Paul Quinn is schuldig bevonden aan de verkrachting, maar ook aan een ernstige mishandeling en wurging. In juli 2003 verkrachtte hij een vrouw in Little Hulton, in de buurt van Manchester. Quinn, vader van zes kinderen, was in de jaren 90 al veroordeeld voor de verkrachting van een meisje van 12.

De vrouw overleefde de aanval in 2003. Op haar kleding werd DNA gevonden, waardoor pas in 2022 door nieuwe technieken Quinn kon worden aangewezen als dader. Dat heeft uiteindelijk geleid tot zijn arrestatie en de vrijlating van Andrew Malkinson, een Brit die ook jaren in Nederland woonde. 

Geen DNA-bewijs

Die kreeg destijds voor de verkrachting een levenslange celstraf, met een minimum van zeven jaar. Er was geen DNA-bewijs dat hem linkte aan de verkrachting, maar hij werd veroordeeld aan de hand van omstreden getuigenverklaringen.

Zo wezen de advocaten van Malkinson erop dat een van de belangrijkste getuigen langdurig verslaafd was aan drugs. 

Ook maakten ze melding van een foto van de handen van het slachtoffer. Die foto ondersteunde het verhaal van de vrouw dat ze haar aanvaller diep in het gezicht had gekrast. Maar toen Malkinson een dag na de verkrachting bij de politie verscheen, had hij geen bekrast gezicht.

Toen Malkinson vrijkwam, moest hij betalen voor zijn verblijf in de gevangenis terwijl hij onschuldig was. Mede door zijn zaak is die omstreden regel in het VK afgeschaft voor mensen die ten onrechte hebben vastgezeten.

De afgelopen jaren liep in Twente een proef om gedetineerden te laten re-integreren in de samenleving in een huis zonder slot. In het Huis van Herstel zitten 38 gedetineerden de laatste 18 maanden van hun straf uit, met intensieve begeleiding: