Dutch Finance Lab in Houten werd in 2017 opgericht door drie ondernemers, onder wie de huidige bestuurder Jeroen Smits. Het bedrijf ging zich onder de namen DFL Finance, Bizpay en Impact Factoring bezig houden met de financiering van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en zzp’ers.

Doorbijten

Vrij snel na de oprichting wist Dutch Finance Lab 30 miljoen euro aan startkapitaal op te halen bij investeerder Pieter Schoen en een bank. Schoen is een bekende Nederlandse investeerder, die rijk werd dankzij de verkoop van de Nederlandse Energiemaatschappij (NLE) in 2018. De verkoop van die prijsvechter op de energiemarkt bracht destijds 200 miljoen euro op.

Hoe rijk zijn de investeerders in Dragons' Den?

Lees ook Hoe rijk zijn de investeerders in Dragons’ Den?

Met de opbrengst ging Schoen grootschaliger investeren in bedrijven en fondsen, veelal met goede resultaten. “Waar anderen stoppen, ga ik door. En ik blijf doorbijten totdat ik beet heb”, verklaarde hij zijn succes afgelopen zomer in een interview met het Financieele Dagblad

Grootaandeelhouder

Uit de meest recente jaarrekening van Dutch Finance Lab blijkt dat Schoen niet alleen geld leende aan het bedrijf, maar er ook grootaandeelhouder van is. Eind 2024 had hij een belang van 60 procent.

Ondanks de betrokkenheid van Schoen wist Dutch Finance Lab afgelopen jaren niet te overtuigen. Dat blijkt uit de jaarrekening over 2024, die afgelopen december werd ingeleverd bij de Kamer van Koophandel. 

Tegenvallers

Volgens het verslag boekte het bedrijf dat jaar een verlies, door tegenvallers bij dochterbedrijven. Die zouden grote eenmalige afschrijvingen hebben moeten doen, mogelijk op financieringen van klanten. Ook de financiële buffers waren eind dat jaar volledig weggesmolten: het eigen vermogen bedroeg 650.000 euro negatief.

Ondanks de beroerde cijfers schreven directeuren Smits en David Prommersberger toch te denken dat er een ‘redelijke kans’ was op het voortbestaan van het bedrijf. Dat was te danken aan ‘verwachte toezeggingen en een herfinanciering door de aandeelhouders’. Bovendien zou er sprake zijn van andere financieringsmogelijkheden en ingrijpen door het management.

Te optimistisch

Zes weken na de deponering van het verslag, die overigens geen goedkeurende verklaring van een externe accountant heeft, blijkt die inschatting te optimistisch. Vrijdag kreeg Dutch Finance Lab uitstel van betaling. Vandaag ging het bedrijf failliet, bevestigt curator Ferry Ortiz Aldana aan RTL Z.

Startupbootcamp stopt, zusterbedrijven failliet

Lees ook Startupbootcamp stopt, zusterbedrijven failliet

Ortiz Aldana zegt nog geen vragen over de achtergronden van het faillissement te kunnen beantwoorden. “Ik moet nog verder onderzoek doen.” Op het kantoor van Dutch Finance Lab in Houten neemt vandaag niemand de telefoon op. Directeur Smits reageerde niet op verzoeken om commentaar. 

Geen reddingsboei

Investeerder Schoen laat weten dat zijn investeringsbedrijf Shoe Investments uiteindelijk niet de verwachte reddingsboei heeft toegeworpen. “Het bedrijf stond er dusdanig slecht voor dat wij geen ‘letter of comfort’ of nieuwe financiering hebben willen geven. Wij hebben de jaarrekening ook niet goedgekeurd.”

Dat Schoen zich daarmee als grootaandeelhouder ook in eigen vinger sneed, erkent hij. “Het is een heel vervelend verhaal. Wij zijn dubbel gedupeerd, omdat wij niet alleen aandeelhouder van Dutch Finance Lab zijn, maar het bedrijf ook financiering gaven.”

Uiteindelijk is zijn blootstelling aanzienlijk kleiner dan de oorspronkelijke financiering van 30 miljoen euro doet vermoeden, benadrukt hij. “Veel van de financiering kwam van banken. Voor de aandelen gaat het bij ons om een bedrag van vier ton, en daar komt nog eens 1,4 miljoen aan funding bij.”

Risico’s van factoring

Dutch Finance Lab werkte vooral met een specifiek type financiering, dat ‘factoring’ heet. Bedrijven sturen hun klanten vaak een factuur, die pas na 30 of 60 dagen hoeft te worden betaald. Bij factoring hoeven die bedrijven niet te wachten op hun centen. Zij kunnen hun facturen als onderpand geven aan een geldverstrekker. Die betaalt dan meteen de hoofdmoot van de factuur, en houdt bij de uiteindelijke betaling door de klant het restant zelf.

Zo heeft de ondernemer snel het merendeel van zijn geld, en verdient het factoringbedrijf er ook iets aan. Als véél klanten echter uiteindelijk hun facturen niet betalen, heeft het factoringsbedrijf wel een probleem. Dan moeten die vorderingen worden afgeschreven. Als er onvoldoende geld is gereserveerd voor wanbetalers, kunnen de verliezen snel oplopen.