“En dat is ook omdat ik nog geen afscheid wil nemen van dit mooie beroep. Het zit in mijn hart”, benadrukt ze. Voor haar werkgever, die net als andere kraamzorgorganisaties last heeft van tekorten, is het een uitkomst dat Ans na haar pensioenleeftijd wil blijven werken. In elk geval dit jaar nog. 

Ans begon ruim twintig jaar geleden als kraamverzorgende en begeleidde in die tijd zo’n duizend gezinnen. Haar werk zag ze in de loop van de jaren flink veranderen. “Ik geniet ervan om tijd door te brengen met een gezin. Een vertrouwensband met ze op te bouwen. Dingen te signaleren waarvan je kunt zeggen: als je er nu niks mee doet, kan het later fout gaan.” Die signaleringsfunctie is heel belangrijk, legt ze uit. Maar juist daar is steeds minder ruimte voor. 

Meerdere gezinnen per dag 

Waar je als kraamverzorgende eerder één gezin per dag begeleidde, zijn dat er nu standaard twee. Dat geldt niet voor Ans: met haar werkgever heeft ze afgesproken dat ze één gezin per keer begeleidt. Maar bij haar jongere collega’s is dat anders. 

“Stel, je bent vier uur bij een gezin geweest en je moet alweer naar het volgende, en in het vijfde uur wordt de baby geel, dan is er niemand om dat op te merken.” Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor problemen met voeden, of het opmerken van klachten die kunnen duiden op postnatale depressie bij de moeder. “Ik zag tien jaar geleden minder baby’s en moeders naar het ziekenhuis gaan omdat wij er op tijd bij waren. Dat vind ik verdrietig.”  

‘Fulltime werken kan niet’ 

In het vandaag uitgekomen rapport komt Bureau Clara Wichmann, een juridische stichting die werkt aan gendergelijkheid, met verschillende aanbevelingen. Een ervan is dat wachtdiensten – de tijd waarin je ‘op wacht’ staat totdat je wordt opgeroepen – als werktijd worden erkend, en op ook die manier worden beloond. 

Daar is Ans het helemaal mee eens. Ze ziet hoe collega’s met een gezin hiermee worstelen. “Bijna niemand met kleine kinderen werkt nog fulltime. Het is niet te doen. Je staat op wacht, maar krijgt daarvoor bijna niets betaald. Tegelijk moet je de kinderen wel naar de opvang brengen, want je kúnt worden opgeroepen. Als je vervolgens niet wordt opgeroepen, moet je die uren later alsnog inhalen. Dus een dag wachten betekent dat je een vrije dag kwijt bent.” 

In november 2025 stemden de vakbonden in met een nieuwe cao voor de kraamzorg. Daarin zijn een aantal verbeteringen doorgevoerd rond salaris, wachtdienstvergoedingen en de voorspelbaarheid van werkdagen. “Maar we zien ook dat de toenemende personeelskrapte de aantrekkelijkheid van het beroep onder druk zet”, zegt directeur Koen Jansen van branchevereniging Bo Geboortezorg.  

“Dit vraagt extra inspanningen en geld”, zegt Jansen, “en dat is niet meegenomen in de onderbouwing van de nieuwste tarieven voor de kraamzorg.” De branche is in gesprek met de zorgverzekeraars en toezichthouder NZa, zegt hij, om ervoor om te zorgen ‘dat kraamzorgaanbieders zowel hun verantwoordelijkheid naar hun medewerkers als naar de maatschappij goed kunnen invullen’.

‘Dit vak mag niet verdwijnen’

Over de toekomst van de kraamzorg is Ans optimistisch en bezorgd tegelijk. “Dit vak mag niet verdwijnen. Het is zo belangrijk. Maar als er niets verandert, gaat het mis.” De werk-privébalans moet worden aangepakt, benadrukt ze. Wachttijden moeten anders ingericht. Er moet meer waardering komen vanuit de overheid en van verzekeraars. En vooral: zorg moet weer tijd krijgen. “Je kunt gezinnen niet begeleiden in stukjes van vier uur. Dat werkt niet.”

“We mogen deze zorg niet kwijtraken. Niet voor de moeders, niet voor de vaders, niet voor de baby’s. En ook niet voor onszelf.” 

Hoge uitstroom, hoog ziekteverzuim

Het rapport over knelpunten in de kraamzorg is vanmiddag door Bureau Clara Wichmann overhandigd aan demissionair minister van Volksgezondheid Jan Anthonie Bruijn. Die laat weten dat de verhalen van de kraamverzorgenden het belang onderstrepen van de kraamzorg in het zorgstelsel. “Kraamverzorgenden spelen een grote rol in de eerste dagen na de geboorte. De kraamverzorgenden hebben me vandaag alle mooie kanten van hun werk verteld, maar ook op welke manier het onder druk staat.”

Hij beaamt dat de kraamzorg al langere tijd te maken heeft met een tekort aan personeel door hoge uitstroom en een hoog ziekteverzuim. Het toekomstbestendig maken en houden van de kraamzorg vraagt om actie, vindt Bruijn. Hiervoor is 9,8 miljoen euro aan transformatiemiddelen beschikbaar gesteld vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA). “Met deze middelen wordt gewerkt aan beter inzicht in de beschikbare capaciteit, regionale organisatie en verdere versterking en professionalisering van de sector. Zo zetten zorgverzekeraars en kraamzorgaanbieders zich er gezamenlijk voor in dat kraamverzorgenden hun werk duurzaam en met plezier kunnen blijven doen.”