Als de deur van de Noorderkerk opengaat, stappen we een ruimte binnen die meteen verrast. Geen lange middenbeuk, maar een bijna ovale zaal, met bogen die in punten uitlopen en een zachtgroene kleurstelling die overal is doorgevoerd. “We treffen hier een bijzonder gebouw aan, met een even bijzonder interieur”, zegt De Vries. “Alles daterend uit de jaren 20, en nog volledig in authentieke staat.”

Rozendaal: “Dit is de mooiste kerk die ik ooit zag! Wat een verrassing! En die kleuren! En wat een bijzondere inrichting, met die banken… Die staan in een theateropstelling rond die kleurig betegelde preekstoel in bordeauxrood, geel en zwart. Juist die combinatie van functionaliteit en decoratie is zo kenmerkend voor de Amsterdamse School.”

Wat deze kerk extra bijzonder maakt, is dat zij nog volop in gebruik is, ziet De Vries. Hij wijst op de kussentjes in de banken. “Iedereen heeft hier zijn eigen kussentje, het ligt klaar voor het volgende kerkbezoek. Je ziet: dit is geen museum, maar een levend gebouw.” Honderd jaar na de bouw vormt de kerk nog altijd het hart van de gemeenschap.