Een hartinfarct, klaplong, beroerte of ernstige benauwdheid: SEH-artsen zien dagelijks de gevolgen van nicotinegebruik. Maar harde cijfers ontbraken tot nu toe, vertelt SEH-arts Nicole Kraaijvanger van het LUMC. “We zagen het elke dag, maar konden er geen getal aan hangen.”
Vooral sigaretten
Daarom werd op 13 en 14 november vorig jaar, gedurende 24 uur, onderzoek gedaan op 67 van de 78 SEH’s in Nederland. In die periode werden 4314 patiënten van 12 jaar en ouder geholpen. Van hen waren er 2061 bereid en in staat om een vragenlijst in te vullen over hun nicotinegebruik.
Uit de resultaten blijkt dat 21 procent van de SEH-patiënten een nicotineproduct gebruikt. Van deze groep rookte 86 procent sigaretten, gebruikte 9 procent vapes, rookte 9 procent sigaren of cigarillo’s en gebruikte 5 procent andere nicotineproducten, zoals snus en shag. Tien procent van de gebruikers gaf aan meerdere nicotineproducten naast elkaar te gebruiken.
De cijfers zelf zijn volgens Kraaijvanger niet verrassend: deze komen redelijk overeen met de cijfers over de gehele Nederlandse bevolking van het Trimbos Instituut, al lijken de gebruikerspercentages op de SEH wat hoger te liggen. “Wat vooral opvalt, is dat artsen bij meer dan de helft van de patiënten al zelf een verband zagen tussen nicotinegebruik en de klacht. Soms speelde het een rol, soms verklaarde het de klachten zelfs volledig.”
193.000 SEH-bezoeken
Volgens de behandelend artsen waren de klachten van 7 procent van deze patiënten volledig toe te schrijven aan nicotinegebruik, met name bij longproblemen. Daarnaast oordeelden artsen dat bij 44 procent van de nicotinegebruikers het rook- of vapegebruik mogelijk of deels een rol speelde, met name bij longproblemen. Omgerekend naar een jaar belanden bijna 26.500 mensen op de spoedeisende hulp door nicotinegebruik. Bij nog eens bijna 193.000 bezoeken speelde roken of vapen waarschijnlijk ook een rol.
Het werkelijke aantal ligt nog hoger, denkt Kraaijvanger. “De ernstigste patiënten konden we geen vragenlijst voorleggen. Mensen die met acute, levensbedreigende problemen binnenkomen, vraag je niet eerst voor deelname aan een dergelijk onderzoek naar hun rookgedrag.”
Robin kwam op de intensive-care terecht door het vapen. Zijn moeder vertelt hieronder zijn verhaal: let op de beelden kunnen als heftig worden ervaren.
Voor Kraaijvanger went het zien van patiënten in acute ademnood nooit. “Regelmatig zie ik mensen binnenkomen met een zware COPD-aanval. Van deze longziekte weten we dat het in de meeste gevallen wordt veroorzaakt door roken.”
Happen naar adem
COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) is een chronische, ongeneeslijke longziekte waarbij de luchtwegen blijvend ontstoken en vernauwd zijn. Het is een verzamelnaam voor onder meer chronische bronchitis en longemfyseem. Patiënten zijn vaak benauwd, hoesten veel en hebben minder energie.
“Tijdens zo’n aanval komen patiënten echt extreem benauwd binnen, soms met blauwe lippen, happend naar adem. Het is een heftig beeld”, zegt Kraaijvanger. “Zeker als je je realiseert dat dit mogelijk had kunnen voorkomen worden door niet te roken.” Ze vindt het belangrijk om de schuld niet bij de roker te leggen. “Zij zijn vaak op zeer jonge leeftijd verslaafd geraakt en stoppen is erg moeilijk”, zegt Kraaijvanger.
Naast inzicht in de druk die nicotinegebruik legt op de spoedzorg, laat het onderzoek ook zien dat de SEH een rol kan spelen bij stoppen met roken of vapen. “We hebben mensen niet alleen gevraagd naar hun rookgedrag, maar ook of ze openstonden om daarover in gesprek te gaan”, zegt Kraaijvanger.
Bijna 47 procent van de nicotinegebruikers gaf aan daarvoor open te staan. “Dan kun je uitleggen wat de gevolgen zijn en iemand direct doorverwijzen naar stophulp. De kans dat iemand daadwerkelijk met zo’n begeleiding start, is dan zeventien keer groter dan wanneer je alleen een folder meegeeft.”