De acties van Palestine Action waren gericht op bedrijven die banden hebben met het Israëlische leger (IDF). Zo blokkeerden ze ingangen en besmeurden ze gebouwen met verf. De regering stelde dat de groep daarbij ‘ernstige schade’ aanrichtte en merkte de acties aan als terrorisme.
Ondanks het oordeel van de rechter, dat het verbod onwettig is, blijft het verbod voorlopig toch van kracht. De regering krijgt daarmee de kans om in beroep te gaan tegen de uitspraak. De minister van Binnenlandse Zaken heeft al aangegeven het niet eens te zijn met het oordeel. Hij is van plan beroep aan te tekenen.
De politie heeft tegenover de Britse omroep BBC verklaard dat er ondanks het geldende verbod vooralsnog geen demonstranten worden aangehouden die vandaag steun betuigen aan Palestine Action bij de rechtbank.
‘Disproportioneel’
Het verbod op Palestine Action was volgens de rechter ‘disproportioneel’. “Slechts een zeer klein aantal activiteiten van Palestine Action kon worden aangemerkt als terroristische daden.”
Huda Ammori, medeoprichter van de beweging en degene die de rechtszaak heeft aangespannen, spreekt bij Britse media van een enorme overwinning. Sinds het verbod zijn volgens haar bijna 3000 mensen opgepakt voor steun aan acties van Palestine Action. “Alleen maar voor het zwijgend zitten en het omhooghouden van borden met: ‘ik ben tegen genocide, ik steun Palestine Action’.”
Hongerstaking
Acht leden van Palestine Action gingen wekenlang in hongerstaking als protest tegen hun arrestaties en het verbod op de organisatie.
Op 20 februari staat er een nieuwe zitting gepland in deze zaak, waarbij naar verwachting duidelijk zal worden of het verbod wordt opgeheven.