Deskundigen zeggen: als je Iran snel op de knieën wil brengen, dan bombardeer je Kharg, of je verovert het. “Het is het perfecte doel als je het Iraanse regime wil verzwakken. Als je het eiland van de kaart veegt, maak je bijna de hele Iraanse economie kapot”, zegt Carole Nakhle, olie-expert van het Londense kennisbureau Crystol Energy tegen DW News.

Bombarderen is ‘verleidelijk’

Ze vervolgt: “Je kan op die manier Iran financieel lamleggen, waardoor ze hun militaire activiteiten niet meer kunnen betalen. Dus dat is verleidelijk.”

Toch blijft het Iraanse koraaleilandje in de Perzische Golf tot nu toe onaangetast. Waarom dat is lees je zo. Eerst meer over Kharg.

Omdat het eiland zo belangrijk is voor de Iran, wordt het bewaakt door de Revolutionaire Garde, het Iraanse elitekorps. Niemand mag er zomaar op, daarom heet het in de volksmond ook het ‘verboden eiland’. 

Het eilandje vormt de economische ruggengraat van Iran. Kharg is maar acht kilometer lang en hooguit vijf kilometer breed. Het ligt zo’n 25 kilometer van de Iraanse kust. Maar het is van vitaal belang: 90 procent van de totale olie-export van Iran gaat via dit eilandje. Ongeveer 950 miljoen vaten ruwe olie per jaar, als er geen oorlog is. De meeste Iraanse olie gaat naar China.

Kharg is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw uitgebouwd tot olie-terminal. De wateren direct aan de Iraanse kust zijn te ondiep voor de grote olieschepen. Daarom gaat het overgrote deel van de ruwe olie via onderzeese pijpleidingen naar het eiland, waar de supertankers wel kunnen aanleggen, om het vervolgens via de Straat van Hormuz naar de buitenwereld te transporteren. 

Fort VOC

Op het eiland staan enorme opslangtanks en installaties. Maar er zijn ook de restanten van een oud Nederlands fort, Mosselstein genaamd. Tijdens de VOC-tijd vestigden de Nederlanders onder leiding van de Oostfriese baron Von Kniphausen er een handelspost, van 1752 tot 1766. Na het vertrek van de Nederlanders werd het fort veroverd en geplunderd door Perzische troepen. 

Terug naar de huidige tijd. Als ze toch Iran hard willen treffen, waarom bombarderen Israël en de VS dan niet Kharg?

“Het is nog steeds een optie die op tafel ligt. Maar er is ook risico. Je weet niet welke reactie dit losmaakt, op welke manier Iran zal terugslaan. Het land valt nu met drones de energiesector in de regio aan, maar Iran kan nog meer aanvallen uitvoeren op de buurlanden, en daarmee kunnen de energieprijzen nog verder omhoog gaan”, zegt Carole Nakhle. 

Ze vervolgt: “Op de langere termijn is er ook een risico. Stel dat het Israël en de VS zou lukken het regime in Iran te veranderen, dan heeft dat nieuwe regime, wat dat ook zal zijn, ook de inkomsten en het geld nodig om het land en de economie weer op te bouwen, na jaren van sancties en oorlogen.”

Energiespecialist Malcolm Moore van de Financial Times zegt in een podcast: “Zelfs nu Iran olievelden bombardeert en raffinaderijen en gasterminals overal in het Midden-Oosten, heeft nog niemand Kharg aangevallen als vergelding. En dat geeft aan hoe belangrijk de Amerikaanse regering Kharg vindt voor de toekomst. Als je nu het eiland opblaast, heb je een probleem in de toekomst. Zeker als je een regime-verandering wilt.”

Instabiliteit

“Iran is een grote olieproducent. De meeste olie gaat naar China. Als je die olie van de markt haalt met een aanval, dan veroorzaak je een nieuwe stijging van de olieprijzen. En meer instabiliteit op de oliemarkten, waar de wereldeconomie last van heeft”, aldus Moore.

Het lijkt erop dat de Amerikaanse regering het risico zeker nu niet wil nemen. Nieuwssite Axios meldde dat de regering Israël heeft gevraagd geen verdere aanvallen uit te voeren op de Iraanse oliesector. Ook omdat volgens een ingewijde Amerika na de oorlog wil samenwerken met de Iraanse oliesector, net als in Venezuela. 

Dat betekent dat het eilandje Kharg gespaard blijft, in ieder geval voorlopig. Want ook de deskundigen wijzen erop dat de situatie in het Midden-Oosten zomaar verder uit de hand kan lopen. 

Gisteren besloot Nederland samen met bondgenoten om olie vrij te geven uit de strategische reserve, om zo de hoge olieprijs tegen te gaan. Wat de minister daarover te zeggen had, zie je hier: