Fleur Smit (29) is arts internationale gezondheidszorg, ook wel bekend als ’tropenarts’. Voor ze in Soedan werkte, deed ze ook al ervaring op in ziekenhuizen in Indonesië, Tanzania en Zuid-Soedan. Het afgelopen jaar werkte ze vier maanden in Soedan voor Artsen zonder Grenzen, in Nyala, de hoofdstad van de regio Zuid-Darfur.
Een gebied dat onder controle staat van de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). “De RSF was overal zichtbaar”, vertelt ze. “Je zag ze op straat, bij checkpoints, in pick-ups met wapens. Ze leven daar gewoon.”
Werk in het ziekenhuis
Haar werkdag daar begon ’s ochtends, als ze vertrok naar het kantoor van Artsen zonder Grenzen (AzG), op één minuut lopen van het guesthouse waar ze verbleef. “Vanaf daar gingen de chauffeurs eerst op pad om de veiligheid van de weg te checken”, vertelt Fleur.
© Eigen foto
Fleur in Nyala.
Pas als er ‘green light’ kwam, stapte ze in de auto. Een ritje van tien minuten langs de controleposten van de RSF.
In het ziekenhuis werkte Fleur op meerdere plekken. De kinderafdeling, gynaecologie, verloskunde en de operatiekamers. Het is een groot ziekenhuis: “Ik werkte met wel 45 lokale artsen”, vertelt ze. “Heel anders dan ik gewend was van mijn missie in Zuid-Soedan. Dat was een veldhospitaal in ruraal gebied, maar hier had AzG ervoor gekozen om een bestaand ziekenhuis te ondersteunen. Dat is ook heel goed: er zijn lokale artsen, lokale verpleging, specialisten. Je werkt echt mét mensen die het systeem kennen, die samenwerking is heel hard nodig.”
‘Schoon water is óók zorg’
De internationale staf bestond uit zo’n 15 mensen, die samenwoonden in een guesthouse. “Maar Artsen zonder Grenzen is veel meer dan alleen artsen. Je hebt bijvoorbeeld mensen voor logistiek, water, bevoorrading, hygiëne. Schoon water is óók zorg: je voorkomt ermee dat mensen ziek worden.”
“Westerlingen raken vaak sneller gefrustreerd, omdat je automatisch vergelijkt met hoe het in Nederland zou gaan.”
Een misverstand dat ze vaker hoort: dat het vooral ‘vijftien westerlingen’ zijn die ergens ‘even’ komen helpen. “Dat klopt echt niet. In Soedan zat ik met mensen uit Congo, Afghanistan, Zuid-Soedan, Kenia, Amerika. Het is super gemixt.”
Die diversiteit is niet alleen mooi, zegt Fleur, het is ook praktisch. “Mijn collega uit Zuid-Soedan had vaak hele praktische oplossingen. Ik heb weer andere expertise en ervaring. Zo vul je elkaar aan”. En ook: “Westerlingen raken vaak sneller gefrustreerd, omdat je automatisch vergelijkt met hoe het in Nederland zou gaan. Sommige dingen heb je gewoon niet daar. Maar de artsen uit Afghanistan, die waren niet gestrest te krijgen. Die hadden alles al een keer gezien.”
Grootste humanitaire crisis ter wereld
Het is de grootste humanitaire crisis ter wereld, zegt de VN: de oorlog in Soedan. Het regeringsleger en de militie Rapid Support Forces (RSF) vechten er al bijna drie jaar een bloedige strijd om de macht.
RSF-soldaten zijn veelal van Arabische afkomst en hebben het voorzien op Soedanezen van Afrikaanse afkomst. Zowel het Soedanese leger als de RSF-milities maken zich volgens de VN schuldig aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Daarbij gaat het onder meer om seksueel geweld en uithongering als oorlogswapen.
Schattingen over het aantal slachtoffers lopen uiteen van tienduizenden tot boven de honderdduizend doden. Twaalf miljoen mensen zijn op de vlucht voor het geweld: dat is zo’n 1 op de 3 Soedanezen. Geschat wordt dat ruim 21 miljoen mensen er in acute voedselonzekerheid leven. Mensen eten er zelfs bladeren, aarde en veevoer om te overleven.
Het werktempo in het ziekenhuis in Nyala is hoog. “In mijn laatste maand hadden we gemiddeld 33 bevallingen per dag”, vertelt Fleur. Per dag. “Dat is echt superveel. Dat haal je in Nederland niet.”
Seksueel geweld
Verloskunde in een conflictgebied is anders dan verloskunde in een welvarend land. Niet alleen door het gebrek aan middelen, maar ook door wat vrouwen meemaken voordat ze überhaupt het ziekenhuis bereiken. Fleur noemt de schaduw die over veel zwangerschappen hangt: “Er is veel seksueel geweld, en daar komen ook ongewenste zwangerschappen uit voort.”
© Fleur Smit
Een verhaal dat haar is bijgebleven, is dat van een meisje van 16. Ze was verkracht en daardoor ongewenst zwanger. “Ze is ontzettend ziek geworden en heeft het uiteindelijk niet gehaald. Dat is zwaar, dagen voor haar zorgen. Haar moeder was er ook bij. Echt heel intens om te zien.”
Cholera: doden die niet nodig zijn
Oorlog, honger, maar ook infectieziekten teisteren de regio. Tijdens haar werk in Nyala was er een cholera-uitbraak. “Je krijgt extreem waterige diarree door besmet water of voedsel. In theorie is dat heel makkelijk te behandelen: water met ORS geven. Als dat niet werkt, een infuus met antibiotica, in erge gevallen. Je hoeft echt geen arts te zijn om dat te kunnen”.
Maar omdat cholera zo besmettelijk is, zijn er te veel mensen tegelijk, en stort het zorgsysteem in. “Elke cholera-dode is te voorkomen, je moet gewoon zorgen dat mensen niet uitdrogen. Maar door de oorlog, de slechte toegang tot zorg, slechte watervoorzieningen, gaan mensen toch dood. Dat is enorm frustrerend, want dat is écht niet nodig.”
© Fleur Smit
In de operatiekamer.
In Soedan is cholera sinds 2024 op meerdere plekken opgelaaid en verspreid, mede door de oorlog en de beschadiging van water- en stroominfrastructuur.
Twee kinderen, één zuurstofslang
Ook liep ze in het ziekenhuis tegen logistieke problemen aan. “Je kunt alleen behandelen als je spullen hebt, je hebt gewoon niet altijd alles wat je wil. Goederen moeten dagenlang over de weg met een vrachtwagen. Als de elektriciteit niet stabiel is, valt er van alles uit.”
Dan ligt het niet aan de medische kennis, maar aan de infrastructuur. “We hebben een situatie gehad waarin een meisje van 6 met een hartafwijking zuurstof nodig had. We hebben haar aangesloten op de enige aanwezige zuurstoftank.”
Maar vlak daarna krijgt een jongetje van 8 met malaria plots een hartstilstand. “Tijdens het reanimeren moesten we kiezen: wie sluiten we aan op de zuurstoftank?”. Gelukkig haalt het jongetje na 20 minuten reanimeren weer zelfstandig adem. “Maar na het weekend kwam ik erachter dat ze het allebei niet hebben gehaald.”
“Er zitten best wat workaholics bij Artsen zonder Grenzen. En anders word je er wel één. Work-lifebalance bestaat daar gewoon niet.”
Fleur werkte in oorlogsgebied, maar echt bang is ze in die tijd niet geweest. “Ik was daar als arts, ik hield me niet bezig met de veiligheidssituatie, dat was gewoon niet mijn taak. Ik deed wat me werd opgedragen”. Er waren regelmatig luchtaanvallen, bijna wekelijks. “Dan ga je naar de bunker. Soms overdag, soms ’s nachts.”
Als een luchtaanval dichtbij was, bepaalde dat het ritme van de dag erna. “Dan mocht je de volgende ochtend niet verplaatsen. Eerst gaat security inschatten: verwachten we meer gevechten? Wat is het risico? En dan hoorde ik of ik wel of niet mocht verplaatsen.”
Er gelden elke dag veiligheidsregels, legt Fleur uit. “Je meldt je af als je weggaat, je loopt in tweetallen. Er hangt letterlijk een kaart: de ‘green zone’, waar je wel mag lopen. In die zone kon je thee drinken, heb je kleine winkeltjes. Dat deed ik op vrije dagen, gewoon om even te lopen.”
Work-lifebalance
Ze heeft ook veel contact met thuis als ze op missie is. “Dat maakt het wel beter vol te houden, dat ik mensen thuis ook gewoon spreek.” Vooral vrienden die ook tropenarts zijn: “Een goede vriendin werkt ook bij Artsen zonder Grenzen, daar heb ik veel contact mee op zo’n missie. Je begrijpt elkaar dan goed, hoe je je op zo’n moment voelt.”
© Fleur Smit
Met collega’s en patiënten in een bunker.
Vrije dagen zijn relatief. “Meestal was het weekend vrij, ook omdat de chauffeurs weekend moesten hebben. Maar door een cholera-uitbraak en later een mazelenuitbraak werkte je soms toch.” En als je niet werkt, dan praat je alsnog over werk, vertelt Fleur. “Je zit in een bubbel. Als jij ’s avonds zegt: ik wil het niet over werk hebben, dan heeft iemand anders het wél over het project. Of over andere projecten. Het gaat eigenlijk altijd over Artsen zonder Grenzen.”
Ze lacht: “Er zitten best wat workaholics bij Artsen zonder Grenzen. En anders word je er wel één. Work-lifebalance bestaat daar gewoon niet,” zegt Fleur. “En achteraf zeggen mensen: wat heftig. Maar ik denk: je zou precies hetzelfde doen. Je hebt niks anders.”
