Een kapot scherm of een oude batterij vervangen in je laptop of smartphone? De meeste mensen beginnen er niet aan.
Wie het wél aandurft om dat zelf te proberen, loopt tegen allerlei problemen aan. Een assortiment aan exotische schroeven, onderdelen die stevig vastgelijmd zitten, en reserveonderdelen die niet of nauwelijks te verkrijgen zijn. En dan loop je ook nog het risico je garantie kwijt te raken, als je het verkeerde onderdeeltje losmaakt.
Simpel te repareren
De verbazing is dan ook groot bij tech-reviewers die de nieuwste Apple-apparaten open hebben geschroefd. In de MacBook Neo, die deze maand is uitgebracht, treffen zij bijvoorbeeld een batterij die makkelijk los te maken en te vervangen is, en zelfs USB-poorten die simpel te repareren zijn. Volgens reparatie-site iFixit is de nieuwe laptop zelfs ‘de makkelijkst te repareren MacBook in veertien jaar tijd’.
Vanwaar deze ommezwaai van Apple, een bedrijf dat er om bekend staat zoveel mogelijk in eigen hand te willen houden? De aanpassingen zijn een reactie op nieuwe EU-regels, die naar verwachting later dit jaar officieel van kracht worden. Die regels staan bekend onder de naam ‘right to repair’, het recht om je eigen apparaten te repareren.
Nieuwe regels
Voor techfabrikanten is dat recht niet voordelig. Als alleen een fabrikant zélf jouw apparaat kan repareren, kunnen zij daar meer geld aan verdienen. Dat leidt er volgens critici toe dat mensen eerder een nieuw apparaat kopen. Dat is duur, en slecht voor het milieu.
Daarom stemde de EU na jaren discussie in met nieuwe right to repair-regels. Die verplichten fabrikanten van elektronische apparaten om die apparaten te repareren, zolang dat technisch mogelijk is. Laat je een apparaat binnen de garantietermijn repareren, dan wordt die termijn met minimaal een jaar verlengd.
En de regels maken ook het ook makkelijk om zélf aan de slag te gaan. Zo moeten fabrikanten voortaan originele reserve-onderdelen te koop aanbieden, zowel aan consumenten als aan onafhankelijke reparateurs.
Ook moeten ze handleidingen publiceren, waarin precies beschreven wordt hoe een onderdelen vervangen moet worden. Deze handleidingen en onderdelen moeten tot minstens zeven jaar na de verkoop beschikbaar blijven. Voor batterijen geldt een kortere periode, die moeten nog vijf jaar lang beschikbaar zijn.
Besparing van 20 miljard
Electronica heeft ook een nieuw label. Daarop wordt niet alleen een energielabel getoond, maar ook informatie over de verwachte levensduur en de repareerbaarheid van een apparaat. Op het label wordt getoond hoe lang de batterij meegaat, hoe goed een apparaat bestand is tegen vallen, of het waterbestendig is, en hoe ingewikkeld het is om het apparaat te repareren.
Tot slot moeten EU-landen maatregelen nemen om reparatie van apparaten te stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een informatiecampagne, of het verlagen van de btw op reparaties. Alles bij elkaar verwacht de EU dat de reparatiemaatregelen Europese consumenten in 2030 zo’n 20 miljard euro moet besparen.
Haken en ogen
Het klinkt allemaal als goed nieuws voor consumenten, maar er zitten nog wel wat haken en ogen aan. Zo zegt de Right to Repair Europe coalition, een organisatie die zich inzet voor reparatierechten, dat er geen duidelijke regels zijn over hoe duur zo’n vervangend onderdeel mag zijn. In de EU-regels staat alleen dat een fabrikant die voor een ‘redelijke prijs’ moet aanbieden.
Wat dan precies redelijk is, wordt niet verder duidelijk gemaakt. Maar Apple biedt al reserve-onderdelen te koop aan. Als je een 5 jaar oude iPhone 13 zou willen repareren, dan betaal je daar 99 euro voor een nieuwe batterij, of 339 euro voor een nieuw beeldscherm. Dat zijn exact dezelfde bedragen als je betaalt voor een reparatie bij Apple zelf. Je bent als zelfreparateur dus niet dúúrder uit, maar ook nauwelijks goedkoper.
Door de opkomst van AI worden geheugenchips voor computers steeds duurder. Dat heeft effect op de prijs van jouw laptop, zie je in deze video: