In het huis van Tamara Donker (37) in Nieuw-Buinen, staat het voorjaar al op de vensterbank. Kweekbakjes, potjes, labels, ze is alvast aan het warmdraaien. “Het huiswerk is geweest”, zegt ze. “Nu kan het echte werk beginnen.”
Wat begon met een paar dahliaknollen in de achtertuin, is inmiddels uitgegroeid tot een halve hectare lege grond. Het moet een voedsel- en bloemenpluktuin worden, op een oud voetbalveldje van de gemeente.
“Ik ben een beetje obsessief”, lacht Donker. “Als ik iets leuk vind, dan duik ik erin. Ik koop boeken en Google van alles en nog wat.”
Drie jaar geleden plantte ze dus dahlia’s in haar eigen tuin. Gewoon, omdat het zulke mooie bloemen zijn. Het jaar erop meer, tot de tuin ontplofte in kleur. De bloemen werden in eerste instantie weggegeven aan buren, vrienden en familie.
“Toen dacht ik: misschien wil iemand hier wel voor betalen.” Haar man zag het niet gebeuren. “Er komt geen mens”, zei hij. Donker zette toch een open avond op. Elke avond zat vol, mensen uit het dorp kwamen langs, maar ook ver daarbuiten. “Toen dacht ik: oei. Dit is niet meer alleen een hobby.”
Dat zette Donker aan het denken. Het oude voetbalveldje achter haar huis lag er wat verloren bij. “Een woestijn voor vogels en insecten”, noemt Donker het, ondanks dat de bosrand er wel mooi bij ligt. Ze belde de gemeente, de grond kopen mocht niet, maar beheren wel. Mits het breder werd, meer ingespeeld op een maatschappelijke functie en gericht op biodiversiteit. “En dat kan perfect met een voedselbos, in combinatie met een pluktuin.”
Het gesprek met de gemeente bleek het begin van iets groters. Er kwam begeleiding, subsidieadvies en een buurtbijeenkomst. Ruim zestig mensen kwamen opdagen en anderhalf jaar later is de stichting een feit, de begroting rond en de energie groter dan ooit.
De tekst gaat verder onder de foto’s: