Bij sanitairproducent Villeroy & Boch in Roden is het maandagochtend druk voor de deur. Ongeveer 25 werknemers hebben het werk neergelegd. Vakbond CNV stelt dat de in totaal honderd medewerkers van het bedrijf zich niet gehoord en niet gezien voelen.

Volgens CNV-onderhandelaar Lisa Kuiper draait het conflict voor een belangrijk deel om de manier waarop het bedrijf de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) toepast. Deze regeling biedt werknemers met zwaar werk de mogelijkheid om drie jaar eerder te stoppen. De werkgever betaalt daarbij een overbruggingsvergoeding.

“De werknemers staken omdat het werk zwaar voor hen is”, vertelt de onderhandelaar. “Bovendien zijn ze relatief oud, ze willen graag gezond de eindstreep halen. Daarnaast willen ze compensatie voor de gestegen inflatie.”

“Werknemers blijven aangeven dat ze niet tevreden zijn met de manier waarop met hen wordt omgesprongen. Wij proberen de werkgever en werknemer bij elkaar te brengen, maar dat lukt niet. Dan geldt het principe: wie niet horen wil, moet maar voelen”, aldus Kuiper.

De vakbond zet in op een forse loonsverhoging, terwijl Villeroy & Boch een voorstel heeft neergelegd van vier procent, verdeeld over veertien maanden. Volgens de vakbond is dat voorstel onvoldoende.

De afgelopen maanden onderhandelde CNV met Villeroy & Boch over de cao. Volgens Kuiper toonde het bedrijf daarbij weinig bereidheid om mee te bewegen met de wensen van de werknemers en de vakbond.

Van echte onderhandelingen was volgens Kuiper echter nauwelijks sprake. “Het bedrijf zei steeds nee. Ze zeiden dat ze het zelf wel bepalen. Tja, dan ben je snel uitgepraat.”