Enzo Salatiello (32) is een grote, vriendelijke man. Dat hij vroeger zo agressief was en wars van autoriteit, is moeilijk voor te stellen. Toch heeft hij in zijn kamer in Amsterdam twee dikke Jeugdzorgdossiers om het te bewijzen.

Kijk naar de omgeving 

“Ik ben altijd een beetje bang dat mijn verhaal door instanties wordt gezien als teken dat het goed gaat in de jeugdzorg”, wil hij als eerste zeggen. “Dat het met mij is goedgekomen, betekent niet dat anderen dat ook zonder hulp kunnen.” 

“Met een kind is vaak niet zoveel mis, het heeft een antennefunctie: misdraagt het zich, dan zou gekeken moeten worden naar de omgeving. Er zijn duizenden en duizenden euro’s in mij gestoken. Maar pas toen de situatie veranderde, ging het met mij beter.”

© Privéfoto De kleine Enzo. De kleine Enzo.

Enzo had een ‘heel dynamische’ jeugd, zoals hij het zelf zegt. “Tot mijn elfde ging er gewoon heel veel mis.” In de app Mijn Overheid laat hij zien: in die 11 jaar is hij officieel 12 keer verhuisd. Samen met zijn moeder, naar jeugdzorginstellingen, pleeggezinnen, vrienden van zijn moeder…

Uit huis geplaatst 

“Mijn verwekker is alleen het eerste jaar in beeld geweest, en af en toe tijdens mijn puberteit. Verder heb ik hem nooit gezien. Ik denk dat ik 3 was toen Jeugdzorg in beeld kwam. Mijn moeder had een zelfmoordpoging gedaan. Een schreeuw om hulp, denk ik vooral.” 

Denk je aan zelfdoding? 

Bel dan 24/7 met 113, gratis en anoniem, of chat op 113.nl

Het was reden om Enzo uit huis te plaatsen. “Ik kwam bij een tante van mijn moeder in huis. Maar zij had zelf ook al een gezin met oudere kinderen – pubers denk ik. Dat konden ze niet aan, dus na een paar maanden werd ik in een pleeggezin geplaatst. In Alkmaar was dat.”

In die tijd begon zijn gedrag te veranderen. “Ik denk vanuit een gebrek aan veiligheid, warmte en liefde. Mijn moeder kon niet voor mij zorgen. Doordat ze zelf psychische problemen heeft – ze heeft borderline – mishandelde en verwaarloosde ze me. Kinderen gaan daar verschillend mee om. Mijn manier was om het allemaal naar buiten te gooien. Ik had driftbuien en was heel boos.”

Kindertehuis

“Ik herinner me heel weinig van die tijd. Echt flitsen, dat ik in het pleeggezin een fiets kreeg voor mijn verjaardag, die met doeken erover in de woonkamer stond. Dat ik daarna in de straat leerde fietsen. En dat ik lampionnenavond liep op 11 november. Maar dat is het.”

Een medewerker van het pleeggezin waar hij woonde, werkte ook in een medisch kindertehuis in Castricum. Hij adviseerde om Enzo daar te plaatsen. Verhuizing nummer drie in zo’n 1,5 jaar tijd werd het.

© Renske Holwerda De dossiers herinneren Enzo aan zijn tijd onder toezicht van Jeugdzorg. De dossiers herinneren Enzo aan zijn tijd onder toezicht van Jeugdzorg.

Als zijn moeder een nieuwe relatie heeft, haalt ze Enzo, met aanmoediging van de man die hij nu zijn vader noemt, op uit het kindertehuis. “Wat mijn moeder altijd heel goed gedaan heeft, is zelf bij Jeugdzorg aangeven dat er problemen waren, en samenwerken met de instanties. Daardoor is ze altijd mijn gezaghouder gebleven.”

Korte tijd woont Enzo bij zijn moeder en haar man, die Enzo nog altijd ziet als zijn vader. Ze krijgen samen een dochter, die zes jaar jonger is dan Enzo. Maar de relatie houdt geen stand. Opnieuw verhuizen Enzo en zijn moeder, vanaf nu met zijn zusje. Eerst naar vrienden van zijn moeder, waar ze met zijn drieën op een kamer wonen.

