EcoDesign-label betekent niet per se duurzaam

Sinds 2022 mogen houtkachels alleen nog worden verkocht met een EcoDesign-label. Het is geen keurmerk voor duurzaamheid, maar een minimumeis om überhaupt op de markt te mogen verschijnen.

Om het label te krijgen, moet een kachel in een laboratorium aantonen dat het rendement voor houtkachels minimaal 65 procent is en voor pelletkachels 79 procent. Dit betekent dat dit deel van de energie in het hout ook echt als warmte de kamer in moet gaan. Ook moet de uitstoot van fijnstof onder 40 mg/m³ blijven. Ter vergelijking: een oude open haard stoot vaak meer dan 800 mg/m³ uit.

Het probleem is dat de fabrikanten deze tests vaak uitvoeren in een laboratorium, waar de omstandigheden perfect zijn. Jouw woonkamer heeft dat waarschijnlijk niet. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) waarschuwt dat de uitstoot bij je thuis vaak vijf tot tien keer hoger ligt dan in de folder staat. Uit onderzoek van de ILT en TNO in 2024 bleek zelfs dat 80 procent van de geteste EcoDesign-kachels de beloofde waarden in de praktijk niet haalt. Zodra je de deur van de kachel opent om hout bij te vullen, of als de schoorsteen niet optimaal trekt, gaat dat meteen ten koste van de luchtkwaliteit.

De impact van installatie en gebruik

De Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) herkent dit verschil. Zij noemen een kachel een ‘halffabricaat’: pas door een goede installatie en het juiste gebruik wordt het een werkend product. De NHK stelt: “Absolute garanties over emissies in elke situatie zijn niet realistisch en worden door de sector ook niet gesuggereerd. Om die reden zet de sector in op erkende vakinstallateurs, gecertificeerde rookkanalen, gerichte gebruikersvoorlichting en, waar mogelijk, gebruikstraining.”

Een woordvoerder van Milieu Centraal zegt dat de werkelijke uitstoot heel anders kan uitvallen dan op papier staat: “Fabrikanten presenteren nieuwe kachels als veel schoner, maar bij een fijnstofexperiment dat we gedaan hebben bij een gezin thuis deed een EcoDesign-kachel het soms helemaal niet beter dan een oud model. Dat hangt namelijk ook af van of het apparaat op de juiste manier is geïnstalleerd. “Natuurlijk doen aanbieders hun best om een zo goed mogelijk apparaat te maken, maar hout verbranden blijft wat het is: een proces waarbij schadelijke stoffen vrijkomen.”

De NHK benadrukt dat rook in de kamer niet bij het apparaat hoort: “Bij moderne houtkachels die vakkundig zijn geïnstalleerd en op de juiste wijze worden gebruikt, is in beginsel geen sprake van emissies in de woonkamer.” Volgens de branche gebeurt dit alleen door fouten, zoals een onjuiste installatie of verkeerd gebruik.

Waarom hout vaak slechter scoort dan gas

In vrijwel elke online showroom van kachels kom je de kreet “gesloten kringloop” tegen. Het is een argument dat stelt dat een boom tijdens zijn leven CO2 uit de lucht opneemt, en dat diezelfde hoeveelheid weer vrijkomt als je het hout verbrandt. In die theorie stoot je dus netto niets extra’s uit en ben je ‘klimaatneutraal’ bezig. Het wordt verkocht alsof je de CO2-uitstoot direct weer weg kan strepen door een nieuwe boom te planten.

Maar in de praktijk gaat dat niet op. Milieu Centraal en het RIVM waarschuwen dat deze rekensom jaren groei over het hoofd ziet. De CO2 die jij op een koude januari-avond door de schoorsteen jaagt, heeft een boom er 20 tot 50 jaar over gedaan om op te slaan.

Rendement en warmteverlies

De branche spreekt liever van ‘hernieuwbare energie’ dan van ‘klimaatneutraal’. Volgens de NHK is de kachel een lokale verwarmer die helpt om minder fossiel gas te verbruiken: “Duurzaamheid is daarbij een bredere afweging dan uitsluitend CO2 per kilowattuur.”

Ook efficiëntie is een kwestie. Een moderne CV-ketel op gas haalt bijna alle energie uit de brandstof en zet deze direct om in warmte. Een houtkachel is, hoe modern ook, minder efficiënt. Er gaat veel warmte verloren via de schoorsteen en de verbranding is nooit zo volledig. Bovendien is de warmte van een kachel vaak plaatselijk en daardoor niet genoeg om het hele huis te verwarmen. Volgens Milieu Centraal hebben veel mensen vooral het romantische en gezellige beeld van de kachel, waardoor er minder rekening wordt gehouden met de impact op het klimaat en de gezondheid.

De Stookwijzer: van advies naar lokale wet

De Stookwijzer is een website waarop je kunt zien of het weer en andere omstandigheden geschikt zijn om te stoken. In bijna 300 gemeenten wordt de Stookwijzer actief gebruikt. In een groeiend aantal van deze gemeenten is de wijzer inmiddels officieel opgenomen in het Omgevingsplan, waardoor het advies verandert in een lokale wet. Wanneer de wijzer op oranje of rood staat, zoals vaak gebeurt bij mist of windstil weer, geldt er een stookverbod. 

