Volgens Göbel vormen ramen een groot probleem voor vogels. “Botsingen van vogels met ramen en glazen gevels behoren wereldwijd tot de belangrijkste door mensen veroorzaakte doodsoorzaken bij vogels. Na zo’n botsing kan een vogel vaak nog wel wegvliegen en ergens anders komen te overlijden. Hierdoor worden veel slachtoffers waarschijnlijk nooit gevonden.”
‘Groot probleem’
“Als je Nederland vergelijkt met de rest van de wereld is het echt extreem dichtbebouwd. Door de vele gebouwen is er ook ontzettend veel glas. In gebieden waar veel vogels voorkomen, is dat een risicovolle combinatie. Vogeldeskundigen gaan er dan ook vanuit dat het probleem in Nederland erg groot is”, legt hij uit.
In bepaalde perioden van het jaar neemt dat risico nog verder toe. “In het voorjaar en najaar zijn veel trekvogels onderweg. Bij soorten als de houtsnip merk je dat soms extra duidelijk. Wanneer deze massaal overvliegen, hebben we wel eens te maken met een ‘snippenregen’. Dan rijden we bij de dierenambulance soms wel meerdere keren per dag voor houtsnippen en andere vogels die tegen gebouwen zijn gevlogen. Daarnaast vliegen in de late zomer en het najaar ook veel jonge, onervaren vogels rond. Daardoor zie je in die perioden extra vaak botsingen.”
“En dan is het ineens ‘boem’.”
Dat vogels vaak tegen ramen botsen, komt doordat glas voor hen geen duidelijk obstakel is. “Een raam kan lucht, bomen of groen weerspiegelen, maar vogels kunnen er soms ook doorheen kijken naar de ruimte erachter. Daardoor lijkt het alsof ze veilig kunnen doorvliegen, en dan is het ineens ‘boem’.”
Vooral kleine zangvogels, zoals lijsters, mezen en mussen, worden vaak slachtoffer van dit soort botsingen. “Die vliegen snel en bewegen zich veel tussen struiken, bomen en andere vegetatie. Daarom zie je dit soort botsingen vaak in tuinen.”
Grote glazen gevels en doorlopende ramen vormen een extra groot risico voor vogels. “Onderzoek laat zien dat de kans op botsingen toeneemt naarmate het glasoppervlak groter is. Dat zie ik in de praktijk ook terug: hoe groter het raam, hoe groter het risico.”
‘Bijzonder veel ramen’
Het voorkomen van botsingen begint met het zichtbaar maken van het glas. “Dat kan met raamfolie of stickers in een patroon van stippen of lijnen, maar alleen als die aan de buitenkant zitten en ze dicht genoeg op elkaar zijn aangebracht, met hooguit ongeveer 10 centimeter tussenruimte. Een paar losse stickers op een groot raam helpen meestal nauwelijks, omdat vogels dan nog steeds door de open stukken heen proberen te vliegen.”
Toch kan Göbel zich voorstellen dat mensen ook gewoon van hun uitzicht willen genieten en niet hun hele raam vol willen hebben met folie. “Dan helpt het in elk geval om ’s avonds lampen uit te doen die je niet nodig hebt. Dat voorkomt dat vogels in de war raken, en verkleint de kans op botsingen.”
“Ik doe zelf vaak de gordijnen of jaloezieën dicht, omdat dit het beeld dat je er doorheen kan vliegen doorbreekt”, legt Göbel uit. Ook helpt het volgens hem om planten niet te dicht tegen je raam te zetten. “Staan ze te dicht op het raam, dan weerspiegelt dit in het raam, waardoor vogels denken dat ze er doorheen kunnen.”
Volgens Göbel is het hier met name een groot probleem “omdat we gewoon bijzonder veel ramen hebben in het leefgebied van vogels”. Hij zou dan ook heel graag dé tip willen kunnen geven waarmee je het probleem kunt verminderen, maar die is er volgens hem helaas niet. “Als alles opgelost zou worden met één sticker op je raam dan denk ik dat eigenlijk iedereen wel bereid zou zijn om een sticker te plakken. Maar zo werkt het helaas niet.”
Even bijkomen
Maar wat kun je dan het beste doen als er toch een vogel tegen je raam vliegt? Volgens Göbel is het belangrijk om eerst te kijken of de vogel zelf weer wegvliegt. “Soms vliegt een vogel direct weer weg, maar vaak zijn ze na de klap erg versuft. Dan kun je hem voorzichtig met een washandje of handdoekje oppakken en tijdelijk op een rustige, veilige plek laten bijkomen. Bijvoorbeeld in een kartonnen doosje. Buiten zijn ze in zo’n toestand extra kwetsbaar en kunnen ze zich verder verwonden of door een kat gegrepen worden.”
Wat je vooral niet moet doen, is water in de bek van de vogel doen, aldus Göbel. Ook de vogel voeren, omhoog gooien om te testen of hij kan vliegen, of hem te lang zelf verzorgen raadt hij af. “Het is natuurlijk mooi dat mensen willen helpen, maar neem niet zelf het hele herstelproces op je. Met de beste bedoelingen kan het alsnog verkeerd gaan.”
Volgens Göbel is het belangrijk om goed op te letten of er tekenen zijn dat de vogel meer hulp nodig heeft. “Zie je bloed, hangt een vleugel vreemd, blijft de vogel erg slap of suf, of vliegt hij na enige tijd nog steeds niet weg, bel dan de dierenambulance of een vogelopvang. Die kunnen de vogel op de juiste manier opvangen en beoordelen wat er nodig is.”
“Een botsing hoeft gelukkig niet altijd fataal te zijn.”
Gelukkig kan het ook allemaal goed aflopen. “Ik zie bij de dierenambulance regelmatig vogels die na zo’n klap weer helemaal opknappen, zeker als mensen snel goed handelen. Een botsing hoeft gelukkig niet altijd fataal te zijn. Als je vragen hebt of twijfelt, kun je altijd overleggen met de dierenambulance, zo zorgen we met z’n allen voor onze gevleugelde vrienden.”