De toekomst van de akkerbouw in de Veenkoloniën krijgt steeds meer vorm. Nadat vorig jaar het gebiedsplan ‘Een haalbare kaart’ werd gepresenteerd, ligt er nu ook een concreet gebiedsprogramma. Daarin staat wat er de komende vijf jaar daadwerkelijk gaat gebeuren op en rond de akkers.

In het plan wordt gekeken naar grote thema’s als water, de bodem, stikstof, klimaat en natuur. Daarbij was één ding belangrijk: het verduurzamen kan alleen als boeren er ook hun brood mee kunnen blijven verdienen.

In 2024 presenteerde Stichting Innovatie Veenkoloniën samen met andere partijen het gebiedsplan voor de regio. De boodschap was duidelijk. De landelijke regels passen niet altijd goed bij de Veenkoloniën. Het gebied is uniek, met lange rechte percelen, veel water en een bodem die geschikt is voor uiteenlopende teelten.

Boeren krijgen een belangrijke rol bij het uitvoeren van allerlei plannen om de landbouwsector voor te bereiden op de toekomst. Marleen de Rond van de Stichting Innovatie Veenkoloniën hoopt dat boeren die rol ook pakken. “Het alternatief is dat er vanuit Den Haag of een provinciale overheid maatregelen worden bedacht die niet specifiek voor dit gebied zijn en net niet passen. We willen graag de boer aan het roer zetten”, vertelt De Rond.

Het kernwoord van het het project is innovatie. Bij de proefboerderij van Wageningen University & Research in Valthermond zijn ze al druk met experimenten om de landbouw verder te helpen. Tussen twee akkers ligt een nieuw watersysteem, dat aan de ene kant het waterpeil kan aanpassen en aan de andere kant bestrijdingsmiddelen uit het water zuivert.

Het is één van de voorbeelden van projecten die de komende jaren opgezet worden. Dat moet wel samen met de boeren, vertelt De Rond. “We verwachten dat ze met elkaar kennis gaan uitwisselen. En we hopen dat ze mee gaan werken aan het meer meten in de bodem om kennis op te doen en het ambacht van telen van gewassen te verbeteren.”

Het gebiedsprogramma bestaat uit drie onderdelen. Het eerste gaat over het bouwplan van de toekomst. Op de proefboerderij wordt onderzocht en geëxperimenteerd met nieuwe teelten, technieken en manieren van werken. Dat helpt boeren om deze de nieuwe inzichten snel en praktisch toe te passen op hun eigen bedrijf.

Via proefvelden, studiegroepen, demonstraties en workshops krijgen boeren duidelijke informatie en ondersteuning bij keuzes over bodem, water, gewassen, bemesting, biodiversiteit en inkomen. Zo leren zij wat werkt in de praktijk en hoe zij hun bouwplan duurzamer, flexibeler en economisch gezond kunnen maken, nu en in de toekomst. Een belangrijk onderdeel, want veel aanpassingen die boeren moeten doen, kosten geld. Dat moet wel worden terugverdiend.

Het tweede onderdeel draait om meten en bijsturen. Boeren meten hoeveel stikstof er in de grond zit, zodat er niet te veel in het grondwater komt. Ze werken samen in groepen om te kijken hoe ze minder bestrijdingsmiddelen kunnen gebruiken. Ook wordt gekeken hoe ze meer biodiversiteit kunnen bewerkstelligen en daar eventueel voor beloond worden. Alle metingen en resultaten worden bijgehouden in een dashboard, zodat iedereen kan zien hoe het gaat en waar verbeteringen nodig zijn.

Het derde onderdeel kijkt breder naar het landelijk gebied. Het gaat hierbij om schoon en genoeg water, gezonde grond, klimaatbestendige landbouw en meer natuur op boerenland. Boeren, overheden en waterschappen doen dit samen door slimme oplossingen te bedenken voor waterbeheer, bodem, landbouw en natuur. Ook wordt het natuur- en landschapsbeheer op boerenland versterkt, zodat boeren tegelijkertijd iets voor de natuur doen en er financieel van profiteren.