Goede tijd

“Mijn moeder had in die periode ook veel stress en zowel mentale als fysieke problemen. Maar die mensen die ons in huis namen, waren geweldig. Ze hadden zelf een jong kind, dat je dan drie mensen bij je laat wonen vind ik heel mooi. Ik ging vanwege mijn gedrag naar het speciaal onderwijs, met een busje. Dat zette mij dan af bij de moeder van die man, ik denk omdat het toch wel wat druk was in huis.”

© Privéfoto Enzo en zijn moeder op zijn zesde verjaardag. Enzo en zijn moeder op zijn zesde verjaardag.

“Bij die vrouw had ik het goed. Ik zat daar meestal te gameboyen, kreeg af en toe een koekje en wat te drinken, en dan haalde mijn moeder mij ’s avonds weer op.”

Boom zonder wortels

Na een tijd in een opvanghuis krijgt zijn moeder uiteindelijk een nieuw huisje. Het zoveelste in die jaren. “Ik zeg weleens: ik ben een boom zonder wortels. Ik heb geen plek waarvan ik kan zeggen: hier kom ik vandaan. Of: hier ben ik thuis. Het voelde ook nooit veilig, ook thuis niet.” 

“Mijn moeder kon omslaan als een blad aan een boom. Vroeg ik een koekje en zei ze ‘natuurlijk lieverd’, vroeg ik er dan nog een, dan kon ze volledig uit haar plaat gaan. Mijn moeder deed wat ze kon, ik wil haar niet zwartmaken want ze deed het niet expres. Maar het was gewoon niet goed genoeg.”

“Ik stond op, liep weg. Het gezag van volwassenen erkennen, kon ik niet.”

Op school gaat het ondertussen ook niet goed. Enzo is een slimme jongen, die groep 6 overslaat. Maar ook iemand die andere kinderen slaat en in de klas doet wat hij zelf wil. “Ik stond op, liep weg. Het gezag van volwassenen erkennen, kon ik niet. Daardoor hoorde ik ook steeds dat ik alles verkeerd deed.”

Chauffeur van het busje

Hij herinnert zich Patricia, de chauffeur van het busje waarmee hij elke dag naar school werd gebracht. “Ik was een van de kinderen die het verst weg woonden, dus vaak kon ik naast haar zitten. Er was een liedje van de Black Eyed Peas. Dat ging zo van: ‘Hey mama, it’s the beat that makes you go mama, get on the floor and move your holy mama.'” 

“Ik zei tegen Patricia: ‘Dat is toch eigenlijk een raar liedje?’ En vertaalde het naar het Nederlands. Toen zei zij: ‘Huh, kan je al zo goed Engels?’ Ze was oprecht verbaasd. Als je dat als volwassene zegt tegen een kind van 9 of 10 dat alleen maar hoort dat hij alles verkeerd doet… Ja dat is wel echt een compliment. Voor mij voelde dat heel goed.”

© Renske Holwerda Afbeelding

Het is maar één opmerking, moeilijk voor te stellen dat die zo’n positieve invloed kan hebben op een kind. Maar voor Enzo deed het dat wel. Net als een opmerking van ‘juf Trudy’, in de eerste klas van de ZMOK-school (een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen) een paar jaar later.

Wedstrijdje rekensommen maken

“In groep 8 dacht ik dat het goed ging. Ik herinnerde me hoe ik wedstrijdjes deed met het jongetje naast mij: wie de meeste rekensommen kon maken. Toen kwam het schooladvies: ZMOK, cluster 4. Eigenlijk zeg je dan: we schrijven je af, dit wordt niets met jou. Cluster 4 was voor kinderen met ernstige gedragsproblemen. Dat kwam voor mij op die leeftijd als een donderslag bij heldere hemel.”

Op die ZMOK-school was er weinig onderwijs, herinnert hij zich. Het ging vooral over het verbeteren van gedrag. “In dat jaar ben ik bij mijn opa en oma gaan wonen. Zij adopteerden me. Dat gaf mij rust, langzaamaan begon ik me beter te gedragen. Juf Trudy zag dat. Al snel zei ze, waar mijn opa en oma en ik bij waren, dat ik niet op die school thuishoorde.”

“Ik hoefde niets te doen om goede cijfers te halen, anders dan in de les te zitten en te luisteren.”

