Als het aan hem had gelegen, vloog hij nog steeds, hetzij bij de Kustwacht, KLM of een andere luchtvaartmaatschappij. Maar sinds hij in 2008 melding maakte van vermeende misstanden binnen Defensie, staat het leven van voormalig luchtmachtpiloot Victor van Wulfen grotendeels in het teken van juridische procedures, integriteitskwesties en conflict met de militaire top. Elanor Boekholt, voormalig plaatsvervangend commandant Luchtstrijdkrachten en sinds kort minister van Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening, staat als een van zijn tegenstanders in de ring. ‘Ik ben voor eeuwig verweven in haar leven’, aldus de klokkenluider.
Het liefst F-16 vliegen
‘Ik heb altijd willen vliegen’, vertelt de uitgevlogen luchtmachtpiloot. ‘Mijn eerste woord was papa, het tweede mama en het derde “tietui”. Ik groeide op in Rosmalen, waar regelmatig militaire vliegtuigen overvlogen, het was de tijd van de Koude Oorlog. Op mijn tiende verhuisden we naar Indonesië en zat ik voor het eerst in een vliegtuig. Daarna volgden er nog veel meer vluchten en wilde ik nog maar één ding: piloot worden, het liefst op de F-16. Volgens mijn decaan op de middelbare school zou mij dat zeker niet gaan lukken. Zijn uitspraak was voor mij eerder motiverend dan demotiverend. Ik besloot het in ieder geval te proberen.’
F-16 © Defensie
Victor zag het destijds niet als een probleem dat er een bommenpakket onder het door hem geambieerde vliegtuigtype hing. ‘Ik zat in 5 vwo toen de NAVO begon met Operatie Deliberate Force in Bosnië. CNN zond de bombardementen live uit en ik spijbelde voor het eerst van mijn leven een middag om het te volgen. Aan zulke operaties wilde ik later zelf deelnemen. Je hebt het gevoel dat je daadwerkelijk iets kunt betekenen.’
Ik kreeg mijn eerste keuze
In 1996 doorliep Victor zonder problemen de selectieprocedures voor de Koninklijke Luchtmacht. Via de verkorte officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie kwam hij terecht op vliegbasis Woensdrecht, waar hij zijn eerste vliegopleiding volgde op de Pilatus PC-7. ‘Daarna mocht je een voorkeur aangeven voor de F-16, Apache of Chinook’, vertelt hij. ‘Je had geen garantie, maar gelukkig kreeg ik mijn eerste keuze.’
In februari 1999 vertrok Victor naar Texas voor zijn opleiding op straaljagers. Anderhalf jaar later volgde in Arizona de conversie op twee varianten van de F-16.
© Victor van Wulfen
Na terugkeer in Nederland werd hij gestationeerd op Vliegbasis Twenthe, destijds de thuisbas is van de F-16-squadrons 313 Tigers en 315 Lions. ‘In 2003 kwam de minister van Defensie vertellen dat Twenthe vanwege bezuinigingen zou sluiten. Het aantal Nederlandse F-16’s werd teruggebracht van 137 naar 108 toestellen. ‘Begin 2004 volgde zijn overplaatsing naar Vliegbasis Volkel, waar hij terechtkwam bij 311 Squadron. ‘In totaal heb ik zes jaar op de F-16 gevlogen, waarvan ongeveer tweeënhalf jaar vanaf Volkel.’
© Victor van Wulfen
© Victor van Wulfen
Russische bommenwerper onderschept
Na de aanslagen van 11 september 2001 sloot Nederland zich aan bij de internationale strijd tegen terrorisme. De Koninklijke Luchtmacht leverde onder meer F-16’s voor verkenningsvluchten en luchtsteun boven Afghanistan. Victor werd meerdere keren uitgezonden. ‘Tijdens Operation Enduring Freedom ben ik naar Afghanistan gegaan en voerde ik als eerste Nederlandse jachtvlieger daar een bombardementsmissie uit’, zegt hij. Later verschoof het zwaartepunt van de Nederlandse inzet naar de NAVO-missie ISAF.
Zijn laatste uitzending vond plaats in het kader van Baltic Air Policing, de permanente NAVO-missie die het luchtruim boven Estland, Letland en Litouwen bewaakt. NAVO-landen leveren daarbij om beurten gevechtsvliegtuigen voor de zogeheten Quick Reaction Alert, bedoeld om onbekende of ongeïdentificeerde toestellen te onderscheppen. ‘Boven Letland heb ik een Russische bommenwerper onderschept die zich niet aan het vluchtplan hield’, vertelt Victor. ‘Vervolgens heb ik de machine begeleid tot aan de Russische grens.’
© Victor van Wulfen
Overstap naar de C-130
Hoewel zijn contract als F-16-vlieger nog anderhalf jaar doorliep, kreeg Victor het verzoek over te stappen naar de C-130 Hercules, het militaire transportvliegtuig van de luchtmacht. ‘De boodschap was: jij bent een ervaren F-16-piloot en daar hebben ze iemand nodig die orde op zaken kan stellen’, zegt hij. Tegelijkertijd verkeerde hij in onzekerheid over zijn toekomst binnen de jachtvliegerwereld. Veel F-16-piloten begonnen in die fase met het halen van hun burgerbrevetten om eventueel de overstap naar de commerciële luchtvaart te kunnen maken.
Werkzaam als copiloot in de C-130 Hercules © Victor van Wulfen
‘Ik kwam net terug van vakantie in Zuid-Afrika en dacht: misschien wil ik later wel in zo’n land wonen zodat ik nog heel vaak met een fantastisch glas wijn in mijn hand en een sigaar in mijn hoofd kan kijken naar de walvisstaarten die uit het water komen’, vertelt hij. ‘Als ik overstap naar de C-130 krijg ik contractverlenging, doe ik ervaring op een groot toestel op én haal ik mijn burgerpapieren. Dat zou een overstap naar de burgerluchtvaart makkelijker maken.’ Daarnaast sprak de nieuwe functie hem inhoudelijk aan. ‘Ik vind het leuk om dingen beter, sneller en efficiënter te maken. Het idee dat ik kon helpen een verbetertraject in gang te zetten, trok me over de streep.’
Terugtaxiende Nederlandse en Italiaanse C-130 Herculessen © Leonard van den Broek
‘Iedereen deed maar wat’
Na zijn omscholing in de Verenigde Staten begon Victor bij 336 Squadron, de eenheid die met de C-130 Hercules vliegt. Volgens hem botsten daar toen verschillende achtergronden en werkculturen op elkaar. Het squadron bestond uit voormalige C-130-vliegers van 334 Squadron, oud-Orion-vliegers van de Koninklijke Marine en vliegers die eerder op de Fokker F-60 hadden gevlogen binnen de luchtmacht. Victor zegt dat hij vrijwel direct merkte dat procedures en werkwijzen onvoldoende waren gestandaardiseerd. ‘Iedereen deed maar wat, en daar werd vrij laconiek mee omgegaan’, stelt hij.
Volgens hem ontbrak het aan uniforme procedures die moesten garanderen dat bemanningen onder alle omstandigheden veilig konden opereren. Daarbij verwijst hij naar de invoering van de zogeheten MAR-OPS-regelgeving (Military Aviation Requirements – Operations), die uiterlijk in 2007 geïmplementeerd had moeten zijn. ‘Die deadline werd niet gehaald’, aldus Victor. ‘Er kwam uitstel tot 1 januari 2008, maar uiteindelijk werden de regels pas op 2 november 2015 volledig ingevoerd. Dat is bijna acht jaar te laat.’
© Victor van Wulfen
‘In feite vlogen we buiten de regels’
Victor stelt dat de gevolgen verder reikten dan alleen administratieve achterstanden. ‘Als je al 22 jaar met de Hercules vliegt en dan pas begint met het invoeren van basisprocedures, ben je rijkelijk laat’, zegt hij. ‘In feite vlogen we buiten de regels. Iedere C-130-vlucht die ik heb gemaakt is dus illegaal geweest.’
Hij benadrukt dat hij destijds copiloot was en geen gezagvoerder. ‘Een gezagvoerder tekent niet alleen voor de vracht, passagiers en uitvoering van de vlucht: je tekent er ook voor dat de regelgeving in orde is. En dat laatste was dus die tijd niet het geval.’ Volgens Victor speelde dit niet alleen bij de C-130-vloot. Hij stelt dat vergelijkbare problemen ook voorkwamen bij andere militaire en gouvernementele luchtvaartonderdelen, waaronder de KDC-10, de Fokker 50 en 60, toestellen van de Kustwacht en de Gulfstream.
KDC-10 T-264 van de Koninklijke Luchtmacht © Leonard van den Broek
Zorgen over training en kwalificaties
Niet alleen de procedures baarden Victor zorgen. Ook de trainingstoestand van vliegers riep vragen bij hem op. ‘Tijdens een vlucht boven oorlogsgebied heb ik drie keer moeten ingrijpen bij een gezagvoerder’, vertelt hij. ‘Twee keer verbaal en één keer fysiek toen hij tijdens een landing niet meer wist wat hij moest doen. Ik wil niet weten hoe dat was afgelopen als ik niet had ingegrepen.’ Volgens Victor stond jaren later in een onderzoeksrapport dat de betreffende vlieger niet over alle vereiste kwalificaties voor tactische vluchten beschikte.
Op 4 november 2009 meldde hij zijn zorgen bij squadroncommandant Edwin Swenger. Op dat moment leek zijn loopbaan binnen Defensie nog onverminderd kansrijk. ‘Een maand eerder had ik een vast contract gekregen, inclusief een uitzonderlijk hoge bindingspremie’, zegt hij. ‘Ook lagen er een toezeggingen dat ik niet alleen gezagvoerder zou worden, maar ook plaatsvervangend vluchtcommandant. Op mijn functioneren was niets aan te merken.’
© Victor van Wulfen
‘Toen werd het een klokkenluiderszaak’
‘Maar terwijl ik op vakantie was in Zuid-Afrika, is er van alles tegen mij opgezet’, vervolgt Victor. ‘In die periode stuurde C-130-gezagvoerder Marco van Groenigen een mail aan mijn Squadron-commandant waarin stond dat ik moest “conformeren of naar een psychologisch traject.” Maar ik was gevraagd een verbetertraject in gang te zetten. Ik kreeg te maken met onvervalste kwaadaardigheid, waarbij ik op non-actief werd gesteld. Vanaf dat moment werd het een klokkenluiderszaak. Je kiest er niet voor klokkenluider te worden, dat word je gemaakt.’ Volgens Victor is er door Van Groenigen ‘een niet aflatende hetze’ tegen hem gevoerd.
Nederlandse C-130H Hercules © Leonard van den Broek
Medisch dossier
De situatie escaleerde verder toen Victor zijn medisch dossier opvroeg. ‘Als ik dat dossier nooit had ingezien, had ik het waarschijnlijk nooit geweten’, zegt hij. ‘Stel dat ik later bij KLM had gesolliciteerd en ze hadden gevraagd waarom er in 2009 psychische klachten in mijn dossier stonden.’
Victor vertelt dat Derk Blikman, destijds hoofd van het geneeskundig centrum op vliegbasis Eindhoven, tijdens zijn verblijf in Zuid-Afrika inzage had genomen in zijn medisch dossier, daarin een nieuw consult had aangemaakt en vervolgens had geselecteerd dat er sprake was van psychische klachten en andere psychische stoornissen: Victor zou in een schijnwereld leven. ‘Die term sloeg volgens mij op mijn meldingen over onveilige situaties’, aldus Victor. ‘Het betreffende consult heeft nooit plaatsgevonden, op dat moment zat ik aantoonbaar in Zuid-Afrika.’ Paspoortstempels, foto’s en betalingsgegevens bevestigen dat verblijf.
Nederlandse C-130 Hercules © Leonard van den Broek
Tuchtcollege
De kwestie leidde uiteindelijk tot procedures bij het tuchtcollege voor de gezondheidszorg. Volgens Victor verklaarde Blikman daar dat er sprake was van een administratieve aantekening en een gebruikelijke werkwijze. ‘Daarop hield ik hem voor dat hij dat dus vaker had gedaan. Nee, dat mocht ik niet zeggen. Maar hij zei zelf dat het gebruikelijk was! Het systeem kende ook een aparte functie voor een simpele aantekening. Hij had dus helemaal geen consult hoeven aan te maken. Al met al is mijn medisch dossier drie keer vervalst’, stelt Victor.
De artsen Derk Blikman en Wilma van Koldam zijn daarvoor tuchtrechtelijk veroordeeld. In het geval van Blikman gebeurde dat ook in hoger beroep. Daarnaast werd tijdens een door Victor aangespannen hoger beroep een klacht over schending van het medisch beroepsgeheim door Van Koldam, gegrond verklaard.
