Toch is er volgens makelaarsvereniging NVM geen nood aan de man en zorgt een ‘rustiger marktbeeld’ ervoor dat mensen meer tijd en meer keuze hebben bij de aankoop van een huis.
Daling
De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning kwam in het eerste kwartaal uit op 485.000 euro: een daling van 2,7 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Een prijsdaling in het eerste kwartaal is gebruikelijk, gemiddeld 1,2 procent in de afgelopen jaren, maar dit keer is de prijsdaling fors.
In het eerste kwartaal zijn via NVM-makelaars ongeveer 34.500 woningen verkocht. Dat is 27 procent minder dan de laatste maanden van 2025 en ongeveer net zoveel als een jaar geleden. De prijsdaling is vooral te zien bij appartementen.
Zorgen om oorlog
De belangrijkste reden voor het grote aanbod is nog steeds dat veel beleggers hun huurwoningen verkopen, vanwege strengere regels en hogere belastingen op woningverhuur.
Maar volgens de NVM sluipt ook de internationale onzekerheid in de woningmarkt. Uit een enquête onder makelaars zou blijken dat zij bij ongeveer een derde van de kopers en verkopers veranderend gedrag zien door de oorlog in het Midden-Oosten.
“Men geeft aan dat kopers voorzichtiger worden en een meer afwachtende houding aannemen. Ze nemen minder risico, denken langer na en stellen hun beslissing uit”, aldus de NVM. En ook bij verkopers sluipt de onzekerheid erin. “Ze stellen vaker vragen en maken zich zorgen over verkoopkansen en opbrengst. Geprobeerd wordt om de verkoop van de woning te versnellen en waar mogelijk naar voren te halen.”
In het eerste kwartaal van 2026 zijn de huizenprijzen gedaald tot onder de 500.000 euro
Kopers stellen hun aankoop vaker uit en zijn voorzichtiger. Regionaal zijn de verschillen groot: het aantal transacties daalt vooral in het westen en noorden, terwijl delen van het oosten en zuiden juist groei laten zien door een ruimer aanbod.
Weinig dure huizen verkocht
De sterkere prijsdaling betekent niet dat alle huizen minder waard zijn geworden, maar hangt samen met het aanbod. Er zijn de afgelopen maanden relatief weinig grote, dure woningen verkocht, maar wel veel kleine appartementen. Dat drukt de gemiddelde transactieprijs.
Door het grote aanbod is er ook minder concurrentie tussen potentiële kopers en dat vermindert de noodzaak tot overbieden. Woningen worden minder vaak boven de vraagprijs verkocht en er is meer onderhandelingsruimte. Twee derde van de woningen gaat nog boven de vraagprijs weg, gemiddeld 3,7 procent hoger.
Een indicatie dat het weer wat rustiger wordt op de woningmarkt is de oplopende verkooptijd. Het duurt inmiddels gemiddeld 32 dagen voordat een huis verkocht wordt, tegen 27 dagen in het vorige kwartaal. Vooral woningen in een hogere prijsklasse, met een minder gunstig energielabel of op minder populaire locaties doen er langer over om verkocht te worden.
Ook het aantal woningen dat na een tijdje te koop te hebben gestaan weer van de markt wordt gehaald, loopt iets op naar 5,9 procent. Dit zijn allemaal signalen dat kopers meer tijd en meer keuze hebben dan in de afgelopen jaren.
Volgens de NVM is het niet erg dat de prijzen momenteel dalen. “Door het grotere aanbod ontstaat er meer balans op de woningmarkt. Kopers krijgen meer keuze en meer tijd om een beslissing te nemen, waardoor de hectiek van de afgelopen jaren wat af lijkt te nemen”, zegt NVM-voorzitter Lana Goutsmits-Gerssen. “In de bestaande bouw zien we dat dit leidt tot minder transacties en een prijsdaling die sterker is dan gebruikelijk voor deze periode.”
Regionale verschillen
De krapte op de woningmarkt neemt iets af, maar blijft groot. In veel regio’s is de vraag nog altijd groter dan het aanbod, vooral voor instapklare en energiezuinige woningen.
In de kustregio’s en in de noordelijke regio’s ligt het aantal verkopen lager. Vooral Delfzijl en omgeving, delen van Friesland en de IJmond-regio vallen op, met dalingen van 15 procent of meer.
Regio’s waar de verkoopaantallen met 12 procent tot 17 procent juist veel hoger liggen zijn het zuiden Limburg, Drenthe en Overijssel.