Belastingplichtigen die via het rechtsherstel in box 3 te veel betaalde belasting terugkrijgen, ontvangen niet automatisch belastingrente. Dat blijkt uit de beantwoording van Kamervragen door staatssecretaris Eelco Eerenberg naar aanleiding van vragen van het Kamerlid Vermeer (BBB).

De vragen richten zich op de situatie rond de jaren 2021 en 2022, waarin belastingplichtigen hun werkelijke rendement konden doorgeven via het formulier ‘Opgaaf Werkelijk Rendement’ (OWR). Dat formulier werd in juli 2025 beschikbaar, terwijl de Belastingdienst op basis van wettelijke termijnen in veel gevallen al definitieve aanslagen moest opleggen.
Moment van indiening bepalend
Wanneer een aanslag later wordt verminderd na het indienen van het OWR-formulier, ontstaat niet automatisch recht op belastingrente. Volgens de staatssecretaris hangt dat af van de wettelijke voorwaarden, waarbij met name het moment van indiening doorslaggevend is.
Alleen wanneer het OWR-formulier is ingediend vóórdat de definitieve aanslag is vastgesteld, aan alle overige wettelijke voorwaarden is voldaan én het formulier leidt tot een teruggaaf van belasting, kan belastingrente worden vergoed. Wordt het formulier pas daarna ingediend, dan wordt conform de huidige wet geen belastingrente vergoed, ook als achteraf blijkt dat te veel belasting is betaald.
Spanning door timing in de praktijk
In de Kamervragen wordt gewezen op de spanning die hierdoor kan ontstaan. Belastingplichtigen konden hun werkelijke rendement pas vanaf juli 2025 doorgeven, terwijl de Belastingdienst gebonden was aan termijnen voor het opleggen van aanslagen. Daardoor zijn aanslagen soms vastgesteld op basis van onvolledige gegevens, met correctie achteraf.
De staatssecretaris erkent dat deze situatie zich kan voordoen, maar ziet hierin geen reden om de regels rond belastingrente aan te passen.
Geen verruiming van de regeling
Het kabinet acht een verruiming van de rentevergoeding niet wenselijk. Daarbij spelen zowel de systematiek van de bestaande wetgeving als uitvoerings- en afbakeningsvraagstukken een rol. Als hiervan zou worden afgeweken, zou dat volgens de staatssecretaris leiden tot een budgettaire derving van ongeveer 175 miljoen euro.