Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram (CDA) wil alleen de schade vergoeden die ‘uitstijgt boven het normale ondernemersrisico’, schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer. Een te hoge vergoeding zou gezien kunnen worden als staatssteun, waarschuwt ze.
Bertram maakt onderscheid tussen importeurs en detailhandelaren. Die eerste groep krijgt drie jaar winstderving vergoed, plus een tegemoetkoming voor andere kosten, zoals het verliezen van hun restvoorraden.
De detailhandelaren krijgen één jaar winstderving met een opslag van 15 procent en daarbovenop krijgt elk bedrijf 3500 euro. Zij krijgen minder dan de importeurs, omdat vuurwerk voor importeurs de hoofdhandel is, terwijl handelaren het vaak ernaast doen. Vuurwerk wordt bijvoorbeeld vaak verkocht in tuincentra of fietswinkels.
100 miljoen versus 800 miljoen
De staatssecretaris denkt dat dit allemaal 90 miljoen euro gaat kosten, maar reserveert er voor de zekerheid 100 miljoen euro voor. Dat is een veel kleiner bedrag dan de branche zelf wilde: die had gevraagd om ruim 800 miljoen euro compensatie.
In de brief schrijft Bertram begrip te hebben voor de ondernemers, maar ‘in de afweging is meegenomen dat het vuurwerkverbod er al een tijdje aan zat te komen en te voorzien was’.
Het vuurwerkverbod komt voort uit een initiatiefwet van GroenLinks-PvdA en Partij voor de Dieren die vorig jaar al door zowel de Tweede als de Eerste Kamer was aangenomen. Er werden toen wel een aantal voorwaarden gesteld door de Tweede Kamer.
De eerste voorwaarde was dat er regels moesten komen voor lokale uitzonderingen. Zo mogen verenigingen straks, met toestemming, wel nog vuurwerk afsteken. Daar is al mee ingestemd door het parlement. Ook moest er een handhavingsplan komen. Daar moet de Tweede Kamer nog over stemmen, net als over deze compensatie.
Als de voorwaarden worden goedgekeurd, gaat het vuurwerkverbod deze jaarwisseling in.