“Stapeltjes zijn eigenlijk uitgestelde beslissingen”, aldus opruimcoach Galit Soesan. “Als je geen vaste plek hebt voor iets, dan leg je het automatisch op een horizontaal vlak.” Een tafel, een kastje of het aanrecht fungeert dan als tijdelijke parkeerplaats. Het probleem? Tijdelijk wordt al snel permanent. “Als je nu niet weet waar je het moet opbergen, weet je dat later ook niet. En dus blijft het liggen.”
‘Help’
Wat veel mensen onderschatten, is hoeveel mentale ruimte stapeltjes innemen. “Elk stapeltje geeft prikkels”, legt Soesan uit. “Onbewust denk je steeds: o ja, dat moest nog.” Die constante stroom van ‘open eindjes’ kan zorgen voor onrust en het idee dat je overal op achterloopt.
Daar komt bij dat een stapeltje aanpakken vaak veel meer tijd kost dan wanneer je het direct op de juiste plek had opgeborgen. Soms ben je zomaar anderhalf uur bezig met één stapel. “Als alles door elkaar heen ligt, moet je namelijk steeds opnieuw nadenken: wat is dit, wat moet ermee gebeuren en waar hoort het?”
De volgende actie
Volgens Soesan draait alles om één simpele vraag: wat is de eerstvolgende actie? “Alles wat in huis ligt, moet een duidelijke volgende stap hebben. Zo niet, dan is de kans groot dat het weg mag.” Daarom pleit ze ervoor om spullen meteen te leggen op de plek waar die actie plaatsvindt. “Post die nog gelezen moet worden? Dat leg je in je kantoor. Gereedschap dat je net in de tuin hebt gebruikt en later opruimt? Leg het alvast bij de achterdeur richting de schuur, niet op tafel.
“Context bepaalt of iets storend is”, legt Soesan uit. “Een leeg koffiekopje op het bureau voelt als rommel, maar op het aanrecht in de keuken is het logisch. Hetzelfde geldt voor speelgoed: midden in de woonkamer oogt het chaotisch, maar in de speelhoek kan het juist gezellig zijn.”
“Aanraken is beslissen. Pak je iets op, dan maak je een keuze: wegdoen, bewaren of er een actie aan koppelen.”
Eén van Soesans belangrijkste regels: “Aanraken is beslissen. Geen spullen van de ene hand in de andere verplaatsen om ze daarna weer neer te leggen”, vertelt Soesan. “Pak je iets op, dan maak je een keuze: wegdoen, bewaren of er een actie aan koppelen.” Daarbij helpt ook de bekende twee-minutenregel. “Alles wat je in twee minuten kunt doen, moet je meteen doen. Het kost uiteindelijk meer tijd als je het uitstelt.”
Maak stapeltjes functioneel – óf niet
Helemaal zonder stapeltjes leven is niet realistisch, erkent Soesan. Maar ze moeten wel een functie hebben. “Categoriseer ze. Maak er geen random hoopje van.” Denk aan een specifiek stapeltje voor ‘dingen die ik nog moet doen achter de computer’, zoals belastingzaken of schoolfoto’s bestellen. Of een tijdelijke verzameling van alles wat je volgende week nodig hebt voor een presentatie. “Dan werkt een stapeltje vóór je, in plaats van tegen je.”
Wat niet werkt, is spullen bij elkaar leggen die niets met elkaar te maken hebben. Vitamines tussen de batterijen en broodtrommels bijvoorbeeld. “Alles wat aandacht vraagt, verdient een eigen plek.”
Minder spullen
Wie structureel last heeft van stapeltjes, heeft volgens Soesan vaak geen ruimtegebrek, maar een spullenprobleem. “Mensen denken al snel: ik heb meer kastruimte nodig. Maar als je écht gaat uitmesten en sorteren, kan vaak de helft weg en is die ruimte er ineens weer.”
Ze adviseert om eens in de vijf tot tien jaar kritisch door je spullen te gaan. “Je leven verandert, én je smaak verandert. Dan is het logisch dat niet alles meer bij je past.” Veel dingen kun je weggeven, verkopen of delen via een buurt- of straatapp.
Het bekende argument ‘stel dat ik het ooit nodig heb’ houdt volgens Soesan zelden stand. “In het ergste geval regel je het opnieuw. Maar meestal komt dat moment niet eens.” Minder spullen betekent bovendien minder visuele prikkels. “Spullen vragen aandacht. Wat je in huis houdt, moet dus echt iets toevoegen.”
Jij bent de baas
Tot slot benadrukt Soesan dat opruimen niet alleen praktisch is, maar ook emotioneel. “Geef spullen niet meer prioriteit dan dat je jezelf dat geeft.” Haar boodschap is helder: “Het is jouw huis. Jij bepaalt over je spullen, niet andersom.” Een opgeruimd huis gaat niet over perfectie, maar over rust, overzicht en ruimte. Zowel in je huis als in je hoofd.