De 60-jarige Reza komt net met zijn gezin aan op de luchthaven. Hij is arts op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in het westen van Iran en wil graag vertellen wat hij heeft meegemaakt de afgelopen week. “Ik heb gewerkt tijdens rampen, tijdens oorlogen. Ik heb veel tragische dingen gezien in mijn leven, maar dit is het ergste wat ik ooit heb meegemaakt”, zegt hij.
Erger dan oorlog
De tranen staan in de ogen van de arts. “Ik kon niet geloven wat ik zag. Dat zoveel mensen zo makkelijk gedood konden worden. Het was erger dan oorlog.”
Reza is niet zijn echte naam, hij wil anoniem blijven. “Want ieder gesprek of interview kan worden gezien als grote misdaad, als daad van opstand. En bij zo’n misdaad krijg je geen eerlijk proces”, verklaart hij. Volgens Reza lagen de gangen van het ziekenhuis waar hij werkt vol met doden. In diezelfde gangen zochten ouders naar de lichamen van hun kinderen. Gewonden zag hij weinig, vertelt de arts, omdat die niet naar het ziekenhuis durfden te komen.
De arts gaat een paar dagen naar het buitenland. “Je kunt je voorstellen dat veel mensen uit de medische sector heel erg van streek zijn. Ik moet rust in mijn hoofd, ik moet even weg. Daarna ga ik weer terug naar Iran. Ik kan niet voorspellen wat er in de toekomst gaat gebeuren, maar mensen kunnen niet met hun blote handen vechten. De andere kant heeft geweren en wapentuig, mensen kunnen daar niet tegenop.”
‘In de avond demonstreren levensgevaarlijk’
Een vrouw van midden 50 uit Isfahan beschrijft hoe de zoon van een vriendin van haar is doodgeschoten. “Natuurlijk was het eng. Maar vooral voor mensen die zijn gaan demonstreren, niet voor mij. Ik ben thuis gebleven. Als de jongeren in de avond gaan demonstreren, is dat levensgevaarlijk.”
Fardin, ook niet zijn echte naam, vertelt dat hij voor het eerst in 18 jaar tijd naar Iran was gereisd, om familie te bezoeken. “Zodra ik aankwam zag ik vreselijke dingen. Onze jongeren, de jonge generatie wordt afgeslacht. Ze doden heel veel jongeren”, vertelt hij. De man is vooral in hoofdstad Teheran geweest. “Mijn zoontje is ergens anders geboren. Hij was doodsbang. We zagen voor onze neus gebeuren hoe de politie jongeren arresteerde en doodsloeg.”
In deze video vertellen Iraniërs wat ze hebben meegemaakt:
De Iraniërs die praten met journalisten lopen gevaar. En toch willen veel van hen graag spreken. Fardin haalt diep adem: “Ik hoop dat we op een dag vrij zullen zijn en dat de hele wereld ons hoort. Onze mensen zijn ongelukkig en er is geen reden voor blijdschap. Dat is heel verdrietig. In mijn land wordt alles met dwang opgelegd. Geen van die politici geeft iets om het volk. Ik hoop dat we op een dag vrij zullen zijn. Ik keer nu terug, maar mijn hart is nog bij mijn volk.”
Veel zorgen
Bij Iraniërs die op het vliegveld van Istanbul vertrekken naar Iran zijn er vooral zorgen. Er leeft onzekerheid over familieleden, over wat de toekomst brengt. Een Iraanse man van begin 30 brengt zijn moeder weg, die vandaag naar Teheran vliegt. Ze woont er. “Wat er daar gebeurt weten we niet, behalve van video’s die naar buiten komen. Het is heel verdrietig en ook eng. Ik wil wel meer zeggen, maar dat durf ik niet”, zegt hij. Hij zwaait zijn moeder uit en loopt met tranen in zijn ogen weg.
Roozbeh woont in Berlijn. Hij vliegt vandaag ook naar Teheran. Zijn familie daar heeft hij al dagen niet gesproken. “We weten niet waar we heen vliegen. We horen enge berichten. Mijn moeder woont daar en is ziek, daarom gaan we nu. Maar zoveel vluchten zijn gecanceld, we hopen dat we nu kunnen gaan. Verder kan ik niets zeggen, het is te eng. We hebben net uit voorzorg alle geschiedenis op onze telefoons gewist.”
De meeste mensen die naar Iran vliegen willen niet praten met journalisten. “Over politiek hebben we het niet”, zegt een vrouw die haar koffers net heeft ingeleverd.
‘Natuurlijk ben ik bang’
Saïd van begin 40 hoort dat we van de Nederlandse televisie zijn. “Dan kunnen we Nederlands spreken”, zegt hij lachend. Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw en woont buiten Iran. “Ik reis, maar ik heb geen idee wat er gaat gebeuren. Dat weet niemand.” Hij zegt het niet eng te vinden om te gaan, maar wil verder weinig zeggen.
“Het is heel pijnlijk, het is een ondraaglijke ervaring”, zegt de 40-jarige Hamid. “Door de internetblokkade weet ik niet of mijn familie veilig is, dus we moeten wel naar Iran reizen. Dit is het ergste wat een overheid kan doen tegen zijn mensen, al het internet en de communicatie afsluiten. Het enige wat we konden doen was soms met familie bellen, en dat heeft de overheid ons nu afgenomen”, zegt hij.
“In de paar telefoontjes die ik in de eerste dagen van het protest nog kreeg, toen het internet er nog niet uit lag, was het verhaal steeds hetzelfde. Het was geen leugen. Ze zeiden allemaal dat het geweld tegen de demonstranten heel heftig was. Natuurlijk ben ik bang.”
De spanning rond de macht in Iran loopt steeds verder op. Hoe het zit met de ayatollah, de verbannen kroonprins en de Amerikaanse president Donald Trump, leggen we uit in deze video: