De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) ziet een zorgelijke ontwikkeling: verwaarlozingszaken van honden en katten worden steeds ernstiger. Dat blijkt uit de jaarcijfers over 2025. Vooral dierenartsen trekken vaker aan de bel. Het aantal meldingen van dierenartsenpraktijken verdrievoudigde in drie jaar tijd van 100 meldingen in 2023 naar 321 in 2025.
Volgens de LID gaat het steeds vaker om schrijnende situaties waarbij dieren onvoldoende voedsel krijgen, in vervuilde omstandigheden leven of te laat medische zorg ontvangen. “Het is nu het derde jaar op rij dat we een toename in de ernst van meldingen over honden en katten signaleren”, zegt hoofd van de LID Gabor van der Straten. “Ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling.”
“Verwaarloosde dieren die in beslag zijn genomen, zouden nooit meer terug mogen naar hun eigenaar.” Dat vindt Henk ten Napel van een paardenopvang voor verwaarloosde paarden, zoals te zien is in de video boven dit artikel.
Problemen sinds coronaperiode
De inspectiedienst zag de problemen al toenemen na de coronapandemie. Tijdens de lockdowns namen veel mensen een huisdier, maar volgens de LID bleken veel eigenaren later niet goed voor hun dier te kunnen zorgen. Ook de stijgende kosten van levensonderhoud van een (huis)dier spelen een rol. Vooral huishoudens met lage inkomens hebben moeite om dierenarts- en verzorgingskosten te betalen.
Hoewel het totale aantal meldingen in 2025 iets daalde, nam de ernst van de situaties juist toe. Waar het eerder vaak ging om relatief lichte verwaarlozing, zoals vervilte vachten of te lange nagels, treffen inspecteurs nu vaker dieren aan die dringend medische hulp nodig hebben.
Meer samenwerking nodig
De LID wil daarom intensiever samenwerken met onder meer de NVWA, politie, dierenartsen en gemeenten. Volgens Van der Straten is het probleem te groot om alleen aan te pakken. “De problemen die dierenartsen en handhavers zien worden steeds schrijnender.”
Daarnaast ziet de inspectiedienst ook een toename van meldingen rond het fokken van dieren met schadelijke erfelijke kenmerken. Dierenartsenpraktijken melden dit soort vermoedens steeds vaker bij de LID.