Belgisch interieurarchitect Gert Voorjans heeft zijn unieke stempel gedrukt op de designwereld. Dertig jaar lang richtte hij de winkels van Dries Van Noten in. Zijn visie op wonen en leven is verfrissend. Instagrammoodboards legt hij naast zich neer, decoratie staat niet in zijn stijlwoordenboek. ‘Je huis moet van jou zijn, niet van iemand anders.’

Dit artikel is een preview. Het hele interview lees je in Bazaars gloednieuwe issue, dat je hier bestelt of vindt in geselecteerde boekhandels.

In gesprek met Gert Voorjans

Gert Voorjans is een verteller. Praat met hem en je luistert naar een man die beelden kan oproepen die niemand kan zien, en die sferen bijna tastbaar kan maken. Hij schetst met woorden wat plannen en renders pas later kunnen tonen. En hij doet het met de vastbeslotenheid van iemand die al veertig jaar zo scherp observeert dat hij in een fractie van een seconde genoeg heeft gezien en weet wat de mogelijkheden zijn. Hij stelt ook graag vragen – de vraag die hij meteen ietwat retorisch op me afvuurt nadat hij een kop thee voor me heeft ingeschonken, is: ‘Wat is nog de relevantie van een interieurarchitect?’

Chevron Left IconChevron Right Icon

We hebben het er uiteraard nog over. Het huis van Gert Voorjans, waar zijn naam in mooi grafisch design op de gevel prijkt, wordt ook gebruikt als atelier en galerij en bevindt zich midden in Antwerpen. Het is een prachtig negentiende-eeuws pand met meerdere verdiepingen waarvan de modernistische gevel met hoge ramen dateert uit het interbellum.

gert voorjans closeup

Jouke Bos

gert voorjans closeup

Jouke Bos

Ooit huisvestte het gebouw een diamantslijperij. De grote ramen loodsen het diffuse licht naar binnen dat de ambachtslui nodig hadden voor hun precisiewerk. Voorjans woont en werkt hier tussen objecten, kunstwerken, stoffen en meubels uit alle continenten. Alles hoort er thuis, maar niets is vastgeroest. Zijn head of interior design vertelt me dat ze nog een beetje aan haar nieuwe bureauplek moet wennen. Op Gerts verzoek werden enkele ruimtes de dag ervoor nog herschikt om ‘compliant’ te zijn met het Chinees Nieuwjaar. Want: ruimte maken voor flow is ruimte maken voor zelfontwikkeling.

Generatieslang was de Voorjans-familie meubelmaker en winkeleigenaar in Stokkem, een stadje aan de Maas, vlak bij de Nederlandse grens. ‘Die rivier was belangrijk voor mij als kind en is dat altijd gebleven. De stroom is geen enkele dag hetzelfde.’ Weer die flow – het is een beeld dat zijn carrière en werk definieert: onophoudelijk in beweging, vloeiend van de ene ontwikkeling in de andere. In de jaren zestig en zeventig hielp hij als kind in de meubelwinkel van zijn ouders. Al snel besefte hij dat hij niet geïnteresseerd was in vooropgezette kameropstellingen, maar in het verzinnen van nieuwe combinaties. Hij trok naar Hasselt om interieurarchitectuur te studeren. Daarna deed hij kunstgeschiedenis in Siena, waar hij soms dagenlang naar één kunstwerk of schilderij keek om elk detail in zich te kunnen opnemen. Wat volgde was een jaar bij Sotheby’s in Londen en acht jaar bij Axel Vervoordt, waar hij de aandacht trok van Dries Van Noten, met wie hij vervolgens meer dan dertig jaar lang samenwerkte.

Architectural Digest France erkende Gert Voorjans meerdere keren als één van de honderd invloedrijkste interieurarchitecten ter wereld. En nu, 63 en absoluut niet te stoppen, is er weer een nieuw hoofdstuk. Het prachtige Silk Lakehouse van de luxe hotelgroep Shangri-La Signatures in Hangzhou, ontworpen door Voorjans, is nog niet zo lang open – vijf jaar werk resulteerde in een uitstekende contender voor een nieuw seizoen van The White Lotus.

En dan is er nog In volle bloei, de historische tentoonstelling in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen die Voorjans cureert en waarbij bloemenkunstenaars de dialoog aangaan met oude en moderne meesters. En vergeet Air niet, zijn eerste extrait de parfum. Maar Voorjans wil niet praten over projecten als lijstjes. Hij wil het hebben over relevantie. Over wat het potentieel is van hoe we wonen, reizen, consumeren en kijken. Over waarom het noodzakelijk is dat de wereld terugkeert naar de kern.

Laten we beginnen met de vraag die je mij meteen stelde: wat is nog de relevantie van een interieurarchitect in 2026? ‘We moeten eerlijk zijn. Als je vandaag een winkel binnenstapt, dan zit er iemand achter een scherm die op basis van enkele afmetingen een keukenontwerp genereert dat niet eens zo slecht is. Kunstmatige intelligentie heeft dat enorm versneld. Maar daar gaat het eigenlijk niet om. Het gaat om de organisatie van een woning. Door één deur te sluiten en een andere te openen, kun je een totaal andere flow creëren. Dat kan geen algoritme.

Paradoxaal genoeg maakt de overvloed aan keuzes onze rol alleen maar relevanter. Vroeger toonde je zeven stalen voor een vloer. Nu liggen er dertig tinten gebleekt hout, zeven kleuren brons en vier kleuren zwart. Het is te veel. Mensen zien het niet meer. En dan heb je iemand nodig die zegt: dit, en niet dat. Ik wil niks verkopen, ik wil je meekrijgen in een visie. Maar ik zeg altijd: let goed op, ik ga er niet wonen. Ik heb veertig jaar ervaring. Dat kan ik delen. Maar uiteindelijk moet het project voor jóu zijn, niet voor mij. Mensen denken dat ik lampenkappen kies en kussens opklop. Maar voor een hotel als de Silk Lakehouse teken ik zeventig badkamers. Er moeten plannen gemaakt worden, technische tekeningen, blauwdrukken. Dat is exact en rigoureus werk.’