Opnieuw bloeide Enzo een beetje op van zo’n groot compliment. Al zat hij daarmee niet meteen op het regulier onderwijs. “ZMOK-scholen werden, hoe hard het ook klinkt, toch een beetje gezien als het voorportaal van de jeugdgevangenis. Als het daar niet lukt, dan kom je al gauw in de wereld van enkelbanden en jeugdinrichtingen terecht.”

Ruimte voor ontwikkeling

“Doordat ik bij mijn opa en oma woonde, met het vertrouwen dat ik daar niet snel weer weg hoefde, en die opmerking van juf Trudy, kreeg ik ruimte om me in de goede richting te ontwikkelen.”

Enzo ging een jaar naar een OPDC, een orthopedagogisch didactisch centrum. “Een regulier vmbo wilde mij na het zien van mijn dossier niet aannemen. Deze school gelukkig wel. Na een jaar daar stroomde ik door naar vmbo kaderberoeps met leerwegondersteuning, zoals dat heet. Dan krijg je vanuit de gemeente een extra potje voor begeleiding, maar inmiddels was er het vertrouwen dat ik me daar wel staande kon houden.”

Achten en negens

“Ik was ook niet meer zo agressief en boos. Ik heb weleens een vechtpartijtje gehad, maar het meeste kon ik oplossen met woorden. En ik kreeg rust doordat ik zag dat ik het wel aankon. In het tweede jaar haalde ik allemaal achten en negens. De school wilde zelfs dat ik naar de havo zou gaan. Maar ik wist niet eens wat havo was. En dan moest ik naar een andere school. Als 14-jarige die net in vier jaar tijd vier scholen had gehad – de basisschool, ZMOK, OPDC en nu deze – had ik daar geen zin in.”

“Het eerlijke verhaal”, lacht hij. “Is ook wel dat ik verliefd was op een klasgenootje. En mijn droom was om kok te worden, dat kon ik leren op de school waar ik zat. Dus ik ging helemaal nergens heen. Mijn omgeving vond dat heel jammer, maar ik was tevreden. Ik hoefde niets te doen om goede cijfers te halen, anders dan in de les te zitten en te luisteren.”

© Renske Holwerda Een passage uit zijn jeugdzorgdossier waar Enzo veel moeite mee heeft. "Zo geef je een kind toch geen enkel perspectief?" Een passage uit zijn jeugdzorgdossier waar Enzo veel moeite mee heeft. “Zo geef je een kind toch geen enkel perspectief?”

Na zijn vmbo, waarin hij het blowen, drinken en feesten had ontdekt en zijn cijfers in het laatste jaar dus iets minder waren, ging hij een BBL-opleiding doen. Vier dagen werken, een dag naar school.

“Maar naar school gaan, deed ik zelden. Het hele weekend werkte ik in het restaurant, wat ik het liefste deed. En dan moest ik op maandag om 9 uur naar school. Dat werkte niet voor mij. Ik haalde nog een mbo-2-diploma basiskok, maar daarna was mijn ambitie om door te leren wel weg.”

‘Lieve chantage’ 

Het was zijn toenmalige vriendinnetje dat hem in het onderwijs hield. “Zij deed dat jaar havo-examen, en zei: als jij stopt met school, dan maak ik het uit. Een soort lieve chantage. Maar het werkte.”

Voor het eerst, en laatst, in het gesprek krijgt hij tranen in zijn ogen. “En toen haalde ik mijn staatsexamen havo.”  Hij ziet het als ‘de grootste prestatie in mijn leven tot dan toe’. “Ik deed het op mijn manier, met boeken die ik op Bol.com kocht en een grafisch rekenmachine dat ik van een collega kreeg. Ik ging ervoor, en ik redde het, in minder dan een half jaar.”

“Op het eind sliep ik tien dagen in een trekkershut in de buurt van Zwolle, omdat dat de enige plek was waar ik nog examens kon doen. En toen werd ik in een kamertje geroepen en hoorde ik: je bent geslaagd. Mijn hele leven had ik zo vaak gehoord dat ik niets kon, niets waard was. Ik dacht dat ik dom was. Nu voelde het als dat ik het systeem had verslagen. Ik had gewonnen, niet zij.”

© Renske Holwerda Enzo in zijn kamer in Amsterdam. Enzo in zijn kamer in Amsterdam.

