De vraag was simpel. In augustus 2025 vroegen Kamerleden aan – toenmalig en huidig – minister David van Weel (VVD) of er buiten de bekende voorbeelden nog onderdelen waren binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) die gebruik maakten of hadden gemaakt van software van Palantir. 

Zijn antwoord was duidelijk: ‘Nee.’ 

De parlementariërs stelden de vraag nadat eerder dat jaar naar buiten was gekomen dat het omstreden techbedrijf al sinds 2011 in het diepste geheim software leverde aan de Nederlandse Politie. 

Nieuwe documenten, vrijgegeven met een beroep op de Wet open overheid (Woo), tonen echter aan dat Van Weels ministerie tenminste in 2014 software aankocht van het bedrijf die vervolgens werd ingezet door de Koninklijke Marechaussee (KMar). 

De grensbewakers gebruikten de Palantir-software voor het zogenaamde Advance Passenger Information-systeem (API). Daarmee screent de KMar inkomende vluchten van buiten het Schengengebied op persoonlijke passagiersgegevens, zoals naam, geboortedatum, nationaliteit, geslacht en paspoortnummers. Potentieel gaat het daarbij om miljoenen mensen.


David van Weel

De Kmar gebruikte de door JenV aangekochte software. Saillant, want in maart zei een woordvoerder van de Kmar nog tegen FTM dat de grensbewaking ‘nooit’ gebruikmaakte van Palantir. 

Geconfronteerd met de Woo-documenten bevestigt diezelfde woordvoerder nu dat de grensbewakers de software van Palantir van ‘ongeveer’ mei 2009 tot maart 2015 gebruikten voor een pilot met API. Daarna zou zijn gekozen voor een andere technologie. Sindsdien, voegt hij toe, maakt de Kmar geen gebruik meer van Palantir. JenV wilde vragen over het gebruik niet beantwoorden en wilde ook niet zeggen of het gebruik daadwerkelijk gestopt is.

De Koninklijke Marechaussee: de poortwachters

De Koninklijke Marechaussee werkt al jaren met API-data bij haar API Centre in Soesterberg. Vliegtuigmaatschappijen zijn wettelijk verplicht om voor elke vlucht van buiten de EU naam, nationaliteit, paspoortnummer, vluchtnummer en bestemming door te sturen. De KMar vergelijkt die met watchlists en veiligheidsdatabases. Het gegevensmodel dat daarbij wordt gebruikt, zit in het Woo-dossier, maar is volledig geweigerd op grond van staatsveiligheid. 

Lees verder

Inklappen

Van Weel zei in de Kamer niets over dit contract, terwijl uit de opgevraagde stukken blijkt dat JenV wel degelijk op de hoogte was. Het maakte onderdeel uit van een inventarisatie die op het ministerie werd uitgevoerd in voorbereiding op de beantwoording van de Kamervragen. 

Op de vraag van FTM waarom de minister het bestaan van het contract desondanks niet heeft gedeeld, kregen we geen inhoudelijke reactie.

Op 20 april 2026 informeerde Van Weel de Kamer wel over het Woo-besluit. Dat was vijf dagen nadat het werd genomen en nadat FTM hier aanvullende vragen over had gesteld.

Tech-oligarchen

Zakendoen met Palantir staat al langer ter discussie. Oprichter Peter Thiel en de huidige topman Alex Karp ontpopten zich de laatste jaren als machtige tech-oligarchen binnen het anti-democratische en anti-Europese netwerk rondom president Trump. 

Palantir werd in 2003 opgericht met de Amerikaanse CIA als investeerder, en groeide vanaf 2005 uit tot een van de belangrijkste technologieleveranciers van het Amerikaanse veiligheidsapparaat. Dat deed het bedrijf in stilte. Contracten, zoals die  met de Nederlandse politie, werden vaak met strikte geheimhoudingsclausules gesloten. Ook de langlopende contracten met defensie werden pas vorig jaar bekend na vragen van FTM.

Topman Alex Karp vindt het prima dat zijn technologie wordt ingezet om mensen te doden, ook als dat onschuldige burgers zijn

In 2014, toen  JenV dus een deal sloot met Palantir, was al bekend dat Thiel er controversiële opvattingen op nahield. Publiekelijk noemde hij democratie onverenigbaar met vrijheid, en concurrentie iets voor losers. 

Palantirs technologisch-nationalistische ideologie werd na de beursgang in 2020 steeds zichtbaarder. De meest omstreden samenwerkingen zijn die met de Amerikaanse immigratiedienst ICE, het Amerikaanse leger in Iran en de Israëlische strijdkrachten. 

Na de beursgang in september 2020 trad ook topman Karp nadrukkelijker naar voren met controversiële opmerkingen. Karp meent dat de westerse – en vooral de Amerikaanse – cultuur superieur is, en zegt het prima te vinden dat zijn technologie wordt ingezet om mensen te doden, ook als dat onschuldige burgers zijn.

Flink op de schop

De Nederlandse partij die in 2014 een contract sloot met Palantir was de Programmadirectie Identiteitsmanagement en Immigratie (IDMI), die op dat moment onder het ministerie van JenV viel.

