Als Cristina Cuesta-Martí terugdenkt aan haar kindertijd, ziet ze één moment voor zich.

Elke middag was het tijd voor dezelfde lunch die miljoenen kinderen in heel Europa elke dag van hun ouders meekrijgen.

In die tijd werden er geen vragen gesteld. Wat er in de broodtrommel zat, was iets wat ouders al tientallen jaren in goed vertrouwen doorgaven.

Maar als Cuesta-Martí nu naar dezelfde maaltijd kijkt door de ogen van een neurowetenschapper, ziet ze iets anders en veel verontrustenders.

Want waar zij mee opgroeide en wat nog steeds niet weg te denken is uit lunchpakketten van Madrid tot Medemblik, blijkt een keerzijde te hebben.

Dit wordt benadrukt door de resultaten van haar nieuwe onderzoek bij muizen, gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Nature Communications.

‘Ik was bijna geschokt door hoe duidelijk we zagen dat het direct gekoppeld kon worden aan de volwassen hersenfunctie.’

‘Wat we vroeg in ons leven eten, doet er echt toe – zelfs lang nadat we volwassen zijn,’ schrijft Cuesta-Martí, neurowetenschapper aan het University College Cork, in een e-mail aan Wetenschap in Beeld.

Ze wijst erop dat haar bevindingen niet gezien moeten worden als een opgeheven vingertje. Ze is zich er terdege van bewust dat veel gezinnen druk zijn, dat de tijd om eten te maken beperkt is en dat kinderen kieskeurige eters kunnen zijn.

‘Als ouders doen we ons best. Maar het helpt om te weten welke producten echt een verschil maken.’