Je rijdt een dorp uit, het wegdek knijpt ineens samen en van de andere kant komt er een auto aan. Even twijfel. Gas erop of toch maar remmen? Precies dat soort momenten roept bij veel automobilisten vraagtekens op.
Elly en Gerald uit Annen trokken daarover aan de bel. Zij vroegen zich af hoe het zit met de voorrang bij wegversmallingen aan de randen van dorpen, en vooral: heeft het uitgaande verkeer dan voorrang? Ze stuurden hun vraag in naar de rubriek Zoek het uit!.
Het korte antwoord: uitgaand verkeer heeft géén streepje voor. In de Nederlandse verkeersregels bestaat geen bepaling die zegt dat je voorrang krijgt omdat je een dorp verlaat. Het is dus niet als in de bus, trein of lift: eerst mensen laten uitstappen voor je instapt.
In het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 wordt voorrang alleen geregeld via verkeersborden of via algemene regels (zoals rechts heeft voorrang). Bij een wegversmalling moet je daarom eerst kijken of er borden staan. Is er een bord dat aangeeft dat jij voorrang hebt op tegenliggers, dan mag je doorrijden. Staat er juist dat je voorrang moet verlenen aan tegemoetkomend verkeer, dan moet je wachten. Die borden zijn wettelijk leidend, ongeacht of je een dorp in- of uitrijdt.
Als er geen verkeersborden staan dan wordt het iets minder zwart-wit. Zonder borden geldt de algemene verkeersregel dat degene die door een obstakel of versmalling wordt gehinderd, voorrang moet verlenen. Dat is ook hoe het CBR het uitlegt in de theorieboekjes. Zit de versmalling aan jouw kant van de weg, dan wacht jij.
Komt de versmalling aan beide kanten voor, dan heeft niemand automatisch voorrang. In zo’n situatie moeten weggebruikers het samen oplossen. Wie er al bijna doorheen is, krijgt meestal de ruimte. Dat is geen officiële regel, maar wel hoe het verkeer soepel en veilig blijft doorstromen.
Dat de vraag vaker gesteld wordt is niet zo gek. Veel wegversmallingen aan de rand van dorpen zijn bedoeld als snelheidsremmer. Gemeenten gebruiken ze om automobilisten af te laten remmen voordat ze de bebouwde kom inrijden, zo blijkt uit toelichtingen van onder meer CROW, het kennisinstituut voor infrastructuur en verkeer.
Daardoor ontstaat al snel het gevoel dat inkomend verkeer ‘wordt afgeremd’ en uitgaand verkeer dus wel voorrang zal hebben. Maar dat gevoel is juridisch van geen betekenis. De bedoeling van de wegbeheerder verandert niets aan de voorrangsregels. Dus wie geen bord heeft dat hem of haar voorrang geeft, kan daar ook geen recht aan ontlenen.
Juist bij versmallingen aan beide kanten, zonder borden, kom je in het grijze gebied terecht waar regels ophouden en gedrag begint. De wet schrijft niet voor wie er als eerste mag, en dan blijft er weinig anders over dan elkaar aankijken en afstemmen.
Anticiperen en defensief rijden is een essentieel onderdeel van veilig verkeer: bestuurders moeten potentiële gevaren tijdig zien aankomen en hun gedrag daarop aanpassen, niet alleen de regels volgen. In de praktijk betekent dat: rustig naderen, snelheid minderen en accepteren dat jij soms degene bent die even moet wachten.
Heb jij ook zo’n vraag waarbij je onderweg denkt: hoe zit dit eigenlijk precies? Of twijfel je al jaren over een verkeersregel, gemeentelijke maatregel of alledaags raadsel? Stuur je vraag dan naar zoekhetuit@rtvdrenthe.nl en wie weet zoeken wij het voor je uit!