Wie de opkomst en langdurige macht van Orbán beter wil begrijpen, moet eerst terug naar 2010. Toen Orbán dat jaar premier werd, was Hongarije verwikkeld in een diepe recessie.
De nasleep van de wereldwijde financiële crisis was overal in het land nog volop voelbaar. Er was een stuk meer werkloosheid, de staatsschuld liep rap op, en veel Hongaren zagen in korte tijd hun koopkracht krimpen en hun maandlasten stijgen.
Herstel van nationale trots
Orbán, die als dertiger al eens eerder premier was geweest (van 1998 tot 2002), stapte nog eens naar voren als de man die voor verandering zou zorgen. Zijn boodschap: Hongarije was veel te afhankelijk geraakt van het buitenland, en moest zelf – als trotse natie – weer de controle grijpen over zijn eigen begroting en economie.
© Eyevine / ANP
Orbán in 2010, toen hij met de slogan ‘Het is tijd’ wilde inspelen op het verlangen naar verandering.
Orbán omschreef de Hongaren destijds in een toespraak als een volk dat ‘nooit bedelt’ en ‘nooit het geld van anderen accepteert’. Ook noemde hij Hongarije een natie die ‘niet de heerser of de slaaf van een ander volk wil zijn’.
Maar een belangrijk kenmerk van zijn manier van politiek bedrijven was (en dat is het nog altijd) polariseren: het met opzet op scherp zetten van tegenstellingen tussen groepen, zodat er een ‘wij-zij’-gevoel ontstaat.
‘Welbespraakt en grappig’
“Orbán is vanaf het begin een controversiële politicus geweest en de reacties op hem zijn al decennialang verdeeld”, zegt de Hongaarse historicus Ferenc Laczó, verbonden aan de Universiteit Maastricht. “Zijn aanhangers zien hem over het algemeen als een charismatische leider, een briljante strateeg, welbespraakt, grappig en benaderbaar. Velen van hen denken dat Orbán zoveel ervaring heeft dat hij bij uitstek geschikt is om te regeren. Hij was ook lange tijd omgeven door een mythe van onoverwinnelijkheid, hoewel die de laatste jaren aan het wankelen is gebracht. Zijn populariteit is zichtbaar afgenomen.”
Lees ook Uitdager Magyar wil niets liever dan de Hongaarse premier Orbán van de troon stoten
Vanaf het moment dat Orbán in de jaren 90 naar rechts opschoof, begon hij links en de liberalen aan te vallen omdat ze te kritisch en te negatief zouden zijn over Hongarije en zijn geschiedenis, legt Laczó uit. “Volgens hem gedroegen buitenlandse partijen zich altijd alsof ze superieur waren, en keken ze neer op de Hongaren. Orbán vertelde dat Hongaren trots moesten zijn dat ze grote catastrofes in de 20ste eeuw hadden overleefd. Hij leerde de Hongaren dat ze trots moesten zijn op alles wat ze hadden bereikt. Nationale trots is een centraal thema in zijn rechtse politiek.”
Orbán was in de jaren tussen zijn twee premierschappen een vooraanstaande politicus gebleven binnen zijn partij Fidesz. Die partij was in 1988 nog opgericht als een liberale jongerenbeweging die zich fel afzette tegen het communisme en streed voor democratie. Maar onder leiding van Orbán maakte de partij een rigoureuze koerswijziging.
Angst zaaien
“Zodra Fidesz de grootste regeringspartij werd in 2010, was er een duidelijke verschuiving in het narratief, waarbij Orbán en zijn partijgenoten begonnen te praten over wie de goede en slechte Hongaren waren”, zegt Zsuzsanna Végh, politiek analist van denktank German Marshall Fund. “Er ontstond een politieke elite die sprak over ‘vijanden’ die zouden samenwerken met een mondiale elite die Hongarije zou willen overnemen. Angstzaaierij speelde een grote rol. Tot op de dag van vandaag.”
Orbán stelt zich momenteel fel op tegenover Oekraïne, dat hij als de vijand afschildert en waarvoor hij EU-geld blokkeert, tot grote onvrede van premier Jetten:
Dat de Hongaarse economie onder Orbán weer opkrabbelde, was voor een belangrijk deel te danken aan subsidies van de Europese Unie. De miljarden uit Brussel werden gebruikt voor het aanleggen van wegen en spoorlijnen, de landbouw en investeringen in armere regio’s buiten de hoofdstad Boedapest.
Corruptie en vriendjespolitiek
Tegelijkertijd zijn er altijd beschuldigingen van corruptie geweest bij de EU-fondsen voor Hongarije, vooral sinds het aantreden van de regering-Orbán. Het Europese anticorruptieagentschap OLAF ontdekte bovengemiddeld veel verdachte uitgaven in Hongarije, waar politieke connecties vaak ‘doorslaggevend’ waren bij het binnenhalen van overheidscontracten. Tientallen miljarden aan Hongarije zijn door de EU geblokkeerd vanwege grote zorgen over de rechtstaat en misbruik van EU-geld.
Toch geniet Orbán nog altijd de steun van ongeveer een derde van het electoraat. Uit onderzoek blijkt dat zijn partij het populairst is onder laagopgeleiden, de plattelandsbevolking, en onder de oudste leeftijdsgroep. “Dus de aanhang van zijn partij Fidesz vergrijst. Ze slagen er niet in steun te verwerven onder de jongste generatie”, zegt Végh.
In de peilingen staat de partij van Viktor Orbán (Fidesz) een stuk achter op de partij van zijn grote uitdager Peter Magyar (Tisza).
Hongaarse twintigers en dertigers zijn volgens haar gedesillusioneerd geraakt omdat ze grote gevolgen ondervinden van de economische achteruitgang in het land. Die werd ingezet door de coronapandemie, waarvan Hongarije eigenlijk nooit is hersteld.
Afbreken vrije pers
“De jongere generatie ziet dat hun situatie onder Orbán nergens toe leidt”, zegt Végh. “Maar voor een deel van de oudere generaties blijft Orbán een erg populaire leider. Zij hebben minder toegang tot onafhankelijke informatie door het afbreken van de vrije pers. Dat heeft na zestien jaar enorm veel invloed op de politieke keuze van mensen.”
Sociale media en online fora hebben de laatste jaren een einde gemaakt aan de controle van Orbáns partij op de media in Hongarije. Fidesz beheerst momenteel nog steeds de traditionele media, maar dat is online wel anders.
In zijn huidige campagne richt Orbán zich met zijn partij Fidesz op stabiliteit en veiligheid. “Misschien spreekt dat een oudere generatie beter aan, ik weet het niet”, zegt Végh. “Ze presenteren zichzelf als de veilige keuze. En dat de andere partij van Péter Magyar een bedreiging vormt voor de natie.”