De grafheuvels dateren vermoedelijk uit de brons- of ijzertijd. Mensen werden toen niet letterlijk begraven, maar verbrand op het land waarna de as werd verzameld en in de urn onder de grond werd gestopt. De archeologen vinden nu duizenden jaren later die kleine witte stukjes bot, de crematieresten, terug. Ook werd er houtskool en stukjes urn aangetroffen in de cirkels.
De grafheuvels waren van de hele gemeenschap en werden volgens La Fèber vaak aangelegd op de hoogste punten in het gebied. Aan de grootte kunnen archeologen achterhalen of het om iemand van stand ging. Daarbij is ook de vondst van een mogelijk grafhuisje opvallend.
“Maar dat kan ook te maken hebben dat het een grote gemeenschap is geweest en dat ze dachten: hier gaan we nog meer gebruik van maken”, legt La Fèber uit. “Het kan ook weersafhankelijk zijn geweest. Dat je in de zomer een groter graf kreeg dan in de winter. Het zijn allemaal dingen die we graag willen weten en waar we onderzoek naar doen als we grafheuvels vinden.”
Veel gelijksoortige grafheuvels die eerder zijn ontdekt in de omgeving zijn geplunderd of open gegraven door schatzoekers. Van de nieuw ontdekte grafheuvels lijkt een heuvel ‘recent’ vergraven. La Fèber: “We gaan nog onderzoeken of die inderdaad geplunderd is of dat dat op een andere manier is ontstaan. Van alle andere hebben we geen aanleiding om te denken dat ze geplunderd zijn.”