Na vier dagen galmende stilte, verscheen Mali’s juntaleider Assimi Goïta eindelijk op nationale televisie. „Mes chers compatriotes”, sprak hij vorige week dinsdag mat. „Ik richt me tot u op een moment waarop ons land extreem ernstige omstandigheden doormaakt.” Zo ernstig dat Goïta tot die dag onzichtbaar was gebleven. Malinezen, sinds dat weekend gekluisterd aan hun televisies en telefoons, moesten het doen met andere beelden.
Zoals die van aan Al Qaeda gelieerde jihadisten die in pick-ups en op motoren met geweren op de rug ogenschijnlijk ongehinderd de buitenwijken van de hoofdstad Bamako binnenreden.
Van separatistische Toearegstrijders die 1.500 kilometer verderop in het noorden de Malinese vlag neerhaalden en die van hun gedroomde staat Azawad lieten wapperen.
En van de brokstokken van wat het huis van hun minister van Defensie Sadio Camara was geweest, tot een kamikaze-auto daar in de ochtend van 25 april tot ontploffing kwam.
Goïta’s dagenlange zwijgen na de grootste reeks aanvallen in Mali in bijna vijftien jaar hielp niet om de angst in het land te temperen. Want met de bliksemaanvallen, simultaan op steden van het zuiden tot het noorden, werden Malinezen teruggeworpen in de tijd. Opnieuw hadden aan Al-Qaida gelinkte groepen de handen ineen geslagen met separatisten uit het noorden. En opnieuw moest daarbij een regime ten val komen.
Lees ook
In Mali wankelt de junta na bliksemsnel offensief van jihadisten en separatisten

Coups en nieuwe partners
De vorige keer, in 2012, hield de regering stand, maar zakte het land en de wijdere Sahelregio verder weg in een cyclus van geweld van oprukkende jihadisten en buitenlandse interventies. Er volgden coups en nieuwe partners – Franse troepen eruit, Russische huurlingen (eerst van de Wagner Group, daarna hun opvolgers van Africa Corps) erin. En nu rammelden jihadisten weer aan Bamako’s poorten.
Even was er twijfel of zij dit keer wel in hun missie waren geslaagd: van drie kopstukken van de junta bleef het lot in de eerste uren en dagen onduidelijk. De minister van Defensie, die later gedood bleek. Het hoofd van de inlichtingendienst, die gewond zou zijn geraakt (maar zich nog altijd niet heeft laten zien). En juntaleider Assimi Goïta, wiens huis ook door de jihadisten was aangevallen. Maar hier was hij weer, levend en wel.
Dankzij het „koele bloed” van hun manschappen was het „kwaadaardige plan” van hun vijand verijdeld, sprak hij zijn landgenoten vorige week toe. „De situatie is onder controle.”
Kenners zijn niet overtuigd. „Het regime is nóg niet ten val gekomen”, stelt een Malinese analist telefonisch vanuit Bamako (vanwege de golf van arrestaties van critici die sinds de aanslagen plaatsvindt blijft hij anoniem, zijn naam is bij de redactie bekend). „Maar dat is slechts een kwestie van tijd.” Zo rommelt het al langer binnen het leger. Of er komt een tegencoup, voorspelt de analist. „Of de jihadisten nemen het land uiteindelijk over.”
Zeker is dat Goïta’s junta, dat met opeenvolgende coups in 2020 en 2021 de macht greep, kwetsbaarder is dan ooit. Hoewel zijn leger met hulp van de Russen de jihadisten van Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM) uit de Bamako wist te verdrijven, blokkeren hun strijders nu belangrijke toegangswegen naar de stad. Toearegstrijders van het Azawad Bevrijdingsfront (FLA) namen met hun hulp in het noorden al twee steden in.
Het organisatorisch vermogen waarvan ze blijk hebben gegeven, evenals de verfijning ervan, met hun gerichte aanvallen op de topleiders, is verbluffend
Ibrahim Yahaya Ibrahim
Sahel-analist bij de International Crisis Group
En ze zijn er nog niet klaar, laat FLA-woordvoerder Mohamed Elmaouloud Ramadane telefonisch weten. „Ons doel is om heel Azawad te bevrijden, alle vijf bestuurlijke regio’s in het noorden van Mali.” In al deze regio’s zijn ze al aanwezig, stelt Ramadane.
Onduidelijk is hoeveel controle ze daadwerkelijk hebben. Na een vermeend akkoord met de rebellen was op beelden op sociale media te zien hoe leden van Africa Corps en het Malinese leger zich uit delen van het noorden terugtrokken. Daarbij lijken ze zich te herpositioneren in het militair strategische Gao – de volgende noordelijke stad, samen met Timboektoe, waarop de rebellen hun zinnen hebben gezet.
Alarmbellen bij buurlanden
Hoewel geruchten over een op handen zijnde aanval al even rondgingen, evenals over een mogelijke alliantie tussen de jihadisten en Toeareg-rebellen wier facties elkaar in het recente verleden nog bevochten, zeggen ook experts verrast te zijn door de schaal waarop dit uiteindelijk gebeurde. De hoofdrol daarbij was voor JNIM, dat niet alleen de aanval op de hoofdstad leidde, maar ook op ’s lands belangrijkste militaire barakken.
„Het organisatorisch vermogen waarvan ze blijk hebben gegeven, evenals de verfijning ervan, met hun gerichte aanvallen op de topleiders, is verbluffend”, zegt Ibrahim Yahaya Ibrahim, Sahel-analist bij de International Crisis Group. Daarmee zit de schrik ook elders in de regio er goed in. De afgelopen jaren stootten strijders van JNIM almaar verder door, tot de grens met Senegal en Guinee en zuidelijker naar Benin en Ghana.
Lees ook
Aan Senegals grens met Mali groeit de vrees voor jihadisten. ‘Ik hoorde ra-ta-ta-ta’

Maar het is vooral bij buren Burkina Faso en Niger waar alle alarmbellen zijn afgegaan. Hier waaide het terreurgeweld uit Mali al lang geleden over. Ook bij hen leidde dat tot coups en een breuk met oud-kolonisator Frankrijk, wiens militaire interventies in de Sahel de opmars van JNIM – evenals aan IS gelieerde groepen – niet stopten.
„Ze weten dat als het in Mali gebeurt, het heel waarschijnlijk is dat zij de volgende zijn”, zegt Ibrahim. In Burkina Faso verscherpte de junta terstond de veiligheid rondom de hoofdstad, terwijl in Niger de legertop bij experts informatie probeerde in te winnen. „Ze wilden weten wat JNIM’s modus operandi was om daar lessen uit te trekken”, zegt een analist uit de regio die anoniem moet blijven. „Ze maken zich héél, héél erg zorgen.”
Ook hun regimes keerden zich tot Moskou, maar tot nu toe zonder veel resultaat. Eerder het tegenovergestelde, stellen experts: de niet zelden wrede tactieken van de Russische huurlingen – en met hen lokale soldaten – met terugkerende beschuldigingen van buitengerechtelijke executies, hebben de rangen van groepen als JNIM gestut. In het geval van Mali is het ook wat twee voormalige rivalen bij elkaar heeft gebracht.
„Onze bevolking heeft de laatste jaren allerlei soorten misdaden moeten doorstaan”, zegt Ramadane, woordvoerder van het Azawad Bevrijdingsfront. Hij verwijst naar de Toeareg, een Berbers sprekend nomadenvolk uit de Sahara dat in Mali vooral in het noorden leeft. Al decennia komen groepen Toearegstrijders in opstand tegen de machthebbers in Bamako, ijverend voor hun seculiere vrijstaat Azawad.
Lees ook
Door geweld geteisterd Mali dreigt meer dan tien jaar terug in de tijd te gaan

In 2023, na jaren van relatieve stilte, pakten Toearegstrijders de wapens weer op na confrontaties met de junta. Het Bevrijdingsfront is een recent gevormde coalitie. Hun strijd is politiek, benadrukt de woordvoerder. „Maar zij maken geen onderscheid tussen ons en de terroristen.” Toch sloegen de rebellen in 2012 al eens eerder de handen ineen met de voorlopers van wat nu JNIM is. Dat hield niet lang stand: de rebellen werden door de jihadisten, die de sharia willen doorvoeren, verjaagd.
Dat zij nu weer samen werken, noemt de woordvoerder noodzaak. „Soms heb je het te doen met de gek of duivel in je familie. Je moet een oplossing vinden om in hetzelfde huis te wonen.” Zoals akkoord gaan met de invoering van een sharia light in de gebieden die ze veroveren. Als hun vijand maar ten val wordt gebracht. En als de Russen, die de rebellen in 2023 nog uit hun de facto hoofdstad Kidal joegen, Mali maar verlaten.
Tot elkaar veroordeeld
Die zijn dat niet van plan, reageerde een woordvoerder van het Kremlin. Een aftocht zou hun reputatieschade alleen maar vergroten, zegt de Malinese analist. Hun aanwezigheid in Mali, met zo’n 2.500 huurlingen, stond juist centraal in Moskou’s propaganda waarmee ze zichzelf sinds 2022 door heel Afrika verkopen als alternatief voor het Westen. Vooral aan wankele regimes die hun grip op de macht niet willen loslaten.
Nu is de architect achter hun samenwerking met Mali, minister van Defensie Camara, dood. Toch lijkt Goïta, die zichzelf deze week tot minister van Defensie liet benoemen, niet van plan met ze te breken. Nog voor hij onlangs het Malinese volk toesprak, ontving de juntaleider Russische vertegenwoordigers op zijn presidence. Op de op X gedeelde beelden vallen vooral de lege stoelen aan Malinese zijde op.
Ze zijn tot elkaar veroordeeld, stelt Ibrahim van de International Crisis Group. Sterker: hij verwacht dat Mali om nog meer Russische troepenmacht zal vragen. „Ik denk niet dat ze veel andere opties hebben als ze snel terrein maar ook vertrouwen willen terugwinnen.”
Lees ook
Afrika heeft Frankrijk niet meer nodig, tot verdriet van Parijs

Geef cadeau
Deel
Mail de redactie