Rapport: Defensie handelde ‘onbehoorlijk’
Na vierenhalf jaar thuis te hebben gezeten, leek er voor de getergde klokkenluider eindelijk een einde te komen aan de slepende kwestie. Op 2 februari 2015 publiceerde de Onderzoeksraad Integriteit Overheid een rapport waarin werd geconcludeerd dat Defensie onbehoorlijk had gehandeld tegenover Victor en diens belangen. Hij kon zijn vliegende carrière vervolgen bij de Kustwacht. ‘Ik was na al die tijd geen schim meer van de piloot die ik ooit was, maar ik kende het trucje nog en had plezier in mijn werk’, vertelt hij. De Kustwacht vloog destijds met de Dornier 228.
Dornier 228-212 © Defensie
‘Kijken, zoeken, coördineren’
Het werk bij de Kustwacht verschilde sterk van zijn tijd op de F-16 en de C-130. Volgens Victor was het afwisselender en operationeel dynamischer. Hij had het er erg naar zijn zin.
‘Een van onze taken was controleren of er geen vreemde zaken op stranden lagen’, vertelt hij. ‘Dan vlogen we op ongeveer tweehonderd voet langs de kust.’ Ook surveilleerde de bemanning boven zee op oliesporen en illegale lozingen vanaf schepen. ‘Soms moesten we controleren of afval dat op een schip lag een dag later nog steeds aanwezig was. En een keer zochten we naar een walvis voor de kust bij Hoek van Holland. Kijken! Zoeken! Mijn collega ontdekte hem uiteindelijk.’
Een andere inzet staat hem eveneens nog scherp bij. ‘We hingen boven een olieplatform dat geëvacueerd moest worden nadat een vissersboot stuurloos was geraakt terwijl de netten nog uit stonden. Die netten kunnen de onderwaterconstructie van zo’n platform ernstig beschadigen. Wij coördineerden de situatie vanuit de lucht.’
Dornier 228-212 van de Nederlandse kustwacht © Defensie
Opnieuw ophef
Na publicatie van het rapport van de Onderzoeksraad volgden er Kamervragen. Media-aandacht bleef niet uit. Met toestemming van Defensie trad Victor naar buiten.
‘Ik kreeg zelfs mediatraining’, zegt hij. ‘Defensie faciliteerde bovendien een interview op Schiphol. In de aftiteling stond letterlijk: “Met dank aan basiscommandant Eindhoven.” Dat was toen Elanor Boekholt.’ Volgens Victor sloeg de sfeer later alsnog om. ‘Ineens werd geroepen dat ik helemaal niet met de media had mogen praten omdat dat in strijd zou zijn met de vaststellingsovereenkomst. Nou, bullshit. Er kwam bovenop dat zich in 2016 een nieuwe klokkenluiderszaak ontvouwde binnen dezelfde eenheid met deels dezelfde betrokkenen, alleen nu over mogelijke financiële fraude.’
Victor van Wulfen
Debat in de Tweede Kamer
Victor herinnert zich nog goed dat hij tijdens het eerste debat, dat hij thuis volgde, de toenmalige minister van Defensie Jeanine Hennis hoorde zeggen dat ‘die arts, Blikman, echt niets fout had gedaan.’
Hij was onderweg naar Schiphol voor een opleidingsvlucht toen hij de melding kreeg dat het in de Kamer opnieuw over hem ging. ‘Bij aankomst op de eenheid op Schiphol-Oost, heb ik er samen met mijn collega’s, naar gekeken’, vertelt hij. ‘Hennis wist het allemaal niet meer. Ze zat daar maar wat te friemelen met een pennetje en een rood hoofd. SP-Kamerlid Jasper van Dijk zette toen de kettingzaag aan. Hennis kon niet recht praten wat ze probeerde recht te praten. Het ging verder en verder, ik wilde dat graag verder zien. Geen probleem, die opleidingsvlucht kwam later wel.’
‘Een te druk hoofd’
Volgens Victor verslechterde de verhouding met Elanor Boekholt verder naarmate de media-aandacht rond zijn zaak toenam. ‘Ze stelde later dat ik een keer niet was komen vliegen vanwege een “te druk hoofd”’, vertelt hij. ‘Volgens haar speelde dat opnieuw toen ik aangaf op een bepaalde datum niet beschikbaar te zijn, omdat ik een belangrijk telefoontje verwachtte over een mogelijke plek op de kandidatenlijst van D66.’
Mede naar aanleiding van een uitzending van EenVandaag, liep in januari 2017 een Kamerdebat met Hennis zodanig uit dat een vervolgdebat moest worden ingepland.
