Colonel Tom Parker, de legendarische manager van Elvis Presley, heette helemaal geen Tom Parker, en hij was ook helemaal geen kolonel. Hij heette Andries van Kuijk en (hoewel hij wel degelijk in het Amerikaanse leger had gediend) gebruikte hij de titel Colonel tot aan zijn dood omdat die hem ooit honorair was verleend als ereburger van de staat Kentucky. Ook was hij helemaal niet geboren in Huntington, West Virginia, zoals hij altijd beweerde, maar in Breda, Noord-Brabant.

Bekijk artikel in krant
Peter Guralnick: The Colonel and the King. Tom Parker, Elvis Presley and the partnership that rocked the world. Little, Brown and Company, 584 blz. € 29,99
In grote lijnen is dit allemaal al bekend, uit de biografieën die over Elvis Presley verschenen: allereerst van Nederlander Dirk Vellenga en later onder meer uit de geruchtmakende Elvis-biografie van Albert Goldman uit 1981. En natuurlijk uit het werk van de auteur van de onderhavige biografie zelf, de twee dikke delen Last train to Memphis en Careless Love.
Veel Elvis-fans over de hele wereld haten tot op de dag van vandaag de Colonel omdat hij Elvis om commerciële redenen van een muzikale sensatie tot een saaie crooner en een acteur in totaal vergeetbare films maakte. En er bovendien voor zorgde dat Elvis nooit van zijn leven buiten Amerika optrad. De reden? De Colonel had geen paspoort, hij was als verstekeling vanuit Rotterdam in de VS aangeland en had daar als bluffende entrepreneur in de showbusiness zijn naam gemaakt. Allereerst als exploitant van kermis- en circusattracties en als ‘field agent’ in Florida van een lokale dierenbeschermings-organisatie. Hoe hij daarna als manager van landelijk bekende country ’n western artiesten als Eddy Arnold en Hank Snow zijn weg vond blijft voor altijd wat duister, aangezien Van Kuijk weliswaar een ongeëvenaarde dealmaker was, maar nooit op een ware passie voor muziek kon worden betrapt.
En toen kwam Elvis op zijn pad. Hoewel de zanger allereerst gecontracteerd was door Sam Phillips van het lokale Sun-label, zag de Colonel onmiddellijk de potentie van het ongepolijste seks-symbool en stelde hij alles in het werk om Elvis los te weken van Sun, hem bij het grote RCA onder te brengen, een paar dozijn filmdeals voor hem te arrangeren en hem tot misschien wel de eerste internationale superster te maken.
Tot zover de publieke perceptie van Andries van Kuijk als hustler en exploitant. Peter Guralnick, misschien wel de beste schrijver over het Amerikaanse muzikale erfgoed (hij publiceerde al eerder naast die biografie van Elvis onder meer een prachtig boek over Sam Cooke en over Sam Phillips) heeft dit (opnieuw) lijvige boek in twee delen opgedeeld. De kiem van de eerste helft kan men al vinden in een verzameling opstellen die Guralnick publiceerde in 2020 onder de titel Looking to Get Lost. Het tweede deel bestaat uit de brieven waarover Guralnick beschikking kreeg in een bijgebouw van The Elvis Archives, waar alles betreffende de Colonel is opgeslagen. De brieven kleuren veel van het beschrevene in. Uitermate pijnlijk zijn de laatste episodes, toen beide hoofdrolspelers gevangen zaten in een houdgreep van verslaving, of mutual denial zoals Guralnick het noemt: Elvis aan pillen, de Colonel aan gokken (hij bracht soms slapeloze etmalen door in de casino’s van Las Vegas, waar hij wel eens een miljoen dollar in zo’n etmaal lichter werd.)
Mentale teloorgang
Guralnick heeft uitzonderlijk veel research gedaan in deze hele geschiedenis, uiteraard hier en daar leunend op zijn eerdere uitmuntende boeken over de mensen die een rol speelden. Allereerst Elvis zelf, natuurlijk. Maar ook Sam Phillips, de man die toch altijd meer als de ‘ontdekker’ van de legendarische muzieksensatie wordt gezien. Dat Guralnick na al die vele honderden bladzijden over deze materie besloot alsnog aan Colonel een apart boek te wijden heeft nogal wat te maken met het feit dat hem in de laatste jaren van de man zeldzame inkijkjes werden verleend in zijn financiële maar vooral ook mentale teloorgang. Dat gebeurde middels correspondentie, maar ook door gesprekken met Van Kuijks tweede vrouw Loanne. Hij ontwikkelde zelfs een soort van vriendschap met de Colonel, voor zover zoiets mogelijk was, en de Colonel leek in zijn laatste dagen zelfs bijna bereid hem zijn geautoriseerde biografie te laten schrijven onder de veelzeggende titel How Much Does It Cost if It’s Free?
De dood van Elvis, diens mentale teloorgang, er zijn vele episodes die als slot van deze saga hadden kunnen dienen, maar Guralnick koos voor Colonels vage erkenning op het allerlaatste moment, van zijn ‘Nederlandse’ geheim. Hoewel hij tot op het laatst niet wilde praten ‘with anyone from Holland’ (zijn broer Ad van Kuyk lijkt de enige uitzondering te zijn geweest) was het, niet verbazingwekkend, een erfenisgeschil met Elvis’ dochter Lisa-Marie dat hem dwong openlijk te erkennen dat hij in feite stateloos was. (…) „Wil je met me meegaan, als ik gedwongen word in een ander land te wonen?” vroeg hij vlak voor zijn dood aan zijn verbijsterde tweede vrouw, die zich, aldus Guralnick, toen pas realiseerde welke angsten er al die decennia achter zijn publieke masker schuilgingen.
Het levert opnieuw een fascinerend Guralnick-boek op, stilistisch uitstekend maar ook verrassend omdat het een bijna gedurfde nuancering en zelfs wel herziening oplevert van Van Kuijks reputatie. Nogal wat lezers zullen de lange verhandelingen over contractbesprekingen met platenlabels, de filmindustrie en agents eerder scannen dan spellen, maar ze vormden wel de essentie van Colonels rol in Elvis’ carrière. En Guralnick maakt vrij overtuigend duidelijk dat hij weliswaar graag met miljoenen dollars goochelde om er zelf beter van te worden, maar dat loyaliteit een minstens even sterke motivatie was, dat hij ook altijd het belang voorop stelde van de ster die hij als zijn protegé beschouwde.
Guralnick heeft met dit boek in elk geval deze lezer van zijn meer empathische visie op de Colonel overtuigd. Nu die andere miljoenen Elvisfans nog.
Lees ook
Elvis, de koning die altijd zijn zin kreeg

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie
NIEUW: Geef dit artikel cadeau
Als NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.