Zo’n zes jaar geleden werkte Boogaard (29), student geschiedenis aan de UvA, in de Amsterdamse bioscoop Kriterion. Een bioscoop met een lange geschiedenis.
Niet zo gek dan ook dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei destijds vroeg of zij als medewerkers iets konden vertellen over de verzetsgeschiedenis van de bioscoop. Maar wat dan? Omdat zij de enige student geschiedenis was die daar werkte, ging Boogaard op onderzoek uit.
“Tot in 1942 zat er een Joodse vereniging in Kriterion”, vertelt ze. “Daarna werd het een NSB-theater, tot midden 1944. En na de oorlog werd het een bioscoop waar alleen mensen mochten werken die in het verzet hadden gezeten. Veel van hen waren lid van het Amsterdamse studentencorps.”
Lees ook Ilans Joodse overgrootvader werd vermoord, de opa van vriend Olof was SS’er: ‘We hebben veel gemeen’
De bekendste van hen is oprichter Piet Meerburg. “Hij was een belangrijk verzetsman, die bijvoorbeeld ook voorkomt in de serie De Joodse Raad. Hij was betrokken bij het redden van kinderen uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. In Kriterion is een zaal naar hem vernoemd.”
‘De meisjes’
“Dat leek me een goed beginpunt voor mijn onderzoek. Ik las en luisterde de interviews terug die hij gegeven had en wat me opviel, was dat hij daarin altijd vertelde over zijn werk en met welke mannen hij dat deed. En dan had hij het over ‘de meisjes’ die het uitvoerende werk deden, zonder hun namen te noemen. Ik dacht: wie zijn die meisjes? En waarom worden hun namen niet genoemd?”
Het werd een ‘vooronderzoek’ voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Maar daarmee was de interesse van Boogaard nog niet voorbij. Dus werd het haar masterscriptie, en nu een boek: De Kriterionmeisjes. “Er was zo veel over te vinden, en al die vrouwen hadden waanzinnige verhalen.”
© Archief familie Dutilh
Hetty Voûte na haar herstel van tbc in 1946.
Ze denkt bijvoorbeeld terug aan het verhaal van Gisela Söhnlein, een van de vrouwen die in het Amsterdamse studentenverzet zaten. Zij zong op de openingsavond van Kriterion de liedjes die ze in de kampen had geschreven.
“Samen met haar vriendin Hetty Voûte was zij een van de ‘meisjes van Piet’. Ze haalden kinderen op bij Joodse gezinnen en brachten hen overal in het land onder.”
“Na ongeveer een jaar kwam er behoefte aan een plek waar meerdere kinderen samen konden onderduiken. Zo vonden ze een stel dat zich voordeed als echtpaar en een huisje had in een bos in Brabant, bij Esch.”
Moordplan
“Na een tijdje bleek dat dat echtpaar, De Ruiter, helemaal niet zo goed was. Ze hadden banden met de SS en verraden Joden. Ook bleken ze helemaal geen echtpaar te zijn.”
“De paniek sloeg toe: naast dat er Joodse kinderen bij hen zaten, kenden de twee een heel belangrijk verzetsadres in Utrecht en meerdere namen uit de groep. Daarom besloot de normaal totaal niet gewelddadige verzetsgroep dat de twee vermoord moesten worden.”
© Archief familie Wieberdink
Gisela Söhnlein, circa 1940-1945
“Gisela en Hetty moesten erheen en de kinderen weghalen. Dat deden ze met een smoes dat ze met de kinderen wilden wandelen in het bos, waarna ze ze meenamen naar het station, weg van daar. Daarna kwamen de mannen. Dat ging totaal mis: meneer De Ruiter gaat niet dood door de kogels die ze op hem afvuurden, dus knuppelen ze hem dood. Zijn vrouw overleeft, en er blijkt nog een 15-jarige pleegzoon in huis te zijn.”