Amersfoort loopt hierin voorop: daar gaan handhavers bij ongunstig weer daadwerkelijk de wijk in om te controleren op rookoverlast. Wie daar bij code oranje of rood toch stookt, riskeert een dwangsom van 100 tot 400 euro. Utrecht gaat nog een stap verder en werkt toe naar een volledig verbod op houtstook binnenshuis vanaf 2030, ongeacht de weersomstandigheden.

Milieu Centraal ziet de trend om lucht in wijken gezonder te krijgen landelijk toenemen: “Er is een duidelijke kentering gaande in hoe gemeenten hiermee omgaan. Het onderwerp staat in veel gemeenten op de agenda en er wordt nieuw beleid gemaakt. Je kunt diep in de buidel tasten voor de best mogelijke kachel en perfect stoken, maar als de buren klagen of de lokale regels veranderen, houdt het toch op.”

De NHK wijst erop dat de Stookwijzer landelijk een advies is en geen wet. Volgens de branche is het landelijke beleid niet gericht op een verbod: “De beleidsinzet is gericht op emissiereductie en verbetering van luchtkwaliteit, niet op het verbieden van een specifieke verwarmingsvorm.”

Is de investering dan wel rendabel?

Een moderne houtkachel van kwaliteit is in 2026 een flinke investering. Voor een veilig dubbelwandig rookkanaal en professionele installatie ben je al snel tussen de 5.000 en 7.000 euro kwijt. Er wordt vaak beloofd dat dit bedrag terugverdiend wordt omdat je minder gas gebruikt. Maar volgens data van Milieu Centraal geeft de Stookwijzer gemiddeld de helft van de tijd code oranje of rood aan, waarop je dus niet mag stoken.

Milieu Centraal schat in dat je de kachel op 50 procent van de koude dagen niet mag gebruiken vanwege het weer of lokale wetten. Die dagen bespaar je dan ook de helft minder op je gasrekening. Daarnaast werken steeds meer steden toe naar een aanscherping van wetten of een totaalverbod om rookoverlast voor de omgeving te voorkomen. 

Wat zijn de alternatieven?

Wil je wel sfeer in huis of besparen op de gasrekening, maar met minder risico’s? Kijk dan naar deze opties:

  • De hybride warmtepomp: Dit is momenteel de meest toekomstbestendige keuze. Het apparaat werkt samen met je huidige CV-ketel en bespaart tot 70 procent op je gasverbruik, zonder dat je afhankelijk bent van het weer of stookverboden.
  • De pelletkachel: Een pelletkachel brandt een stuk schoner dan een houtkachel door de automatische verbranding. Toch is dit geen vrijbrief. Ook voor pelletkachels geldt in steeds meer gemeenten dat de Stookwijzer leidend is.
  • De elektrische haard: Voor wie puur voor de gezelligheid gaat. De moderne varianten (met waterdamp of led-techniek) lijken erg op een dansend vuurtje. Je hebt dan geen rookkanaal nodig en stoot nul fijnstof uit.

Ondanks alle technieken en labels blijft de impact op je gezondheid een struikelblok met een kachel. Milieu Centraal: “Je ontkomt er simpelweg niet aan dat er fijnstof vrijkomt in je woning. Ook kleine hoeveelheden kunnen schadelijk zijn. Vergelijk het met sigaretten: een heel pakje is slechter, maar ook één enkele sigaret is al schadelijk.”

Je krijgt dan ook geen stooktips van Milieu Centraal, maar wordt uitgenodigd om goed na te denken over de blijvende risico’s. De volledige reactie van de NHK lees je onderaan dit artikel.

Bronnen:

  • Milieu Centraal
  • Evaluatie meetmethoden EcoDesign kachels – ILT en TNO
  • Informatiepunt Leefomgeving
  • Emissieregistratie

Reactie Nederlandse Kachel- en Haardenbranche

1. Praktijkemissies en Ecodesign-normen

De Ecodesign-normen zijn Europese producteisen die worden vastgesteld op basis van gestandaardiseerde testmethoden. Deze testen zijn bedoeld om toestellen onderling vergelijkbaar te maken, niet om elke individuele praktijksituatie exact te voorspellen.De branche benadrukt daarom al jaren dat een houtkachel een halffabricaat is, de uiteindelijke emissies worden in sterke mate bepaald door installatie, brandstofkwaliteit en gebruikersgedrag. Om die reden zet de sector in op erkende vakinstallateurs, gecertificeerde rookkanalen, gerichte gebruikersvoorlichting en, waar mogelijk, gebruikstraining. Absolute garanties over emissies in elke situatie zijn daarbij niet realistisch en worden door de sector ook niet gesuggereerd.Dat correct gebruik en stookmethode van grote invloed zijn, wordt ook onderschreven in eerdere overheids- en gemeentecampagnes, zoals “Acht tips om schoner hout te stoken”, waarin optimalisering van het stookgedrag centraal staat.Ten aanzien van het door u genoemde ILT-onderzoek merken wij op dat daarin geen generieke vaststelling wordt gedaan dat 80% van de Ecodesign-kachels in de praktijk structureel de emissienormen overschrijdt.Het rapport laat vooral zien dat verschillende meet- en testmethoden tot uiteenlopende uitkomsten kunnen leiden, wat het belang onderstreept van zorgvuldige interpretatie en context.

Emissies in de woonruimteIn aanvulling hierop is het van belang onderscheid te maken tussen emissie bij de bron en eventuele blootstelling binnenshuis. Bij moderne houtkachels die vakkundig zijn geïnstalleerd en op de juiste wijze worden gebruikt, is in beginsel geen sprake van emissies in de woonkamer. De rookgassen worden immers via een “trekkend” en deugdelijk aangelegd rookkanaal gecontroleerd naar buiten afgevoerd.Alleen in situaties waarin sprake is van een onjuiste installatie, onjuist gebruik (bijvoorbeeld te snel bijvullen), onvoldoende trek of onbedoelde onderdruk in de woning kan rookterugslag optreden. Dit betreft geen generieke eigenschap van het toestel zelf, maar zegt iets over de installatiekwaliteit en deskundig gebruik. Juist om die reden hecht de sector groot belang aan vakbekwame installatie en naleving van geldende bouw- en veiligheidsnormen.Ten overvloede wijzen wij erop dat emissie niet gelijk is aan blootstelling! De aanwezigheid van emissies bij een verbrandingsproces zegt op zichzelf niets over de feitelijke blootstelling van bewoners of omwonenden.

2. Beleidsontwikkelingen en gebruiksbeperkingen

Er bestaat in Nederland momenteel geen landelijk verbod op het gebruik van houtkachels. Instrumenten zoals de Stookwijzer zijn nadrukkelijk bedoeld als advies- en bewustwordingsinstrument en hebben geen wettelijke status.Daarbij merken wij op dat er op nationaal niveau geen vastgesteld overheidsbeleid bestaat dat is gericht op een generiek verbod op houtstook of op uitfasering van houtkachels als zodanig. In het parlementaire debat is herhaaldelijk benadrukt dat de beleidsinzet is gericht op emissiereductie en verbetering van luchtkwaliteit, niet op het verbieden van een specifieke verwarmingsvorm. In dat kader kunnen moderne, correct geïnstalleerde Ecodesign-toestellen juist een belangrijke bijdrage leveren door vervanging van oudere, hoog-emitterende installaties. Lokale beleidsvoornemens verschillen per gemeente en zijn in veel gevallen nog niet juridisch vastgesteld. De branche wijst consumenten er daarom op dat zij zich altijd moeten informeren over lokaal beleid, maar ziet op dit moment geen grond om te spreken van structurele of generieke “onbruikbaarheid” van moderne, correct geïnstalleerde toestellen.

Vervanging van oude verbrandingsvormen

Daarbij geldt dat het in veel gevallen gaat om vervanging van een open haard of een verouderde houtkachel door een modern Ecodesign-toestel. Uit internationaal onderzoek, onder meer in Noorwegen, blijkt dat dergelijke vervanging leidt tot een substantiële afname van de fijnstofemissie, waarbij naast het type toestel ook brandstofkwaliteit en gebruik van invloed zijn. In een recent gesprek tussen de sector en de staatssecretaris, is afgesproken het effect van een dergelijke beleidslijn verder te onderzoeken. Het ministerie van IenW kan daarover meer uitleg geven.

3. Duurzaamheid en CO₂-discussie

Binnen Europees beleid wordt houtige biomassa, mits afkomstig uit duurzaam bosbeheer en/of lokale productie, aangemerkt als hernieuwbare energiebron. Dat betekent nadrukkelijk niet dat houtverbranding emissievrij is. De sector communiceert daarom over hernieuwbaar en vermijdt absolute kwalificaties zoals “emissieloos” of “klimaatneutraal”.Vergelijkingen met individuele HR-ketels, zoals in uw vraagstelling, zijn sterk contextafhankelijk. Houtkachels zijn lokale ruimteverwarmers en worden in de praktijk veelal gebruikt als bij- of piekverwarming in de ruimte waarin zij staan opgesteld. In die rol kunnen zij bijdragen aan energiezekerheid en vermindering van fossiel gasgebruik. Duurzaamheid is daarbij een bredere afweging dan uitsluitend CO₂ per kilowattuur en omvat onder meer ook herkomst van brandstof, levensduur van het product en vervangingsinvesteringen.

Tot slot

De sector staat voor schonere lucht, kwaliteitsverbetering van het bestaande kachelpark en eerlijke consumentenvoorlichting. Deze benadering sluit aan bij Europese productregelgeving en richtlijnen waaraan Nederland als lidstaat is gebonden. Een effectieve beleidsaanpak vraagt om nuance, onderscheid naar type toestel en aandacht voor installatie en gebruik, in plaats van generieke conclusies waarin “houtstook” als containerbegrip wordt gehanteerd.