Kelly Piquet was niet heel enthousiast toen bleek dat Max Verstappen zijn spaarzame vrije weekenden dit voorjaar vult met extra autoraces. De coureur combineert de Formule 1 dit seizoen met een uitgebreid enduranceprogramma op de Nürburgring. Hoewel hij geniet van de tijd met zijn gezin in Monaco, kruipt hij toch liever achter het stuur van een raceauto dan dat hij thuisblijft.

Verstappen is komend weekend actief in de Nürburgring Langstrecken-Serie ter voorbereiding op de 24 uur van de Nürburgring in mei. Hij komt daar uit in de hoogste SP9-klasse met een Mercedes-AMG GT3 Evo van zijn eigen Mercedes-AMG Team Verstappen Racing. Omdat de prestigieuze 24-uursrace precies in een gat op de Formule 1-kalender valt tussen de Grands Prix van Miami en Canada, zag de Nederlander zijn kans schoon om deel te nemen. Komend weekend staan eerst de belangrijke kwalificatieraces op het programma op de beruchte Nordschleife.

Artikel gaat verder onder video
Vrije weekenden opofferen

Ondanks zijn overvolle raceschema benadrukt de coureur tijdens zijn Viaplay-theatervoorstelling dat hij zijn thuissituatie enorm koestert. Samen met Piquet verwelkomde hij vorig jaar april dochtertje Lily, waardoor de tijd buiten de paddock extra waardevol is geworden. “Tijd met de kleine doorbrengen. Ik ben graag thuis. Als je ouder wordt, waardeer je de tijd met vrienden en familie extra”, zo citeert Algemeen Dagblad Verstappen. Toch weerhoudt die wens hem er niet van om dit weekend opnieuw naar Duitsland af te reizen voor de kwalificatiesessies.

Kelly heeft er weinig zin in

Het besluit om de weinige vrije weekenden in april en mei toch weer op een circuit door te brengen, zorgde thuis dan ook voor de nodige discussie. Op de vraag waarom hij ondanks zijn liefde voor het gezinsleven toch aan de start verschijnt op de Nürburgring, reageert hij lachend. “Dat moet ik thuis wel aankaarten, hoor”, geeft Verstappen toe. De reactie van Piquet op de gaten in de Formule 1-kalender was volgens hem veelzeggend. “Laatst was het: ‘hé, er vallen twee races weg in april!’ Toen moest ik zeggen: ja, maar… Dan zegt ze wel: ‘moet dat nou?’ En dan zeg ik weer: ja, dat moet”, besluit de coureur.