De inmiddels opgeheven directie bouwde sinds 2012 de digitale infrastructuur van het Nederlandse grens- en vreemdelingentoezicht. Dat behelsde onder meer een centraal punt waar alle passagiersgegevens samenkomen, doorzoekbaar voor zowel de douanier die een watchlist checkt als de analist die een verdachte terugkeerder uit een conflictgebied volgt. Twee jaar later tekende diezelfde directie het contract met Palantir.

De onrechtmatige database

De IDMI richtte in 2014 niet alleen het API-systeem in, maar ook de bredere biometrische infrastructuur van de vreemdelingenketen. De IDMI werd eind 2014 opgeheven. Haar taken werden overgedragen aan het Directoraat-generaal Migratie. De operationele uitvoering van ketenpartners zoals de IND en de KMar is nog altijd georganiseerd rond de structuur die de IDMI optuigde.

De tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing concludeerde in januari 2026 dat de database CATCH-vreemdelingen, die op diezelfde infrastructuur draait, op dit moment onrechtmatig is. Gezichtsopnames van alle vreemdelingen worden opgenomen, ook zonder verdenking, terwijl dat voor Nederlanders alleen bij een misdrijf mag. Uit een audit bleek dat gegevens die vernietigd hadden moeten worden, in het systeem zijn blijven staan.

Lees verder

Inklappen

Hoeveel belastinggeld ging naar Palantir?

Wat er met het Palantir-contract gebeurde bij die overdracht is uit de vrijgegeven documenten niet op te maken. Maar de documenten bevatten een offerte van een IT-reseller uit Amsterdam, gedateerd 28 november 2014, die suggereert dat de software de opheffing van de IDMI overleefde. Op de offerte staat de ‘Huur geconfigureerde Elise en Palantir licenties ten behoeve van API software’ genoteerd voor drie maanden: 1 januari tot 1 april 2015 – ná de opheffing van de directie. 

Uit de reactie van de Kmar over de duur van het Palantir-gebruik volgt bovendien dat de offerte ook is verzilverd. Wie of welk organisatieonderdeel deze offerte heeft aangevraagd, en bij wie de contractuele relatie is terechtgekomen, is onbekend. Het contract zelf geeft geen uitsluitsel over de totale kosten. 


De offerte geeft wel aanwijzingen voor het kostenplaatje: 162.527,08 euro inclusief btw, voor drie maanden. De prijs per licentie is in het Woo-besluit weggelakt als concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie. Of en hoe lang het contract doorliep na het eerste kwartaal van 2015, is ondanks het feit dat de Kmar zegt dat dit het einde van de relatie was, volgens JenV niet duidelijk. Vragen daarover heeft het ministerie niet beantwoord.

Het contract verplicht het ministerie tot verregaande geheimhouding: álle informatie over het product wordt gekwalificeerd als ‘Confidential Information’. 

‘Politieke doodzonde’

De vrijgegeven e-mails in het Woo-dossier laten zien hoe het ministerie intern reageerde op de Kamervragen. Op 22 juli 2025 stuurde een ambtenaar van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) een vraag rond met prioriteit ‘Hoog’: gebruiken of gebruikten afzonderlijke directies Palantir? Ambtenaren moesten op speurtocht. De antwoorden druppelden binnen en waren veelal ontkennend. 

Op een na. Een ambtenaar van de NCTV was op de deal uit 2014 gestuit en sloot de ‘license and service agreement’ met de ‘Netherlands Ministry of Security and Justice’ ook direct bij in zijn e-mail.

Follow the Money staat voor radicaal onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Ons werk is mogelijk dankzij het vertrouwen van onze betalende leden. Nog geen lid? Meld je dan nu aan

Volg dit dossier
Ontvolg dit dossier

Ergo, in de communicatie over het verzoek om stukken kwam het Palantir-contract uit 2014 naar boven. Dat maakt de vraag des te prangender hoe de minister dit over het hoofd heeft kunnen zien in zijn antwoorden aan de Kamer.  

Reijer Passchier, hoogleraar digitalisering en de democratische rechtsstaat aan de Open Universiteit, noemt het onvolledig informeren van de Kamer ‘een politieke doodzonde’. ‘Als minister handel je dan in strijd met artikel 68 van de Grondwet – de inlichtingenplicht,’ zegt Passchier.

‘Had hij moeten weten waar Palantir allemaal is ingezet? Staatsrechtelijk is het antwoord: ja. Als minister hoor je in principe alles te weten. Als dat niet zo is, wordt je dat weleens vergeven. Maar als de Kamer vragen stelt, moet je wel zorgen dat je op de hoogte bent, en dan moeten de ambtenaren je ook op de hoogte stellen. Zeker als er intern al een contract circuleerde zou het opmerkelijk zijn als dat niet is gedaan’.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid ontving van FTM ruim voor publicatie een lijst met vragen over het contract, waaronder over het gebruik van de software, de looptijd, de beantwoording van de Kamervragen en de verhouding tussen de offerte en de Palantir-overeenkomst.

Kort voor publicatie liet het ministerie enkel weten dat het organisatieonderdeel dat het contract met Palantir sloot ‘ten tijde van de Kamervragen niet onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid viel’. Iedere verdere inhoudelijke reactie bleef achterwege.