Volgens Galit draait alles om tijd en overzicht. “Het heeft er vooral mee te maken hoelang je hebt voordat de visite komt,” zegt ze: “maar ook of je spullen een vaste plek hebben.”
Terugleggen
De snelste winst behaal je als spullen al een duidelijke vaste plek hebben. Denk aan kleding in de kledingkast, keukenspullen in de keukenkastjes, jassen aan de kapstok en boeken in de boekenkast. “Als je een stapje terug doet, is opruimen eigenlijk gewoon alles terugleggen waar het hoort”, legt Galit uit. “Ik zeg altijd ‘alle touwtjes terug’, daarbij visualiseer ik dat elk item een touwtje heeft die leidt naar de plek waar het hoort.”
“Dit klinkt simpel, maar daar zit vaak de bottleneck.” In veel huishoudens ontbreekt het namelijk aan vaste plekken. En als je niet weet waar iets hoort, kost opruimen automatisch meer tijd en energie. Galit benadrukt dat clusteren hierbij helpt: spullen die bij elkaar horen, bewaar je ook samen. Batterijen bij batterijen, gereedschap bij gereedschap, belangrijke papieren bij papieren. “Dan hoef je niet na te denken als je iets pakt, maar ook niet als je het weer teruglegt.”
Verzamelen
Maar wat als je wél rondslingerende spullen hebt, geen idee hebt waar ze moeten en de visite staat elk moment voor de deur? Dan is er een simpele noodoplossing. “Pak een krat of een mand en doe daar alles in waarvan je niet weet waar het hoort”, zegt Galit. “Dat is de snelste manier. Dat uitzoeken doe je op een andere dag. Het beste plan je daar meteen een moment voor in je agenda.” Hetzelfde geldt voor losse spullen in bijvoorbeeld de gang, zoals schoenen of tennisrackets. Door ze tijdelijk te bundelen – bijvoorbeeld in een krat– oogt je gang meteen rustiger.
Horizontale vlakken
Veel mensen hebben het gevoel dat hun huis ‘niet gezellig’ is, zonder precies te weten waarom. Volgens Galit zit dat vaak in de hoeveelheid spullen op horizontale oppervlakken. Vensterbanken, kastjes, salontafels en plankjes raken snel overhoop en dat oogt rommelig.
“Probeer die plekken zo leeg mogelijk te maken”, adviseert ze. “Zet daarna de decoratieve spullen bij elkaar, in groepjes, maak er een echt tableau van.” Een paar goed gekozen items die bewust gepresenteerd worden, geven veel meer rust dan allerlei losse dingen. Ook knutselspullen van kinderen kunnen prima zichtbaar zijn, zolang ze maar presentabel worden opgeborgen in bijvoorbeeld potten of bakjes. “Dat is een quick win”, zegt Galit.
De vloer is lava
Een van Galits favoriete principes is simpel maar effectief: alles wat niet op de grond hoort, moet van de grond af. “De vloer is lava”, zegt ze lachend. “Alleen leuke dingen horen op de grond.” Denk aan een kleed, een plant in een pot of een mand met bijvoorbeeld een stapel tijdschriften of een dekentje erin. “Dan wordt het een item met ‘body’.”
Spullen onder een tafel of kast zorgen juist voor onrust. “Een kast op pootjes heeft pootjes om lucht te geven,” legt Galit uit. “Als daar van alles onder ligt, geeft dat een onrustig gevoel.” Ook stapels tijdschriften ogen rommelig, hoewel dezelfde tijdschriften in een mand naast een stoel ineens een leeshoek vormen.
Het leven
Een huis hoeft zeker niet steriel te zijn. “Er moet ook gewoon geleefd worden”, benadrukt Galit. “Spullen mogen gezelligheid uitstralen.” Dat zit vaak ook in hoe je iets presenteert.
Kussens opschudden, kaarsen bij elkaar zetten en bloemen neerzetten doen al wonderen. “Presenteer wat je te presenteren hebt.” Door kleuren op elkaar af te stemmen – bijvoorbeeld bloemen in de kleur van de bank of servetten in dezelfde tint als de stoelen – creëer je rust.
Ook open kasten vragen om aandacht. Daar zet je liever presentabele spullen neer, zoals boeken in een ritme, afgewisseld met beeldjes of een klok. “Herhaling en ritme vindt het brein fijn om naar te kijken”, zegt Galit. “Net als in de natuur.”
“Kijk naar een kleuterklas. Zij kunnen supergoed opruimen, omdat ze precies weten waar alles hoort.”
De lange termijn
Snel opruimen voor visite lukt alleen écht goed als de basis klopt. Dat betekent: voor alles een vaste plek. Galit vergelijkt het met een kleuterklas. “Kleuters kunnen vaak supergoed opruimen, omdat ze precies weten waar alles hoort. Knutselhoek, leeshoek, knuffelhoek – daar is de plek heel duidelijk.” Een korte dagelijkse opruimronde helpt daarbij.
En misschien wel de belangrijkste tip van allemaal, zegt Galit met een glimlach: “Gewoon minder spullen.” Meer ruimte betekent meer rust – en een huis dat ook bij onverwachte visite meteen prettiger aanvoelt.