De jaren daarna doet Enzo van alles: anderhalf jaar van een businessopleiding, omdat een vriend daar ook heen gaat, werk in de horeca, eerst in loondienst en daarna als zzp’er, een enkele modellenklus…

Vader worden 

“En toen ontmoette ik de moeder van mijn dochter. Op 28 juli 2015, en op 5 augustus was ze zwanger. Begin 20 was ik. Ik had me net aangemeld voor een studie sociologie, maar was er helemaal niet bij met mijn hoofd. Ik moest werken, geld verdienen voor mijn kind en haar moeder. Een beetje toxische mannelijkheid wel ja.”

De relatie met de moeder houdt al snel geen stand, maar Enzo wil er per se voor zijn dochter zijn. Hij gaat naar de rechtbank, regelt erkenning, een omgangsregeling.

Aan zichzelf werken

“Maar dat ik een kind kreeg, betekende ook dat ik echt aan mezelf moest gaan werken. Ik ging in therapie om te leren om te gaan met mijn trauma’s, die ik niet wilde overdragen op mijn dochter. Het klinkt cliché, maar ik wist dat ik niet de beste versie van mezelf was, en dat ik die wel moest worden.” 

Het contact met de moeder van zijn dochter verbeterde, hij ziet zijn dochter nu geregeld. “Echt een kind van mij, als je haar ziet en in haar gedrag”, zegt hij trots over het nu bijna 10 jaar oude meisje. 

En hij ging weer studeren. Eerst een LOI-opleiding sportpsychologie en coaching. En daarna een studie interdisciplinaire sociale wetenschappen aan de UvA. Dan nog een master arbeids- en organisatiepsychologie aan de VU, een master bestuur- en organisatiewetenschappen in Utrecht. En een master eerstegraads docent maatschappijleer aan de Universiteit Tilburg. Tegelijkertijd werkt hij als kok. 

© Renske Holwerda Een tekening van Enzo en zijn dochter, op een 'paparapport' dat zij voor hem maakte. Een tekening van Enzo en zijn dochter, op een ‘paparapport’ dat zij voor hem maakte.

Of het nu klaar is met al dat geleer? “Nou, laat ik het zo zeggen. De kans is groter dat ik nog een master ga doen, dan dat ik er geen doe.”

Cirkel is rond

Wel moet die even wachten, want sinds kort werkt Enzo als docent maatschappijleer. Op een vmbo voor kinderen met leerwegondersteuning, zoals hij zelf ook was. 

“De cirkel is wat dat betreft wel rond ja. Ik denk dat ik de leerlingen goed begrijp. Dat ik niet boos word als ze in de les zitten te slapen, maar ze probeer te motiveren door te zeggen dat ik blij ben dat ze er toch zijn, ondanks dat het even zwaar is. En ik wil met ze in gesprek over wat er achter hun gedrag zit. Want het ligt zelden aan hen, daar ben ik van overtuigd.”

© Privéfoto Enzo en zijn vriendin. Enzo en zijn vriendin.

Ook privé gaat het hem voor de wind. Hij heeft sinds 3 jaar een leuke vriendin. De relatie met zijn moeder is ‘oké’. “Er is contact, echt veel en diepgaand is het niet. Maar het is goed, ze doet wat ze kan.”

Droom

Ook is er goed contact met de moeder van zijn dochter en met zijn dochter. “Ik vind het jammer dat we zo ver uit elkaar wonen, dat is het enige nog. Mijn vriendin woont in Antwerpen en mijn dochter in Schoonhoven. En ik hier, vanwege de woningkrapte nu nog in een kamer in Amsterdam.”

“Het doel is dus om een huis te kopen in het dorp waar mijn dochter woont, samen met mijn vriendin. Mijn dochter heeft een aardige stiefvader, en hij en haar moeder hebben ook een kindje samen. Maar ik wil er ook meer zijn.”

“Mijn droom is dat ze op haar 14de daar gewoon naar binnen loopt terwijl ik met mijn vriendin beneden zit. En dat ze dan roept ‘Hé pap’, en dan de trap opstormt naar haar kamer. En dat ik dan voel: I did it. Dat is nu voor mij het goud dat lonkt aan het eind van de regenboog.” 

Zondaginterview

Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.

Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl

Lees hier de eerdere zondaginterviews.