Het babipangang-relletje waar Ruud de Wild in verzeild was geraakt, blijkt achteraf gezien puur bedoeld om geld te verdienen, stelt tv-criticus Victor Vlam. “Slachtofferschap claimen loont.”

Door onze entertainmentredactie

Ruud de Wild © NPO

Ruud de Wild belandde onlangs in een opvallende racismediscussie nadat een radio-interview over de documentaire Meer dan Babi Pangang ietwat ontspoorde. Wat begon met flauwe grappen en stereotype opmerkingen over Chinees eten, mondde uit in officiële klachten, enorme ophef en zelfs bedreigingen aan het adres van de radiomaker.

Babi pangang

Met name Tina Nijkamp, die twee kinderen uit China heeft geadopteerd, ging er héél hard in, maar zij werd al snel terechtgewezen door haar collega’s van Vandaag Inside. Ook Steven Brunswijk besloot om zijn gram te halen, want een of ander familielid van hem zou ook een keer racistisch bejegend zijn door de radiomaker.

Hoe dan ook: volgens tv-criticus Victor Vlam was het hele relletje bedoeld om de documentaire Meer dan Babi Pangang verkocht te krijgen. Door zo’n relletje te creëren, wisten de makers zich immers in de kijker te spelen, stelt hij.

Slachtofferschap

Victor ergert zich eraan. “Zou ZWART deze documentaire hebben aangekocht als de maker niet in een grote rel Ruud de Wild beschuldigde van racisme? Nee. Zo zie je maar. Slachtofferschap claimen loont”, schrijft hij op X.

Ene Arjan noemt dat onzin. “Kom op, de deal met de NPO is echt al gesloten voordat de opnamen begonnen. Er worden zo’n 110 documentaires per jaar uitgezonden op NPO2. Voor veel documentairemakers is dat het hoofdbestanddeel van het budget.”

Ophef

Volgens Victor heeft hij wel degelijk gelijk. “Volgens de officiële STER-schema’s van de NPO is de documentaire Meer dan Babi Pangang pas definitief in de laatste twee weken toegevoegd aan de programmering. Hij is dus echt pas aangekocht na de ophef. Het relletje met Ruud de Wild was dus bedoeld om geld te verdienen.”

Arjan werpt tegen: “Programmeren is iets anders dan financieren. Er gaat een documentaireplan naar de NPO. Meestal is er dan al een omroep betrokken. Op basis daarvan kan een budget ter beschikking worden gesteld dat tot drie maal groter kan zijn dan een regulier budget voor een programma.”