Van kamp naar kamp
“Gisela en Hetty werden opgepakt, zij moesten van de Duitsers de mannen verraden. Maar dat deden ze niet. Ze gingen van kamp Haaren naar kamp Vught en kamp Ravensbrück, maar ze hielden hun mond, en wisten hun mens-zijn al die tijd te bewaren. Zo maakten ze spottende liedjes over hun situatie, die ze zongen voor de andere vrouwen in de kampen. Zo hielden ze ook bij hen de moraal hoog.”
“Bedenk hè, dit waren studentes, 20 jaar oud misschien. De leeftijd die ik had toen ik aan het onderzoek begon. Onvoorstelbaar vind ik dat, de moed en de veerkracht die zij hadden. Ik heb me geregeld de vraag gesteld of ik dit zou kunnen. Het antwoord heb ik niet.”
Lees ook Verleiden én vermoorden: hoe Hannie, Truus & Freddie verzetshelden werden
Volgens Boogaard is het een mooi verhaal, maar heeft elke verzetsvrouw er één. Dat die niet verteld worden, heeft meerdere redenen. “De rolverdeling tussen mannen en vrouwen was tijdens de oorlog nog duidelijker dan nu, waardoor mannen op de voorgrond traden en vrouwen niet.”
“En vrouwen die zich wel uitspraken, werden vaak niet gezien. Ik denk dat dat komt omdat we een heldhaftig beeld hebben van verzetsstrijders die spoorwegen opblazen enzo. Vrouwen deden dat niet, hun werk was zachter, maar ook mensreddender. Zij brachten bijvoorbeeld met de trein Joodse kinderen naar een onderduikadres en verzorgden onderduikers.”
Minder verdacht
Een andere reden die ze noemt, is dat vrouwen minder voorkomen in de statistieken van het verzet, omdat zij minder zwaar gestraft werden als ze werden opgepakt. “Lange tijd is op basis van gevangenen en gefusilleerden berekend hoeveel mensen er in het verzet zaten. Maar vrouwen kwamen meer weg met wat ze deden, ze waren minder verdacht.”
“Het werk was voor hen daardoor ook veiliger, en daardoor zaten er veel vrouwen in het verzet. Zij konden met koffers vol bonkaarten of met goederen als ‘zwangere buik’ het land door reizen, en zelfs nog door de Duitsers de trein in geholpen worden.”
“De laatste reden is dat de verzetsmannen die gefusilleerd waren, vaak de mannen van verzetsstrijdsters waren. Ze waren hun verloofden, hun broers. De herinneringen aan hen wilden ze na de oorlog levend houden, waardoor ze meer over hen spraken dan over het leed dat ze zelf hadden meegemaakt.”
“Ik denk dat je ervan uit moet gaan dat er achter elke mannelijke verzetsstrijder minstens één vrouw stond.”
Boogaard wil haar verhaal graag vertellen bij het Amsterdamse studentencorps, dat nu juist zo negatief in het nieuws komt. “Vroeger waren het allemaal helden die bereid waren om enorme sociale verantwoordelijkheid te nemen. Het corps heeft zichzelf in 1941 ook opgeheven en ging ondergronds verder toen Joodse studenten van de Duitsers geen lid meer mochten zijn.”
Studentencorps inspireren
“De structuren van het corps, met hiërarchie en disputen, waren essentieel voor het verzet. De vereniging was heel goed georganiseerd en hield mensen bij elkaar in een tijd waarin ze zoveel mogelijk uit elkaar werden gedreven. Het is een heel mooi verhaal over wat je kunt betekenen voor de samenleving, waarmee ik de studenten die nu lid zijn hoop te inspireren.”
Hoeveel vrouwen in het verzet zaten, blijft volgens Boogaard onduidelijk. “Vaak kwamen ze er via vriendengroepen, partners of familieleden bij. Want we zien verzetswerk vaak als eenzaam werk, maar dat was het helemaal niet. Ik denk dat je ervan uit moet gaan dat er achter elke mannelijke verzetsstrijder minstens één vrouw stond.”
Klik hier voor meer Lifestyle