‘Een week later kreeg ik van Boekholt een zogenoemd inroosterverbod opgelegd en mocht ik niet meer vliegen’, aldus Victor. ‘Mij werd verzocht een afspraak te maken met een vliegerpsycholoog bij het Centrum voor Mens en Luchtvaart.’ Victor weigerde dat. ‘Ik had geen vertrouwen meer in die omgeving’, zegt hij. ‘Uiteindelijk voelde ik me genoodzaakt ontslag te nemen. De strijd die opnieuw was ontstaan, voerde ik liever buiten Defensie dan daarbinnen.’
Commando overdracht van het Defensie Cyber Commando. De brigadegeneraal Volmer droeg het commando over aan de commodore Boekholt-O’ Sullivan. Foto: Kapitein Evert-Jan Daniels © Defensie
Interne correspondentie bij Defensie
In maart 2017 ging Victor intern in beroep tegen de besluitvorming rond zijn situatie. ‘Daarbij maakte de persoon die dit onderzocht een uitglijer’, zegt hij. ‘Die onderzoeker stuurde een mail door naar mijn advocaat zonder te zien dat daaronder nog een deel van de interne correspondentie hing. Daar zat ook een bericht van Boekholt tussen, waarin ze schreef dat ze inmiddels een dossier over mij had van 1700 mails. Bovendien verzocht ze de onderzoeker om haar “vooral te blijven bestoken met zaken die hij nog kon gebruiken of zocht”. Wat mij betreft laat dat zien dat er tijdens het onderzoek onderlinge afstemming plaatsvond. Dat hoort procedureel niet.’
Victor vertelt dat ook zijn publieke uitingen op sociale media systematisch werden bijgehouden. ‘Van mijn berichten op Twitter en Facebook zijn complete dossiers aangelegd, inclusief Excel-overzichten en Word-documenten met inhoudsopgaven.’
Plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten, generaal-majoor Elanor Boekholt-O’Sullivan © Defensie
Nieuwe meldingen van fraude
Victor komt terug op die tweede klokkenluiderszaak rond Vliegbasis Eindhoven, ditmaal over financiële onregelmatigheden binnen de C-130-eenheid. ‘Vliegers moesten voor simulatortraining naar Hoofddorp’, licht hij toe. ‘Voor overnachtingen konden zij gebruikmaken van de Koningin Máximakazerne in Badhoevedorp, maar er werd voor hotels gekozen. Op de kazerne zouden zij te veel last hebben van vliegtuiglawaai. Terwijl medewerkers van de Kustwacht letterlijk naast de startbaan slapen. Om de hotelovernachtingen te bekostigen zijn jarenlang declaraties ingediend voor dienstreizen die nooit hebben plaatsgevonden.
Ook is er een C-130-toestel ingezet voor vervoer van personeel naar een vakantiehuis in Italië, officieel in het kader van een teambuildingsbijeenkomst gecombineerd met een trainingsvlucht.’ Naar aanleiding van meldingen hierover stelde het Huis voor Klokkenluiders een onderzoek in. Victor: ‘De conclusie was dat er daadwerkelijk sprake was van fraude. Die uitkomst staat op gespannen voet met eerdere conclusies binnen Defensie.’
Italiaanse en Nederlandse C-130 Hercules op het platform van vliegbasis Eindhoven © Leonard van den Broek
Zware conclusies
Op de vraag wie volgens hem verantwoordelijk is voor het toedekken van de kwestie, noemt Victor opnieuw de naam van Elanor Boekholt. ‘In 2016 stuurde ze een mail naar de hoogste baas van de Luchtmacht waarin ze meldde aangifte te hebben gedaan van financiële fraude’, zegt de klokkenluider. ‘Maar toen ze later onder ede de vraag kreeg voorgelegd of ze aangifte had gedaan, zei ze geen vermoeden te hebben gehad van een strafbaar feit en geen aangifte te hebben gedaan. Dat kan onmogelijk allebei waar zijn.’ Victor trekt daar zware conclusies uit: ‘Een ander zou hiervoor veroordeeld worden voor meineed, waarbij de rechter iemand kan verbieden om bepaalde functies uit te oefenen.’
Zoek de verschillen: Boekholt vertelde als commandant aangifte te hebben gedaan (nav declaratiegesjoemel op vliegbasis) maar verklaarde later onder ede dat niet te hebben gedaan want ‘geen vermoeden van strafbare feiten’.
Lees meer:https://t.co/z3q55TxRWN pic.twitter.com/RRhu5t0DV5— Dieuwertje Kuijpers (@DieuwsNieuws) February 10, 2026
‘Niet naar waarheid verklaard’
Boekholt trad later namens D66 toe tot het kabinet van Rob Jetten als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. ‘Het is een understatement dat ze op die pek niet best functioneert, maar ik vind het echt heel kwalijk dat er geen haan naar kraait dat ze aantoonbaar onder ede opzettelijk niet naar waarheid heeft verklaard’, zegt Victor.
Hij trekt een bredere vergelijking met het Toeslagenaffaire, waarbij eveneens sprake was van onvoldoende transparantie vanuit de overheid. De geplaagde klokkenluider stelt tevens ‘dat het lijnrecht tegen alle normen van goed werkgeverschap ingaat en bovendien in strijd is met de AVG om heimelijk een enorm dossier bij te houden over hem’.
‘Ik blijf knokken’
Ondanks de jarenlange procedures zegt Victor te proberen vooruit te kijken. Daarbij noemt hij de steun van zijn partner en zijn passie voor sterrenkunde als belangrijk houvast. ‘Met mijn telescoop observeer ik het heelal’, vertelt hij. ‘Inmiddels heb ik zo’n 18.000 waarnemingen vastgelegd, beschreven en gedeeld.’
© Victor van Wulfen
© Victor van Wulfen
De impact van de gebeurtenissen blijven voor hem echter onverminderd groot. Victor stelt dat hij zonder de ontstane conflicten een carrière in de burgerluchtvaart had kunnen opbouwen. ‘Ik had uiteindelijk gezagvoerder bij KLM kunnen worden, mogelijk op de Boeing 747’, zegt hij. ‘Volgens mijn beoordelingen waren mijn prestaties uitzonderlijk goed. Die carrière is mij ontnomen en dat moet op een bepaalde manier worden gecompenseerd.’ Volgens Victor kan dat alleen financieel. ‘Ik blijf knokken. De verloren jaren kan ik voor wat betreft mijn inkomsten niet terugkrijgen in tijd, maar wel in de toekomst.’ Duidend op de afgelopen zestien jaar voegt hij eraan toe dat tropenjaren dubbel tellen.
‘Daderbescherming in plaats van klokkenluidersbescherming’
35 keer deed Victor in al die jaren aangifte. ‘Ik heb aangeklopt bij vrijwel iedere meldingsinstantie die Nederland kent’, zegt hij. ‘Maar er is uiteindelijk nooit iets mee gedaan.’ Tevens doorliep hij meerdere tuchtrechtelijke procedures. ‘Dat is ingewikkeld als je geen toga aan hebt. De andere partijen beschikken over uitgebreide juridische ondersteuning. De tegenpartijen, waaronder die artsen die betrokken waren bij de vervalsing van mijn medisch dossier, worden bijgestaan door Pels Rijcken dat de landsadvocaat levert – ongelimiteerd, het kost ze geen cent.’
Volgens Victor schiet de bescherming van klokkenluiders in Nederland tekort. ‘In de praktijk blijkt daderbescherming sterker georganiseerd dan klokkenluidersbescherming’, stelt hij. Dat juist D66 zich profileert als voorstander van sterkere bescherming van klokkenluiders, maakt de situatie voor hem extra wrang. Victor: ‘Namens deze partij maakt Boekholt deel uit van het kabinet Jetten. Niet te geloven.’
© Victor van Wulfen
Nieuwe rechtszaak
Victor haalt zijn schouders op. ‘In zijn tijd als staatssecretaris van Defensie heb ik Gijs Tuinman, als belangrijk onderdeel van de formele aansprakelijkheidsstelling en de claim, ook nog een persoonlijke brief gestuurd. Nooit enige reactie op gekregen.’ Nu is hij een civiele procedure gestart tegen Defensie en tegen meerdere betrokkenen persoonlijk, onder wie Derk Blikman, Wilma van Koldam en Marco van Groenigen. ‘Ik stel hen aansprakelijk voor de schade die ik heb geleden’, zegt hij. Ook Elanor Boekholt zal volgens hem als betrokkene worden gehoord. Victor laat zich in de procedure bijstaan door de advocaten Michael Ruperti en Roderick ten Kortenaar. De eerste zittingen staan gepland voor de komende periode.
Daags voor de publicatie van dit artikel hebben gedaagden de rechtbank verzocht om uitstel voor de conclusie van antwoord. Als teken van goede wil is ingestemd met de geldende termijn van zes weken.