De dag dat El Fasher viel
Een dag die ze zich goed herinnert, was de dag dat El Fasher viel, vlak voor haar vertrek uit Sudan in november. De stad ligt zo’n 200 kilometer ten noorden van Nyala. Het was de laatste grote stad in de regio Darfur die nog in handen was van het regeringsleger en werd al anderhalf jaar omsingeld door de RSF. In die anderhalf jaar werd er geen voedsel de stad binnengelaten, wat leidde tot hongersnood.
In november viel de stad na ruim 500 dagen in handen van de RSF. Waarschijnlijk werden duizenden mensen vermoord. Op satellietbeelden was te zien dat de aarde op sommige plekken helemaal rood was gekleurd van het bloed en er lagen honderden lichamen in de straten. De val van El Fasher werd in die periode internationaal gezien als een kantelpunt in Darfur: organisaties en media beschreven grootschalig geweld en massale verdwijningen na de inname door de RSF.
© Fleur Smit
“Die ochtend zei het hoofd van het project al: El Fasher is gevallen. Dan kunnen we binnenkort El Fasher in”, vertelt ze. “De volgende dag begonnen ze meteen met: hoe kan Artsen Zonder Grenzen erdoorheen komen?” Ook in Nyala leefde de angst. “Mensen hadden flashbacks naar hoe Nyala was overgenomen. Sommigen hadden familie in El Fasher.” Uiteindelijk duurde het nog bijna twee maanden voor Artsen Zonder Grenzen El Fasher in konden.
Eerste bombardement: ‘Dit is het dus’
Was Fleur bang in Nyala? Ze aarzelt. “Kijk, de eerste keer dat je een bombardement hoort, denk je wel: dit is het dus. Dit gebeurt nu.” Maar echte paniek, dat het op háár guesthouse zou komen, heeft ze niet gevoeld. “Ze gebruiken drones, die zijn ingesteld op specifieke coördinaten. Die zijn niet ingesteld op het guesthouse of op het ziekenhuis, daar heb ik me niet echt zorgen over gemaakt.”
Toch was er één moment dat ze wél echt stress voelde: toen ze het project uit reed. Een dag lang onderweg, door een gebied waar het front kan verschuiven. “Onderweg hadden wij een luchtaanval,” zegt ze. “En in de auto is er niet zo’n duidelijk protocol als in het guesthouse of het ziekenhuis. Daar heb je een veiligheidsplan. In de auto was het: oké… en nu? Toen werd ik wel echt zenuwachtig, maar het kwam goed, gelukkig.”
Bevoorrecht
Tegelijk realiseerde ze zich ook goed dat ze bevoorrecht was dát ze eruit kon. “Voor het lokale team is dit dagelijkse realiteit. Dit is hun leven, zij kunnen er niet uit.” Hoe ga je daarmee om? “Ik heb daar niet echt een antwoord op,” zegt ze. “Je doet het, en je hebt er maar mee te dealen.”
© Eigen foto
“Het is gezond dat je het thuis weer de-normaliseert, dat je erover praat.”
Fleur heeft nog contact met mensen uit Nyala. Een vertaalster met wie ze veel samenwerkte, en een paar lokale artsen. “Ze zeggen altijd: gaat goed. Ze zijn optimistisch. Maar ik heb ook het idee dat ze er niet altijd over willen praten. Als ik elke week app: ‘waren er strikes?’, dan herinner ik ze er steeds aan. Het is hun dagelijks leven.”
En werk bij Artsen zonder Grenzen, zegt Fleur, betekent voor veel lokale collega’s ook iets heel concreets: stabiliteit. “Het geeft een stabiel inkomen. En ergens ook veiligheid. En het biedt perspectief: mensen kunnen doorgroeien.”
Iets betekenen
Fleur wil weer op missie. Het liefst deze zomer al, korter. Waar naartoe, dat kan ze niet zeggen, ze is nog in gesprek met Artsen zonder Grenzen. Haar familie vindt het heftig, vertelt ze. “Maar ze vinden het ook mooi dat ik er zoveel voldoening uit haal.” Haar moeder hamert op balans: een stevige basis in Nederland. “Je hebt mensen die missie op missie doen. Dat is super heftig. Dan raak je los van je thuisfront.”
Fleur ziet dat ook. “Je moet langere periodes thuis zijn om te settelen, om te verwerken. In een missie normaliseer je het snel, anders is het niet draaglijk. Maar het is gezond dat je het thuis weer de-normaliseert, dat je erover praat.”
En toch blijft de aantrekkingskracht. “Het level voldoening in zo’n missie is zó torenhoog”, zegt ze. “Dat had ik in Nederland nog nooit gehad op dat niveau. Het gevoel dat je echt nuttig bezig bent. Dat je iets kan betekenen.”
Zondaginterview
Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.
Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl
Lees hier de eerdere zondaginterviews.
Wat speelt er precies in Soedan? In deze video leggen we het uit: