Je ziet het weleens op de snelweg: een politieauto zoeft voorbij, veel te hard, zonder sirene of zwaailicht. Mag dat eigenlijk wel?
Vera uit Assen stuurde ons deze vraag naar de rubriek Zoek het uit!: wanneer mogen politieagenten rijden zoals zij willen, en waarom gelden daar speciale regels voor?
In Nederland gelden er strikte regels voor het gebruik van voertuigen in het verkeer. Politieauto’s, ambulance’s en brandweerwagens mogen onder bepaalde omstandigheden sneller rijden dan de maximumsnelheid, maar dat mag niet zomaar.
Het is vastgelegd in de Wegenverkeerswet en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990), zodat het voor iedereen duidelijk is wanneer uitzonderingen zijn toegestaan.
Politievoertuigen mogen sneller rijden dan de normale maximumsnelheid als zij een dringende taak hebben. Dat kan bijvoorbeeld zijn bij een achtervolging, bij spoedtransport van een slachtoffer, of als er een direct gevaar dreigt voor de openbare orde.
Dit is geregeld in artikel 5 van de Wegenverkeerswet: voertuigen van hulpdiensten mogen afwijken van de snelheid- en andere verkeersregels, ‘voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak’. Het gaat dus altijd om een noodsituatie of urgente taak, niet om routinecontroles of gewone surveillanceritten.
Veel mensen denken dat de politie sirene en zwaailicht moet aanzetten als ze te hard rijden, maar dat is niet altijd het geval. Volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990, art. 42 lid 1) moeten politieauto’s bij spoedritten met gebruik van voorrang zichtbaar en hoorbaar zijn, dus met blauwe zwaailichten en sirene.
Toch zijn er uitzonderingen: als het gebruik van sirene of zwaailichten de veiligheid juist in gevaar kan brengen, bijvoorbeeld op drukke snelwegen bij dichte mist of in woonwijken, mag de politie besluiten deze niet te gebruiken. Het criterium blijft altijd: het dient noodzakelijk en proportioneel te zijn voor de uitvoering van de taak.
Ook al mag de politie in bepaalde situaties harder rijden of zonder sirene en zwaailichten rijden, dat betekent niet dat alles automatisch kan. Politieagenten moeten hun acties kunnen verantwoorden. Als een rit later wordt onderzocht, bijvoorbeeld bij een ongeluk of klacht, kijkt de politie achteraf of de snelheid en het al dan niet gebruiken van sirene en zwaailichten terecht waren.
Dit gebeurt aan de hand van ritregistraties, GPS-gegevens en dashcambeelden. Zo meldt de politie op haar website dat elk incident beoordeeld wordt op noodzaak en proportionaliteit, zodat de regels niet zomaar genegeerd worden.
Deze regels bestaan niet voor niets. Ze zorgen ervoor dat hulpdiensten effectief kunnen optreden in noodsituaties, maar tegelijkertijd dat andere weggebruikers niet onnodig gevaar lopen. Door te registreren en achteraf te controleren of een rit terecht buiten de normale verkeersregels viel, blijft er een balans tussen snelheid en veiligheid.
Iedereen weet zo waar ze aan toe zijn: de politie kan ingrijpen als het moet, maar mag ook niet zomaar door rood rijden of met 200 kilometer per uur voorbij razen zonder reden.
Dus de volgende keer dat je een politieauto voorbij ziet zoeven zonder sirene of zwaailicht, weet je: het is niet zomaar “even patat halen” of “snel, voordat de koffie koud is”. Elke rit moet een dringende reden hebben, en achteraf wordt alles geregistreerd en gecontroleerd.
Heb jij ook zo’n brandende vraag waar je zelf geen antwoord op kunt vinden? Stuur ‘m dan in naar zoekhetuit@rtvdrenthe.nl en misschien leggen wij ‘m wel uit in onze rubriek Zoek het uit!.