De taal vormde eerst ook wel een beetje een barrière, maar ze kunnen zich nu prima redden. De kinderen leren het natuurlijk snel via school en vriendjes.
“Ik spreek Fries met Gerda, samen met de kinderen Nederlands en Deens.” Ze wonen nu ook in het dorp en hebben daar vrienden gemaakt.
Over de verschillen tussen Denemarken en Nederland zegt Simon: “In de supermarkt was iedereen altijd even gehaast, maar hier op de camping hebben ze het aan tijd, ze hebben vakantie en doen alles rustig aan, dat is wel heel fijn.”
“Ik ben nog weleens snel en snel, maar dan zeggen de gasten; kalm aan!”