NOS

NOS Sport•vandaag, 13:48

  • Rens Went

    redacteur NOS Sport

  • Rens Went

    redacteur NOS Sport

De toekomstige wereldkampioen schaken is nu een kind op een slaapkamertje achter een computerscherm in Delhi, Peking of waar dan ook ter wereld. Misschien wel gewoon in Nederland.

Als zo’n uniek talent in jouw land opduikt, kun je er maar beter klaar voor zijn, is het idee van de Nederlandse schaakbond, die specifiek beleid ervoor voert.

Maar zoekend naar een toekomstige Nederlandse wereldkampioen stuit de bond op een ethisch vraagstuk.

Want topschakers zoals op het Tata Steel-toernooi, dat zaterdag begint, worden alsmaar jonger, met de 14-jarige Turk Yagiz Kaan Erdogmus en 12-jarige Argentijn Faustino Oro als recentste voorbeelden. De gemiddelde leeftijd is met 23 jaar het laagste ooit.

“Dertig jaar geleden had ik je niet durven voorspellen dat er een 14-jarige schaker in de hoofdgroep zou spelen”, zegt toernooidirecteur Jeroen van den Berg.

Schaken verjongt, talenten breken vroeg door en dus is talent op jonge leeftijd eruit pikken essentieel. Dat is in Nederland niet het probleem, zegt Jeroen Bosch, technisch directeur van de bond. “We zijn een relatief klein land en goed georganiseerd met verenigingen en toernooien.”

Naam niet noemen

Het nieuwste veelbelovende Nederlandse talent is al ontdekt, verklapt Bosch. Maar: “Ik denk niet dat het slim is om zijn naam nu al te noemen.” Uit bescherming, zodat de bond de verwachtingen en verplichtingen die jonge talenten als Erdogmus en Oro in andere landen ondervinden niet te groot maakt.

ANPFaustino Oro nam vorig jaar als 11-jarige ook deel in Wijk aan Zee

“Veel toptalenten gaan niet normaal naar school. Ze reizen op jonge leeftijd de wereld over en trainen permanent met hun schaakcoach”, zegt Bosch. “Dat is niet de situatie die we in Nederland kunnen reproduceren. Dat vinden we misschien ook niet maatschappelijk wenselijk. Hoe jong mag je met talenten aan de gang gaan en wat is ethisch verantwoord?”

Cultuurverschil

“Dat je op jonge leeftijd al als een profsporter door het leven gaat, is in de Nederlandse cultuur niet gebruikelijk”, merkt Van den Berg op. “Dat vinden we raar.”

“Maar in het buitenland gebeurt het wel, daar worden die toptalenten helemaal vrijgemaakt voor schaken. Het is een cultuurverschil, daar zijn ze trots als een jongen of meisje uitblinkt in een bepaalde tak van sport.”

Tegen de wereldtop

Het ultieme doel van de schaakbond kwam eind december plots behoorlijk dichtbij: de eerste Nederlandse wereldkampioen sinds Max Euwe in 1935. Eline Roebers (19) eindigde als derde op het WK blitz.

Verder is Anish Giri (31) in april op het kandidatentoernooi een grote kanshebber om uitdager te worden van de huidige wereldkampioen klassiek schaken Dommaraju Gukesh.

Dat Nederland tegen de top van de schaakwereld aanschurkt, is geen toeval. De bond voert een beleid dat zich er specifiek op richt. De doelen zijn helder: één speler in de top tien van de wereld (Giri staat zevende) en twee in de top 30. In de top 100 staan nu vier Nederlanders. In West-Europa zijn alleen Frankrijk en Duitsland sterker.

Tegelijkertijd is de concurrentie groter dan ooit, want relevante schaakkennis is door de digitalisering van het schaken voor vrijwel iedereen op elke uithoek van de planeet online beschikbaar.

“Het is niet langer zo dat die kennis op één bepaalde plek zit, zoals vroeger bijvoorbeeld in de Sovjet-Unie”, zegt Bosch. “Nu is er zo ontzettend veel vrij beschikbaar op internet. En je krijgt hulp van schaakcomputers in je analyses.”

Jonger sterker

Die online opkomst van de denksport leidde ertoe dat schakers steeds jonger beginnen en ook sneller beter worden.

Langzaam wordt dat de norm voor succes. Begin je pas in je tienertijd, dan loop je cruciale trainingsjaren mis. Veel grote schaaktalenten zoals Erdogmus hebben al persoonlijke sponsors en ingehuurde trainers.

  • ANPEline Roebers op het Tata Steel-schaaktoernooi in 2024
  • ANPAnish Giri op het Tata Steel-schaaktoernooi in 2025

Vorige slide

Volgende slide

De Nederlandse schaakbond staat niet zo vroeg bij de grootste talenten op de stoep. Bosch: “8-jarigen kunnen prima op een lokale schaakclub training krijgen. Op een gegeven moment komt er wel een punt waarop wij als bond vragen: kunnen wij helpen?”

Maar wat lastig blijft: “Moet je een kind uit zijn thuissituatie halen? In Nederland is dat niet nodig, denken wij. In de schaaksport is dat sowieso niet noodzakelijk, we kunnen goed online trainen.”

De bond doet alles wat mogelijk is om jong talent in Nederland op te pikken en beter te maken, weet Van den Berg. “En dat lukt ook. Maar als je het vergelijkt met andere landen, zoals China en India, zie je de cultuurverschillen.”

“Als Nederland een supertalent als Erdogmus krijgt, zal hij toch een achterstand hebben.”