Stel, je moeder is langdurig ziek en terwijl je aan het werk bent, moet je halsoverkop mee naar de spoedeisende hulp. Het was een bekend probleem voor Roelie de Wilde. Ze was mantelzorger voor haar moeder die bijna 25 jaar lang ziek is geweest. “Van mijn werk heb ik eigenlijk altijd de ruimte gekregen om te vertrekken, om te gaan”, zegt ze.
Deze vorm van flexibiliteit krijgt niet iedereen, terwijl steeds meer Nederlanders mantelzorger worden. Volgens de Sociaal Economische Raad (SER) komt dat door onder andere vergrijzing en het beleid om mensen langer thuis te laten wonen. Inmiddels combineren zo’n twee miljoen Nederlanders mantelzorg met hun werk.
De combinatie van (meer) werken en (meer) zorgen leidt voor een groeiende groep mensen tot overbelasting. Dat kan leiden tot uitval, minder uren werken of mensen die zelfs helemaal stoppen met werken. Een risico dat vrouwen harder treft dan mannen, omdat zij vaker mantelzorger zijn. Net als mensen die al, vaak onder druk, in de zorg werken. Daarom doet de adviesraad verschillende aanbevelingen.
Zo wordt de regering opgeroepen om te zorgen voor acht weken betaald ‘mantelzorgverlof’, als ventiel om de druk te verlichten en de regels minder ingewikkeld te maken. Volgens de SER moet mantelzorg ook op de werkvloer een normaal verschijnsel worden. Waar mogelijk moeten werkgevers flexibel meedenken en maatwerk bieden, om uitval te voorkomen.
“Als je er niet mee te maken hebt, ga je niet op zoek naar welke regelingen er zijn”, aldus Roelie de Wilde. Ze werkt al 33 jaar als schadebehandelaar en haar werkgever dacht vanaf het begin mee met haar situatie. Zo zocht haar teammanager uit wat er mogelijk was. “Het werd voor me geregeld nadat ik mijn vinger had opgestoken. Dat was heel prettig.”
Want dat is volgens De Wilde belangrijk. Je moet niet bang zijn om het onderwerp bespreekbaar te maken. “Ik weet dat het lastig is en ja, je kan emotioneel worden. Maar het gaat wel ergens over, emotie hoort er dan gewoon bij. Dat verdriet mag er ook zijn. Ik denk dat heel vaak het antwoord al wordt ingevuld. Zo van: ‘het zal wel niet kunnen’, maar ik denk dat er meer kan dan je denkt.”
Naast de thuiszorg zorgde De Wilde samen met haar vader tot het einde voor haar zieke moeder. Toch heeft ze zich niet echt een mantelzorger gevoeld. “Ik was er meer voor de mentale ondersteuning en gesprekken bij de arts. Niet het standaard boodschappen doen.” Maar het kostte haar wel tijd: “Zeker in die paar laatste weken van het leven van mijn moeder, toen kwam de arts iedere dag. Dat kostte me wel een uur per dag.”
Ze kijkt met een gerust hart terug op de ook wel moeilijke tijd. Het hielp dat haar werkgever haar flexibiliteit en ruimte gunde. “De gesprekken in die tijd met mijn moeder en mijn vader neem ik voor de rest van mijn leven mee. Ze heeft jarenlang voor ons gezorgd, het mag ook een keer andersom. Dat je dat dan kan doen, dat geeft mij een goed gevoel. Ik heb dat goed kunnen afsluiten.”
Het is volgens haar onbegrijpelijk dat niet iedereen het zo makkelijk geregeld krijgt. “Je kan het niet overdoen. Dus bied iemand de ruimte die daar goed voor voelt. Want uiteindelijk, als je iemand over de kling jaagt, heb je een probleem dat iemand langer kan uitvallen. Daar is de persoon en de werkgever niet bij geholpen. Je moet iemand in de benen houden en dat is hier gelukt”, besluit ze.