Mijn neef moest er zelf ook wel om lachen. Hij had ChatGPT gevraagd: „Wat zijn de beste plekken in de Dordogne om te zitten?”. Het antwoord: „Hier zijn mijn favoriete plekken in de Dordogne om gewoon lekker te zitten en te genieten van het uitzicht of de sfeer.”

Geinig natuurlijk, die kluns van een ChatGPT die het nét niet helemaal begrijpt. En ergens ook altijd geruststellend, dit soort foutjes; als-ie dít al niet snapt, gaat-ie mijn baan zeker niet overnemen.

Thom Egberts is freelance schrijver voor onder meer Lubach en De Speld

En toch bekroop me ook weer dat gevoel dat ik vaker heb als mensen vertellen wat ze allemaal aan ChatGPT vragen: het gevoel dat ze valsspelen. De boomer in mij dacht: een vakantie boeken, daar moest je toch moeite voor doen? En nu leek het: prompten, boeken, klaar. Een beetje dat gevoel dat je vroeger had als iemand bij tafelvoetbal alle vijf de middenvelders tegelijk een hengst gaf en op die manier een doelpunt maakte, en je dacht: ja, ik wist niet dat dat ook mocht.

Nu is een vakantie bij elkaar ChatGPT’en op zich geen krankzinnig voorbeeld van AI-gebruik. En misschien doen de mensen die voor hun vakanties AI gebruiken juist wel méér moeite dan vroeger, omdat ze nu meer gereedschap hebben om opties te vergelijken.

De bekende, ronkende AI-drieslag

Toch zie ik om mij heen wel degelijk AI-gebruik dat ik krankzinnig zou willen noemen. Een tijdje terug werkte ik aan een tv-item over de erbarmelijke staat van het Duitse spoor. Ik vroeg aan een kennis die in Duitsland woont of hij daarover op de lokale televisie misschien reportages had gezien. Zijn antwoord: een ChatGPT-link, met daarin het antwoord van ChatGPT op mijn vraag. Vast lief bedoeld, maar het deed me ook denken aan die mensen die vroeger passief-agressief reageerden met een Let me Google that for you-linkje, als iemand een domme vraag had gesteld.

Een vriend vertelde me dat een collega van hem via een duidelijk door ChatGPT opgesteld berichtje haar collega’s op de hoogte had gebracht van haar zwangerschap. Het was de bekende, ronkende drieslag met bijpassende emoji’s. De wedervraag van ChatGPT – zal ik ook een mooi lettertype uitzoeken voor op het geboortekaartje? – was nog net niet meegekopiëerd.

Iedereen wordt een beetje een politieagent, voortdurend gissend of iemand ergens een bocht heeft afgesneden

Hebben we echt zo weinig zelfvertrouwen? Aan een chatbot vragen of hij even onze blijdschap over ons aanstaande kindje wil verwoorden?

En dan was er natuurlijk nog het influencerskoppel Gio Latooy en Lynn Hermanussen, woonachtig in Dubai. Begin maart – de oorlog in Iran was net begonnen – namen zij een vlog op. Terwijl ze zo ongeveer moesten bukken voor de raketten, vroeg Gio aan Lynn: „Is de oorlog al begonnen, is die echt al uitgebroken, staat dat er?” Haar antwoord: „ChatGPT zegt officieel van niet, maar het is gewoon niet best.” Alsof je in de zeikende regen Buienradar gaat checken of het regent. Dat doe je alleen als je echt héél weinig vertrouwen hebt in je eigen beoordelingsvermogen, weet ik uit eigen ervaring.  

Menselijke zeggingskracht

Toch gaat het over deze AI-praktijk van alledag maar weinig. Vaak gaat het óf over hele meetbare gevaren van AI (Weet je wat een ruimte/water/energie die datacenters nodig hebben?), of over hele grote abstracte (Straks maakt AI ons allemaal overbodig!).

Maar moeten we het niet iets meer hebben over ons eigen wezenloze geprompt? Voor ons brein is het aantoonbaar slecht. De stapels onderzoeken die dat bewijzen, groeien met de dag. We worden minder creatief, en omdat we het brein steeds minder goed onderhouden, wordt dat alleen maar erger.

En misschien dat het argument ‘onze hersenen worden vernietigd’ u niet overtuigt, dat kan. Maar dan heb ik nog een bezwaar: het wordt – zeker op het werk – steeds onduidelijker waar we naar zitten te kijken. Heeft die collega die presentatie zélf gemaakt, of niet? Die speech die Marja gaf bij haar afscheid. Zou ze…? Iedereen wordt een beetje een politieagent, voortdurend gissend of iemand ergens een bocht heeft afgesneden.

Kunstmatige intelligentie mag dan wat tijdwinst opleveren – ik bedoel, dit stuk, weet je hóé lang ik daar al mee bezig ben? – maar uiteindelijk verliezen we er misschien wel veel meer mee: menselijke zeggingskracht.

Die vraag aan die Duitse kennis was óók een manier om gewoon weer eens contact te hebben, iets waar ik na dat ChatGPT-linkje al geen zin meer in had. Aan je collega’s vertellen dat je zwanger bent, had ook zo’n leuk, spontaan moment kunnen zijn. Maar in plaats daarvan krijgen je collega’s van dat gezwollen LinkedIn-proza voorgeschoteld, dat eerst heel wat lijkt, maar uiteindelijk alleen maar teleurstelt.

Het is alsof je in een restaurant zit, je bestelt eten, je gaat even naar de plee, komt terug, en het eten is er al. Eén seconde denk je: yes! Daarna volgt de teleurstelling. Het stond blijkbaar al klaar, ze hebben het alleen even opgewarmd. Weg magie.

Lees ook

ChatGPT ontneemt ons het nadenken


Geef cadeau

Deel

Mail de redactie