van de optredens van popartiesten in Nederland terug te vinden is. Of in ieder geval de optredens die online aangekondigd zijn. Oprichter Rob van der Zwaan begon de sites als een hobbyproject. „Zo’n database is nooit helemaal volledig”, zegt Mulder. „Maar als ik collega’s in het buitenland spreek, zijn ze jaloers dat we in Nederland zo’n grote dataset hebben.”
De „ontfestivalisering” blijkt uit het feit dat het aanbod van festivals zo ongeveer halveerde tussen recordjaar 2016 (1.165 festivals) en 2024 (628 festivals). Deze afname is ver voor de coronacrisis al ingezet, zegt Mulder, die spreekt van een „overaanbod” van festivals rond 2016. Vanaf die periode zijn grote steden ook kritischer gaan kijken naar de vergunningverlening van festivals.
Wat in de afgelopen jaren juist toenam, was het aantal optredens van cover- en tributebands. In 2024 waren er zo’n 1.800 tributeconcerten, goed voor bijna 7 procent van het totaal aantal concerten. In 2013 was dit slechts 2,5 procent. „De populariteit is niet heel gek, als je bedenkt dat de ouderen van nu de eerste generatie zijn die opgroeide met popmuziek. Zij luisteren graag opnieuw naar de muziek uit hun jeugd”, zegt Mulder.
De artiesten die tussen 2008 en 2024 het meest in Nederland hebben opgetreden, zijn De Dijk (610 optredens) en Ali B (566). Tussen 2021 en 2024 staat De Jeugd van Tegenwoordig bovenaan met 369 optredens, gevolgd door Chef’Special (295) en Douwe Bob (291).
Dat dit allemaal mannen zijn, is geen toeval. Het overgrote deel van de optredende popartiesten is man en het aandeel vrouwen is de afgelopen jaren amper toegenomen. Tussen 2017 en 2019 steeg het aandeel vrouwen en non-binaire personen nog van bijna 15 procent naar bijna 20 procent. In de jaren erna daalde dat percentage weer tot 18 procent in 2024. Tweederde van de artiesten zijn in 2024 man, de overige 15 procent van de acts bestaat uit mannen en vrouwen.
De balans is ongelijker bij de groep artiesten die het meest optreden. Ook zijn mannen over het algemeen in staat om een langere live carrière op te bouwen dan vrouwen, blijkt uit de monitor. „De muzieksector is nog steeds een mannenbolwerk”, zegt Mulder. „Terwijl vrouwelijke artiesten in de charts heel populair zijn.”
Lees ook
Nog één keer knallen in het weiland van Hooglanderveen: Willems Wondere Weiland houdt er na 25 jaar mee op

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
De journalistieke principes van NRC