Dat schrijft curator Bas van Dijen in zijn zojuist verschenen eerste faillissementsverslag van Mediashop Benelux, het bedrijf achter Tel Sell. Dat bedrijf uit Almere verkocht zogenoemde ‘niet-essentiële consumentenproducten’ via reclameprogramma’s op televisie.
Mike, dit is ongelooflijk!
De oerversie van dat tv-programma was Amazing Discoveries, een urenlange verkoopshow onder leiding van de Amerikaanse gastheer Mike Levey. Daarin werden op opgewonden toon ‘handige artikelen’ als fitnessapparaten, vleesgrills en autoreinigers verkocht.
De programma’s van Tel Sell werden niet ondertiteld, maar gebrekkig nagesynchroniseerd in het Nederlands met een vet Amerikaans accent. De kreet ‘Mike, dit is ongelofelijk!’, groeide in de jaren negentig uit tot het handelsmerk van de show.
Faillissement
In 2008 verdween Tel Sell tijdelijk van de buis, als gevolg van een eerder faillissement. Maar dankzij een doorstart onder het Oostenrijkse Mediashop maakte de televisiemarktkraam na 2018 een rentree. Ook verkocht het bedrijf via een eigen webwinkel en Youtube-kanaal, en via webwinkels van derden als Bol en Amazon.
Als gevolg van het bankroet van het Oostenrijkse moederbedrijf ging vorige maand ook de Nederlandse dochter failliet. Curator Van Dijen, die het Nederlandse faillissement moet afwikkelen, blijkt daarbij ontzettend veel tijd kwijt te zijn aan oudere klanten, die nog ouderwets per post communiceren.
Geen email-adres
“De curator heeft veel aandacht besteed aan het communiceren met de consumenten die bestellingen hebben gedaan, waarbij een groot deel van het klantenbestand op leeftijd is, hetgeen extra aandacht vraagt in de communicatie”, schrijft Van Dijen in zijn verslag. “Opvallend is dat een deel van de consumenten per post communiceert en niet beschikt over een e-mailadres, hetgeen de communicatie naar de consumenten vertraagt.”
Wat de afwikkeling extra ingewikkeld maakt, is dat klanten per ongeluk ook nog tot acht dagen na het faillissement artikelen konden blijven bestellen. Die klanten moeten in principe hun geld terug krijgen, de anderen moeten nog maar zien of er iets overblijft nadat de preferente schuldeisers – zoals de Belastingdienst – zijn betaald.
Doorstart bemoeilijkt
Het tijdrovende gedoe met de briefschrijvende klanten is niet het enige probleem dat curator Van Dijen moet oplossen. Uit het verslag blijkt dat Tel Sell een groot deel van zijn voorraden bewaarde in een magazijn van PostNL in Houten. Het postbedrijf heeft nog geld tegoed van Tel Sell, en wil de voorraden niet afgeven. “PostNL en de curator overleggen thans over de voor partijen meest gunstige wijze om te komen tot verkoop van deze voorraden.”
Ten slotte blijkt de administratie van het Nederlandse onderneming grotendeels op Oostenrijkse servers van het moederbedrijf te staan. De curator vreest dat het moederbedrijf de Nederlandse cijfers integreerde in haar eigen resultaten, waardoor het ‘lastig is om een beeld te krijgen’ van de Nederlandse situatie.
Ten slotte schrijft Van Dijen dat het ‘lang onduidelijk’ was aan wie de merknaam Telsell en bijbehorende domeinnamen behoorden. Inmiddels is duidelijk dat zij in de failliete boedel vallen. Wel claimt iemand de merkrechten in onderpand te hebben, waardoor de verkoop door de curator en een eventuele doorstart van Tel Sell nog wordt bemoeilijkt.