Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een eerste analyse. Als het kabinet steunmaatregelen neemt, moeten die vooral gericht en tijdelijk zijn, is het advies.

Torenhoge olieprijzen, koopkracht krijgt knauw

De energie- en olieprijzen zijn sinds het begin van de oorlog met ruim 40 procent gestegen door de oorlog in het Midden-Oosten en de afsluiting van de Straat van Hormuz. Normaal gesproken gaat een vijfde van de wereldwijde olie-export door die nauwe zeestraat. Ook zijn meerdere raffinaderijen en gasterminals in de regio door raketaanvallen langdurig uitgeschakeld. 

Hoe de oorlog verder gaat, weet niemand op dit moment. Daarom rekent het CPB met een aantal scenario’s. Als de olieprijs zich ontwikkelt zoals de markt nu verwacht, blijft er van een eerder geraamde koopkrachtstijging in 2026 al niets meer over.

In zwartere scenario’s daalt de koopkracht voor een doorsnee huishouden zelfs flink: tussen de -1,2 procent en -1,4 procent. Dat is met name voor dit jaar een forse tegenvaller: het CPB ging zes weken geleden nog uit van een plus, van 1,4 procent.

Inflatie schiet omhoog

Dat de koopkracht wordt uitgehold door de oliecrisis, komt omdat de stijgende olieprijzen de inflatie aanwakkeren. Niet alleen de prijzen aan de pomp stijgen, maar bedrijven rekenen die hogere kosten ook weer door in hun producten. 

De inflatie dreigt daarom dit jaar zo’n 3 procent hoger uit te vallen dan eerder verwacht, namelijk 5,1 procent. Blijft de duur van de crisis beperkt, dan is de verwachting dat de inflatie volgend jaar met 1,8 procent juist wat lager uitvalt dan eerder geraamd.

Kwetsbare groep

De crisis is vooral problematisch voor huishoudens met lagere inkomens, die wel afhankelijk zijn van hun auto, ziet het CPB. Autobezitters zien de jaarlijkse kosten stijgen met zo’n 200 tot 350 euro per jaar, met uitschieters boven de 1000 euro. De armoede in ons land neemt volgens de analyse nog iets meer toe dan eerder werd geraamd.

De economische groei valt ook lager uit. Bij een scenario waarbij de fossiele prijzen tijdelijk hoger zijn, groeit de economie met 0,5 procent in plaats van 1,4 procent. Duurt de crisis langer dan vlakt de groei nog verder af en is er volgend jaar helemaal geen economische groei: 0,0 procent.

Compensatie

De roep om huishoudens hiervoor te compenseren, is groot, maar het CPB adviseert dat dit tijdig, gericht en tijdelijk moet zijn. Een accijnsverlaging is daarvoor minder geschikt, omdat het erg duur is en het voordeel grotendeels terechtkomt bij hogere inkomens. 

Het belang om minder afhankelijk te worden van fossiele energie moet daarnaast onderdeel zijn van het beleid. Commentaar op de uitgelekte plannen van het kabinet wil het CPB nog niet geven.

De Golfstaten willen zo snel mogelijk een manier vinden om hun olie de markt op te krijgen, zonder door de Straat van Hormuz te varen. Kijk hier hoe: